Dat drukke stadsverkeer kan best door de gracht

Amsterdam raakt veel te vol met toeristen en goederenvervoer. Hier kunnen beter de grachten voor worden gebruikt, zoals in de zeventiende eeuw, vindt Merel Klein.

Door verkeersopstoppingen en drommen toeristen dreigen de Amsterdamse grachten hun aantrekkelijkheid te verliezen voor bewoners en bezoekers. Het vierhonderdjarig jubileum van de Amsterdamse grachtengordel in 2013 biedt gelegenheid voor reflectie. Voor de gemeente is het eeuwfeest slechts aanleiding voor de organisatie van een reeks cultureel-toeristische evenementen. Het doel is de toch al drukbezochte grachten nog aantrekkelijker te maken voor toeristen en dagjesmensen. Is dit ook wenselijk?

Zonder deze extra festiviteiten trok Amsterdam in 2011 toch al 57 miljoen bezoekers. Het overgrote deel van hen zal ook de grachten hebben bezocht. Ruim drie miljoen mensen maakten een rondvaart. Ook zonder deze cijfers is het voor de bewoners en geregelde bezoekers van Amsterdam duidelijk dat het aantal toeristen dat de binnenstad bezoekt de afgelopen jaren enorm is toegenomen. Kantoren, handelsbedrijven, banken en publieke diensten, die van oudsher aan de grachten zaten, hebben plaatsgemaakt voor toeristische voorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan het pas geopende Andazhotel in de voormalige openbare bibliotheek. Voeg hierbij de verkeerscongestie en (geluids)overlast van grote groepen mensen – en dus ook van toeristen. De vraag rijst wanneer de bewoonbaarheid, de leefbaarheid, en uiteindelijk de aantrekkelijke diversiteit van de Amsterdamse grachten het zullen verliezen van toerisme.

De stedelingen en bezoekers van voor 1850 dachten veel meer ‘vanuit het water’. Tegenwoordig zien we de Prinsengracht vooral als twee rijen statige huizen met een straat ervoor, waar (toevallig) een weliswaar mooi, maar tamelijk nutteloos stuk water tussen ligt. Voor een zeventiende-eeuwer draaide daarentegen alles om het water. De straat en de huizen lagen daaromheen. Dit is ook logisch. De gracht had veel meer dan alleen een museaal toeristische functie. Het vaarwater van de gracht speelde tot de twintigste eeuw een hoofdrol in de handel en het vervoer binnen de stad.

Juist met het oog op de leefbaarheid en bereikbaarheid van de Amsterdamse grachten kan een dergelijke blik op het verleden nuttig zijn. De verkeersopstoppingen die worden veroorzaakt door vuilniswagens, verhuizers, vrachtwagens en taxi’s hebben dusdanige vormen aangenomen dat het openbaar vervoer dat over de grachten reed, een lijnbusje dat bekendstond onder de naam ‘de Opstapper’, in oktober is opgeheven. De busverbinding was wegens de stremmingen te onbetrouwbaar geworden, en had het laatste jaar maar één keer de volledige route gereden.

Door een deel van het goederentransport en het (openbare) personenvervoer ‘terug’ naar het water te verplaatsen, zou deze verkeersdrukte kunnen worden verholpen. Niet alleen worden de grachten zo weer beter bereikbaar voor de minder validen en autolozen, ook worden de grachten door beter transport wellicht weer aantrekkelijk voor niet-toeristische bedrijvigheid.

De gemeente Amsterdam vestigt haar aandacht vooralsnog vooral op het toerisme en de pleziervaart. In het op 16 oktober gepubliceerde plan Watervisie Amsterdam, waarin een „ideaal toekomstbeeld” voor 2040 wordt geschetst, blijft de gemeente ten aanzien van personen- en goederenvervoer op de grachten bijzonder afwachtend en voorzichtig. Uit het rapport spreekt op dit punt geen enkele urgentie. Elk initiatief tot diverser gebruik van de grachten wordt overgelaten aan de vrije markt.

Beter gaat het de laatste jaren in de, toch veel minder waterrijke, gemeente Utrecht. Met succes werd daar al in 1996 de gemeentelijke ‘Bierboot’ geïntroduceerd. Deze levert bier aan de cafés aan de grachten. Er vaart bovendien een elektrische afvalboot op de Oude Gracht, om een eind te maken aan stilstaande, vervuilende en lawaaiige vrachtwagens. Utrecht is al bezig met uitbreiding van de kleinschalige binnenvaart, die stil, zuinig en schoon is.

Laat het vierhonderdjarig jubileum van de Amsterdamse grachten een aanleiding zijn om het vaarwater in zijn oude functie te herstellen.

Merel Klein is promovendus geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.