Opinie

    • Joyce Roodnat

Dans zegt het onzegbare en past dus bij sprookjes

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

Iedereen keek vol verwachting naar die film uit en ik deed vol verwachting mee. Stel je voor, wéér de sensatie van de Lord of the Rings-films. Maar nee. The Hobbit verveelt, tenzij je toevallig valt voor 170 minuten veldslagen tussen dwergen (mini-vikingen met vlechten) en fantasy-reuzen (de gebruikelijke kale bultruggen).

Er is alles aan gedaan om The Hobbit te vermommen als een sprookje. D’r is goud en d’r is een draak en d’r is Efteling-vormgeving. Dat moet dan genoeg zijn: hou je mond en eet maar.

Heel even komt het ineens in orde, want Gollum duikt op, het amfibische monstertje. Nu kalmeert de film. Gebeuk maakt ruimte voor gevoel, rechtlijnigheid voor verwarring. „My precious...”, slist Gollum klaaglijk, „mijn lieveling…” Hij lijdt en doet lijden. Het is vreselijk en het is waar: dit is wat onbeantwoorde liefde kan doen, het splijt de geest en redding bestaat niet. Wee ons!

Gollums gruwel smaakt even naar sprookje. Verder is die hele Hobbit namaak.

Een witte Kerst is sprookjesachtig, en een koninklijk huwelijk ook. Maar dat is een vergissing: sprookjes zijn zelf zelden sprookjesachtig. Ze boren onverdraaglijke waarheden aan en die omfloersen ze met de slotformule ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. Maar wat betekent dat? Dat geluk is irreëel (na 100 jaar slapen wakker worden), bespottelijk (tenzij je erin meegaat dat Roodkapje, slachtoffer van een kinderlokker, heelhuids uit de buik van de wolf komt) of regelrecht verschrikkelijk: het vereenzaamde meisje met de zwavelstokjes komt in de hemel maar eerst vriest ze dood. Of het is belachelijk: Hans en Grietje leven nog lang en gelukkig bij de ouders die hen de hongerdood tegemoet stuurden? Assepoester dan. Die trouwt met de prins. Vergeet het, die wordt ook niet gelukkig. Assepoester is een getraumatiseerd en mishandeld kind.

Het Nationale Ballet maakte een nieuwe versie van Assepoester. Cinderella. Ik sta paf. Het is betoverend. De koets is een luchtspiegeling van beweging met Assepoester in triomf erbovenop, op weg naar een klaterend bal waar de prins op haar wacht. Een balletprins, dus unverfroren viriel in zijn maillot.

Wie dacht dat klassieke dans per definitie zoet is en sentimenteel, vergist zich. Cinderella is helder. Het is hardvochtig, zoals een sprookje betaamt. Assepoester loopt weg, ze neigt naar suïcide. De boom op haar moeders graf opent zijn stam, hij zuigt haar naar binnen. De spleet sluit zich, opent zich en perst Assepoester weer naar buiten, nu als jonge vrouw. Haar jeugd heeft ze overleefd, ze wordt opnieuw geboren.

Klassiek ballet geschiedt op spitzen. Spitzen zijn geschikt voor een sprookje. Zweven en vliegen zijn mogelijk, maar het tegendeel kan ook: vanaf spitzen op platte voeten vallen oogt gemeen. Voeten worden knuppels. Lopen wordt dreigen en daar is geen woord voor nodig.

Vrouwen dragen spitzen, mannen niet. Tijdens Cinderella realiseer ik me wat er aan The Hobbit mankeert: de vrouwen en de meisjes. Waar waren die? Dachten ze nu werkelijk dat een sprookje zonder kon? Naast Assepoester zijn er gedenkwaardige rollen voor haar beide stiefzussen (een stoethaspel en een kreng) en voor haar stiefmoeder (chic, vals en dronken).

Een sprookje wil het onbegrijpelijke begrijpelijk maken, het wil ons verzoenen met wat we niet willen weten. Dans is geschikt voor het sprookje. Dans zegt het onzegbare, en dat is alvast iets.

Alle sprookjes toveren op hun eigen wijze. Ze geven ons antwoord op vergeten dromen. Ik zie hoe, in de film Cave of Forgotten Dreams die Werner Herzog maakte over 32.000 jaar oude rotstekeningen in een Zuid-Franse grot. Tweeëndertigduizend jaar geleden maakten mensen (zoals wij?) deze weergaloze houtskoolafbeeldingen: paarden, leeuwen, neushoorns, een compositie van handafdrukken met een kromme pink. Herzog beschouwt de tekeningen als „een tijdmachine”, maar dat klopt niet. Zo’n machine suggereert kennismaking en deze tekeningen komen uit een tijd die we niet kunnen bevatten van mensen die we niet kunnen begrijpen.

Tenzij we denken: Er was eens, in een land hier heel ver vandaan… Tenzij we er sprookjes mee maken. En dat is wat iedereen in deze film doet: verzinnen wat deze vergeten dromen onthullen over hun tijd en hun makers. Opgezweept door Herzogs vreemde vragen ontstaan verhalen die graven naar wat wij nú wensen, vrezen, ons afvragen. Sprookjes dus.

    • Joyce Roodnat