De kleintjes blijven weg van Beursplein 5

Er vertrekken meer fondsen van het Damrak dan erbij komen. Kleine bedrijven vinden maar moeilijk de weg.

Vorige week werd in de bestuurskamer van Beursplein 5 een bijeenkomst gehouden rond de vraag: hoe houden we meer bedrijven op de Amsterdamse beurs? Want de laatste jaren verdwenen er nogal wat grote namen van het Damrak: Stork, Draka, Corus, Grolsch – om er maar een paar te noemen.

Uit cijfers van NYSE Euronext blijkt dat er de afgelopen tien jaar 56 ondernemingen bij kwamen en er 85 vertrokken. In absolute aantallen was 2012 geen goed jaar: zeven fondsen verlieten de beurs. Onder meer Oce, Wegener en Logica verloren hun notering. „Het is een logisch gevolg van fusies en overnames”, vindt Anne Louise van Lynden van Sandenburg, hoofd noteringen NYSE Euronext Amsterdam. Bedrijven komen, bedrijven gaan. „Wij zien het als een normaal proces.”

Gekeken naar de beurswaarde was 2012 echter zo slecht niet. Voor de zeven vertrekkers kwamen vier nieuwe noteringen terug: Ziggo, Douwe Egberts, de Braziliaanse zakenbank BTG Pactual en dienstverlener voor de olie- en gasindustrie Core Laboratories. Deze vier waren samen goed voor een beurswaarde van 25,4 miljard euro. Een bedrag dat aanzienlijk hoger ligt dan de ruim 5 miljard euro van de vertrekkende partijen.

Directeur Jan Maarten Slagter van beleggersvereniging VEB vindt de „leegloop” aan het Damrak geen probleem. Die is onderdeel van een „slingerbeweging”. „De beurs is geen museum van Nederlands industrieel erfgoed maar een moderne marktplaats.” Slagter wijst erop dat bij private equity-overnames hoort dat bedrijven van de beurs gehaald worden; geregeld komen ze enkele jaren later dan weer terug.

Hij is het dan ook niet eens met de premisse van de bijeenkomst. „Meer bedrijven op de beurs houden is niet iets wat de VEB nastreeft. We zijn nog steeds bezig met het opruimen van de vorige beurshausse”, verwijst hij naar onder meer World Online dat in 2000 naar de beurs ging. VEB-leden kregen pas dit jaar hun verlies grotendeels vergoed.

Directeur Maarten Hartog van Teslin Capital Management zou graag zien dat meer mkb-bedrijven zich op de beurs begeven. Het is een moeilijke tijd voor bedrijven om nieuw kapitaal te vinden, mede omdat banken niet thuis geven. Een beursgang is volgens hem het perfecte alternatief. Waar de Franse beurs voor kleintjes, Alternext, met bijna 200 noteringen goed gevuld is, staat de gelijknamige Nederlandse Alternext nagenoeg leeg.

Dat komt deels doordat de Franse belegger in kleine bedrijven een belastingvoordeel krijgt dat hier niet bestaat. Maar ook de banken die een beurgang begeleiden spelen een rol. „Veel kleine bedrijven die hier naar de beurs willen krijgen van de bank te horen om het niet te doen.”

Dat beeld herkent ook Van Lynden van Sandenburg. Nederland staat bekend als een large cap-markt: een markt voor grote noteringen. „Adviseurs zijn bedrijven als Shell en Ahold gewend. De hele markt is ingericht op de grote spelers en dan komt Pietje Puk opeens langs.”