Dronken dakloze

God zou me ervoor belonen. Dat wist hij zeker. Ik had er weinig vertrouwen in, maar bedankte hem toch en zei dat ik het een geruststellende gedachte vond. Dat hij mijn sarcasme niet op prijs stelde, was wel duidelijk, maar omdat ik hem zojuist al mijn losse geld gegeven had voelde hij het blijkbaar als zijn plicht me te waarschuwen. God bestond namelijk echt. En hij wist het zeker: er zou een dag komen waarop ook ik zou bidden. Het klonk dreigend. Maar ik besloot me geen zorgen te maken. Hij was tenslotte dakloos en bovendien had hij gedronken. Dat hij naast mijn geld, in elk geval tot wat zijn laatste voorspelling betrof, ook nog eens gelijk zou krijgen had hij waarschijnlijk zelf ook niet verwacht.

Echt bidden kon je het nauwelijks noemen. Het was meer een soort op de hoogte brengen. Een korte monoloog over iets dat hem blijkbaar ontgaan was. Het was zijn schuld ook niet. Het was maar iets kleins. Zeker wanneer je het vergeleek met die eindeloze ellende in de rest van de wereld. Ik wist het. En het was misschien zelfs egoïsme om over zoiets te beginnen. Dat wist ik ook. Maar het was niet voor mijzelf. Dat laatste kon ook niet omdat ik helemaal niet in hem geloofde. Het was voor een ander. Voor een kennis. En eigenlijk niet eens voor die kennis, maar voor haar zus en haar moeder. Want die twee mocht ik namelijk wel. Langer dan een minuut zal het niet geduurd hebben. Belachelijk heb ik me niet gevoeld. Wel opgelaten. Maar dat was pas achteraf. Toen ik me realiseerde dat ik, een onvermoeibaar beschimper van het geloof, een beetje had staan prevelen in mijn badkamer. Ik besloot dat het beter was om het hierover nooit en met werkelijk helemaal niemand te zullen hebben. Het was een geruststellende gedachte waardoor ik het hele voorval binnen tien minuten al weer vergeten was.

Ik dacht er zelfs niet aan toen ik nog geen twee uur later werd gebeld en hoorde dat die kennis van me, na vier lange maanden, plotseling uit haar coma was ontwaakt. Ik heb er eigenlijk helemaal nooit meer aan gedacht. Tot eergisteren. Waarom weet ik niet. Misschien omdat het Kerst was. Of misschien gewoon omdat het in januari al weer een jaar geleden is dat het gebeurde. Ik weet het niet. Of er een god bestaat durf ik ondanks alles gelukkig nog steeds te betwijfelen. Of er zo veel toeval kan bestaan betwijfel ik natuurlijk net zozeer, maar afgezien daarvan geloof ik beschonken daklozen voortaan toch maar op hun woord.

Taco Borger vervangt deze en volgende week Paulien Cornelisse.

    • Taco Borger