Eerherstel voor de trots van een militaire natie

Een burger moest het leger hervormen. Hij liep er op stuk. Zijn opvolger, generaal Sjojgoe, begrijpt wel waar het Russische leger voor staat: trots.

Vrouwelijke arbeider in Tankreparatiefabriek 103.

De kadetten moeten straks weer nadrukkelijk aanwezig zijn bij de militaire parade op het Rode Plein als daar de overwinning op nazi-Duitsland op 9 mei wordt gevierd. Ex-officieren met een degelijke opleiding keren in de krijgsmacht terug. De consultants in de legertop gaan er juist uit. En het belangrijkste wapenfeit van de nieuwe minister van Defensie van Rusland: hij heeft 70 miljard roebel (1,75 miljard euro) gevonden om de problemen in de garnizoensteden op te lossen.

Het is duidelijk: de Russische krijgsmacht heeft met generaal Sergej Sjojgoe weer een echte militair aan het hoofd. „Het ministerie van Defensie moet een ministerie van Defensie zijn. Die moet het land verdedigen en met de opbouw van krijgsmacht bezig zijn, niet in onroerend goed handelen”, aldus Sjojgoe.

Dat is een steek onder water naar zijn voorganger Anatoli Serdjoekov, die juist werd ontslagen wegens om een corruptieschandaal bij de verkoop van militair onroerend goed. „Het doet gewoon pijn”, vatte een journaliste de breed gevoelde afkeer tegen deze burgerlijke econoom vorige week samen tijdens een persconferentie van president Poetin.

Sinds Sjojgoej vorige maand werd aangesteld, is hij bezig om in hoog tempo een aantal hervormingen van zijn voorganger terug te draaien.

Serdjoekov werd in 2007 aangesteld. Er was iemand met verstand van geld nodig, vond Poetin. Er zou met budgetten moeten worden geschoven om het leger, waar weinig veranderd was sinds de Sovjettijd, te moderniseren en professionaliseren.

Terwijl het de rest van het land is ingedeeld in regio’s en provincies, hanteert de krijgsmacht nog steeds een eigen indeling in militaire districten met hoofdkwartieren, wapencomplexen en garnizoensteden. In de garnizoensteden werden in de Sovjettijd specifieke eenheden gestationeerd: zoals paratroepen, luchtmachtbases en raketstrijdkrachten.

Serdjoekov zette het mes in deze militaire structuren. Het bestuur over de meeste garnizoensteden moest in handen komen van de civiele overheid. Vaste legerbases werden ingeruild voor mobiele brigades. En militaire woningen zouden op de vrije markt worden verkocht.

De parachutisten lieten hun ergernis over de hervormingen blijken, met vlagvertoon op demonstraties tegen de premier én de president.

Totdat Serdjoekov zelf werd ontslagen. Sjojgoe gaat nu als een crisismanager te werk. Komende drie jaar zullen er vijftig garnizoensteden worden opgeknapt, verklaarde hij vorige week vrijdag tegen dagblad Kommersant. De krant benadrukt dat Sjojgoe in drie weken voor elkaar kreeg wat Serdjoekov niet lukte: geld vinden de garnizoensteden.

Zijn prioriteit ligt bij herstel van parachutistensteden en legerbases in het buitenland. Ook twaalf garnizoensteden worden aangepakt. Bedoeling is dat de infrastructuur wordt verbeterd, dat er nieuwe kleuterscholen en winkels komen en dat bestaande panden worden opgeknapt. Het is een goed begin, menen veel betrokkenen.

Voor burgers die achterbleven in de door het leger verlaten stadjes in de Siberische provincie Zabajkalje zal Defensie deze winter de stookkosten betalen, beloofde de minister. Naar het voormalige pilotenstadje Step, waar de achtergebleven burgerbewoners het de afgelopen maanden niet warm genoeg konden stoken, is een lading steenkool gebracht.

Met deze interventies doet minister generaal Sjojgoe wat militairen en vele anderen in Rusland willen: de krijgsmacht hun eervolle positie teruggeven. Rusland is namelijk een land dat altijd gewend is geweest trots te kunnen zijn op zijn soldaten.