De geest van Dittisham

Feestdagen zijn vaak bedoeld om mensen samen te brengen, maar hebben nog vaker het tegenovergestelde effect. Heel curieus. Hoeveel natte oogjes kijken er deze dagen wel niet naar dat grote zwarte gat boven hen, op zoek naar een ander paar natte oogjes?

Ik vier dit jaar kerst met de schoonfamilie van mijn zus. Ja dat lees je goed. Ik weet ook niet waar het is misgegaan. Hoe dan ook, ik knijp er dus weleens tussenuit. Gek is dat alleen-zijn, eenmaal onder de sterren, van vorm verandert. Het hoeft niet meer op zoek naar een plek ergens tussen de kalkoen en de plumpudding in; onder een stille hemel is er plek te over.

Op mijn ‘uitjes’ heb ik twee opties. Of ik loop naar beneden (de haven) en luister naar de klapperende masten van de bootjes terwijl ik in het donker het huis van Agatha Christie aan de overkant probeer te ontwaren, of ik loop naar boven via de White House en de Oak House naar de lokale pub, The Red Lion. Als de pub dicht is, is er altijd nog een derde optie: de dorpskerk naast de pub. Precies zoals je het wil in een Engels plattelandsdorp dat een vliegtuig, bus, trein, nog een bus en dan nog een autorit verwijderd is van de bewoonde wereld. Hier, in Dittisham, Devon staan dan ook meer namen in steen gehouwen dan in het dorpsregister vermeld.

 

Ik koos de weg naar de pub. Dicht. Het kerkhof was daarentegen wel open. Ook op een leeftijd dat je beter zou moeten weten, hoop je, eenmaal in het spookachtige Engeland, toch op een gekwelde geest die verwarring in het dorp zaait en ’s nachts over het kerkhof spookt. Dat geeft net dat beetje extra aan je kerst.

 

Samen met een Agatha die af en toe woehoe woehoe uitroept, naar de sterren kijken, dat leek me wel wat. De bijna volle maan die over een paar dagen weer andere blikken zal ontlokken, scheen licht over het dode kerkhof. De graven, aangetast door de tijd, stonden schots en scheef en waren begroeid met mos. De vlag klapperde woest in de wind, aangestuurd door enkele eenzame wolken die met een angstaanjagende snelheid door de lucht razen, steeds weer nieuwe sterren onthullend. Het hekje waardoor ik naar binnen was gekomen klapperde en sloeg hard dicht in de wind. Hoorde ik daar nou een voetstap?

 

En alleen-zijn veranderde weer van vorm. Brrr.

 

In minder dan twee minuten had ik een plekje gevonden tussen de plumpudding (net op tijd) en de port. Feestdagen zijn immers bedoeld om mensen samen te brengen. En in een spookachtig Engeland lukt dat uitstekend.