Altijd op jacht naar de beste gasten

Presentator Twan Huys kreeg dit jaar veel kritiek toen hij Willem Holleeder te gast had. Maar een journalist moet nieuwsgierig zijn naar alles, vindt hij.

Nederland, Hilversum, 20-12-2012 foto: Bram Budel. Journalist en televisie presentator van Nieuwsuur en College Tour Twan Huys. Bram Budel

Amsterdam. Twan Huys praat liever niet over zichzelf. Hij maakt verhalen; er zelf onderdeel van zijn, is iets anders.

Maar het afgelopen jaar dook zijn naam zo vaak op in de media dat de journalist steeds meer een gezicht krijgt. Voor zover Huys dat toelaat, tenminste. „Je mag me interviewen over mijn werk, maar ik praat niet over mijn privéleven”, zei hij voor het gesprek.

Het is een beetje vals spelen – het notitieblok is al opgeborgen en de jas al half aan – maar het eind van het interview gaat toch over hemzelf. Over zijn ongemak toen hij dit najaar in het televisieprogramma Dat is andere taal! dialect met zijn ouders sprak („Mijn dialect is niet voor jullie bedoeld, daarvoor is het veel te intiem”) en over televisiecarrière maken met Limburgse wortels. Huys: „De kans dat je met mijn achtergrond bereikt wat ik nu doe, is heel klein.” Een Limburgse tongval op televisie is een zeldzaamheid. Maar de Limburgers die doorbraken, zijn wel succesvol, zegt hij. Felix Meurders, de onlangs overleden Jeroen Willems.

Het was een „ontzettend spannend jaar” voor Twan Huys. De verkiezingen in Nederland, de verkiezingen in Amerika. En College Tour, dat afgelopen jaar voor het eerst in zijn vijfjarig bestaan meer dan de gebruikelijke vijf tot acht afleveringen mocht maken. Door de toegenomen belangstelling voor het programma jaagt Huys samen met zijn redactie nu achter zestien gasten per jaar aan. Want dat produceren van gasten doet hij nog altijd graag zelf. Zo houdt hij invloed op het proces en hij kan er „zijn creativiteit mee tot bloei laten komen”. Bovendien heeft hij nog een netwerk uit zijn tijd als correspondent in Amerika en worden gasten soms liever gebeld door de interviewer dan door een redacteur. Het gebeurt dat gasten aarzelen, maar dat Huys ze over de streep kan trekken. Zoals dit jaar strafrechtadvocaat Wim Anker, die eigenlijk alleen in de media komt als het de cliënt en de zaak dient. Huys: „Ik doe graag moeite om een bijzondere gast binnen te halen. Het is een kinderachtig genoegen om als eerste iemand in je programma te hebben die iedereen wil hebben.” Er zijn er niet veel die ‘nee’ zeggen. Komt omdat het geen cynische omgeving is, verklaart Huys. „Mensen komen graag bij ons.”

Omdat het makkelijker is dan een scherp vraaggesprek met een kritische journalist?

„Nee, het is niet makkelijker. Studenten stellen vragen die ik nooit had kunnen verzinnen. Zoals de student die zijn hand op zijn hart legde en aan Louis van Gaal vroeg: ‘Ik ben een Ajax-fan. We hebben u nodig, komt u terug?’ Van Gaal liet een dramatische stilte vallen en zei toen: ‘Absoluut nooit meer.’ Dat vond ik een heel mooi antwoord op een vraag die ik nooit op zo’n gepassioneerde, authentieke manier had kunnen stellen. Met standaard antwoorden komt een gast in College Tour niet weg.”

Je bent een spelverdeler. Ruimte om door te vragen is er nauwelijks. Wat is voor jou de uitdaging van dit programma?

„Er zijn ook minder sterke momenten dan het voorbeeld dat ik net noemde. Ik moet de gasten prikkelen tot antwoorden. Ik moet improviseren en word steeds afgeleid van mijn eigen lijn. Maar ik ben ervan overtuigd geraakt dat studenten heel goed goede vragen kunnen stellen. Neem de uitzending met Willem Holleeder in oktober. Stukjesschrijvers schreven van tevoren dat studenten geen kritische vragen kunnen stellen. Maar ik heb nog nooit een zaal meegemaakt die zo kritisch was.”

Hoe kijk je terug op deze uitzending?

„Het was een spannend programma om te maken omdat het al werd aangevallen vóór het op televisie was geweest.”

Die ophef kan je toch niet verbaasd hebben?

„Ik had wel kritiek verwacht, maar niet dat De Telegraaf er drie dagen achter elkaar mee zou openen. En wat ik niet begrijp – los van de hypocrisie van kritiek van een journalist die zélf tevergeefs moeite had gedaan om Holleeder te interviewen (John van den Heuvel van De Telegraaf, red.) – is dat je je verzet tegen deze gast. Het principe van de journalistiek is dat je nieuwsgierig bent naar alles.”

De kritiek was niet alleen gericht op de keuze van de gast, maar ook op het podium dat hem geboden werd. College Tour is opgericht met het doel studenten een meester te laten interviewen, een grootheid in zijn vak.

„Het is míjn programma. Ik bepaal zelf de bandbreedte. Natuurlijk voldoet Holleeder niet aan dat meesterverhaal. Maar Nobelprijswinnaars zijn niet de enigen van wie je kunt leren, dat kan ook van Holleeder. Dat hij tegen zijn kinderen heeft gezegd dat ze nooit als hun vader moeten worden, vond ik een heel mooie uitspraak. Ik heb zelf kinderen. Het is nogal wat om zoiets te zeggen.”

Heb je de formule verschoven omdat je wilde scoren met het Holleeder-interview?

„De formule is niet veranderd. Ik zal me er nooit op vastleggen dat een gast geliefd moet zijn. Ik ga mezelf niet begrenzen. College Tour is geen cakevormpje dat we steeds op dezelfde manier vullen. Als ik Karadzic kan krijgen, zou ik dat onmiddellijk doen. We nodigden Holleeder uit vanwege een oprechte nieuwsgierigheid. Ik heb vaker gasten gehad die uit de bocht zijn gevlogen, zoals Nick Leeson en Rijkman Groenink.”

Je bent drie jaar bezig geweest om Rijkman Groenink te krijgen. Wat zegt dat over jou?

„Dat ik er heel veel lol in heb. Als je gepassioneerd bent, krijg je dingen voor elkaar. Ik heb van mijn correspondentschap in New York geleerd dat als je volhoudt, je toegang krijgt tot iedereen. Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Iedereen belt de woordvoerder, maar zo val je niet op. Ik heb een keer gepost voor de deur van de CNN-studio, omdat ik wist dat Madeleine Albright daar een interview had. Het lukte me daardoor om haar te spreken. Ik zeg vaak tegen onze redacteuren: zoek die mensen op. Ga naar ze toe. Ik hou ervan als redacteuren op een onorthodoxe manier gasten binnenhalen. De duizend tulpen die naar Oprah Winfrey zijn gestuurd, hebben nog niet gewerkt. Maar het bezoek van twee redacteuren aan Louis van Gaal, langs de lijn in München, wel.”

Volgens Carel Kuyl, oud- hoofdredacteur van Nieuwsuur, ga je tot het uiterste en verwacht je dat ook van collega’s. Je vergeet soms te relativeren en verliest daardoor het overzicht.

„Oneens. Heel hard werken is de enige manier om tot zo’n gastenlijst te komen. Dat is een passie die grenst aan obsessie.”

Ben je geobsedeerd door je werk?

„Soms. Ik heb drie jaar onderzoek gedaan naar de val van Srebrenica en kreeg feiten boven tafel over wie welke fouten heeft gemaakt. Dat lukt alleen als je er 300 procent induikt. Als je wil presteren moet je monomaan werken. Dit jaar was College Tour intens, met Desmond Tutu en Holleeder. Dat kón niet niet-monomaan. Maar ik beschouw mezelf niet als iemand die alles opzij zet om een doel te bereiken.”

Wat drijft je?

„Nieuwsgierigheid. En het verlangen om het programma dat ik heb bedacht nog beter te maken. Om mezelf te verbeteren, mijn interviewtechniek, mijn voorbereiding. Nóg betere gasten. Dat is het vermoeiende aan het proces, je bent nooit goed genoeg, je bent nooit arrivé.”

In februari verscheen het boekje Presenteren, waarin je jezelf een 7 geeft voor je presentatiewerk. Daarmee gaf je jezelf het laagste cijfer van iedereen.

„Ik had daar geen antwoord op moeten geven. Het is niet interessant om mezelf te recenseren. De kunst is om het verhaal goed te vertellen, iets te ontlokken wat het gesprek een bijzondere wending geeft. Het is moeilijk om in een live interview de balans te houden. Hoe streng kun je zijn, en wanneer val je over de rand?”

Deze zomer dook je naam op in de media vanwege je interview met Geert Wilders in Nieuwsuur. Deze krant schreef dat Wilders het nooit lastiger had dan toen hij je in deze uitzending moest uitleggen waarom Hernandez en Kortenoeven zijn fractie verlieten. De Volkskrant schreef juist dat je zo verbeten vragen op Wilders afvuurde dat de kijker sympathie voor Wilders kreeg.

„Het was een goed interview. Als ik onder druk sta, beperk ik mij tot de kern. En de timing was goed. We hadden het geluk dat de afspraak met Wilders al stond en dat toevallig die dag twee mensen wegliepen uit zijn fractie.”

Wat gaat er tijdens zo’n gesprek door je heen?

„Adrenaline. Het zijn de spannendste momenten van het vak. De kans dat je het niet goed doet, is groot. Bijvoorbeeld als je maar één vraag blijft stellen. Dan ervaart de kijker dat als doorzeuren. Op televisie mag je geen drammer worden, laat staan geëmotioneerd raken.”

Volgens je collega Mirjam Bartelsman heb je iets onberispelijks. Ze herinnert zich bijna geen haspel of blunder, zei ze vorig jaar in de Volkskrant.

„Het ergste wat me kan overkomen is dat ik iemand iets voorhoud dat niet klopt. Dat ik mijn onderzoek niet goed heb gedaan. Dat is me nog nooit gebeurd.”

Wat wil je nog bereiken?

„Ik ben beïnvloed door Amerikaanse anchors als Ted Koppel en Peter Jennings. Om anchor te zijn, moet je het vertrouwen hebben van een groot publiek. Dat moet je opbouwen. Ik ben een goede anchor. En ik ben er nog lang niet op uitgekeken. Maar het kan altijd beter.”

Geen nieuwe plannen voor 2013?

„Nou, ik ben vorig jaar uitgenodigd door het St. Ignatiusgymnasium in Amsterdam om daar een College Tour te doen, met scholieren tussen de 12 en de 15 jaar. Ze hadden Ramsey Nasr uitgenodigd, de Dichter des Vaderlands. Dat leek me moeilijk, ik vroeg me af wat die scholieren van hem wisten. Maar ze hadden waanzinnige vragen voor hem, het werd een van de leukste College Tours die ik gemaakt heb. Sinds die tijd denk ik: we moeten een College Tour-reeks voor die groep gaan maken.”

    • Anne Dohmen