Portretten moeten 'radicaal uit de ziel van den schilder' komen

Vincent van Gogh portretteerde herkenbare personen, maar hij zette tegelijk ‘typetjes’ neer.

‘Wat me het meeste, veel en veel meer dan al het andere, in mijn beroep boeit – dat is het portret, het moderne portret”, schreef Vincent van Gogh in 1890 aan zijn zus. Renske Suijver (1984) verdiepte zich in die moderne portretten. Ze is onderzoeker bij het Van Gogh Museum.

Wat maakte de portretten van Van Gogh modern?

„Het begon bij de impressionisten, die doorbraken de bestaande tradities. Door bijvoorbeeld hun minnaressen ten voeten uit, op groot formaat te schilderen. En niet in chique kleding, maar informeel, in hun peignoir. Dat was choquerend.

„Tot de jaren zestig van de negentiende eeuw was het portret een ondergeschikt genre. Het was meestal commercieel werk. Het heette dan ‘portret van mevrouw...’. Maar de impressionisten wilden juist een type neerzetten, zoals ‘de jonge Parisienne’. Renoir schilderde zijn minnares ‘Lise’.”

Maar Van Gogh was toch geen impressionist?

„Nee, hij hoorde er zelf inderdaad niet bij, maar hij zag hun voorbeeld in Parijs. Je kunt prachtig zien hoe kleur toen ineens belangrijk werd. Van Gogh had in Nederland ook portretten gemaakt. Heel veel karakteristieke koppen van boeren, maar allemaal even donker, zoals De aardappeleters. Maar in Parijs gaat hij heldere kleuren gebruiken.

„De tijd was voorbij dat op schilderijen alleen de adel en historie te zien waren. Ook schrijvers als Zola en Balzac probeerden de maatschappij van dat moment vast te leggen.”

Maar exact naschilderen mocht juist niet?

„Nee, en dat had waarschijnlijk ook iets te maken met de fotografie, die toen ingeburgerd begon te raken. Hij schrijft daar ook over aan Theo, zijn broer. Wacht, hier is het citaat: ‘Geschilderde portretten hebben een eigen leven dat radicaal uit de ziel van den schilder komt en waar de machine niet aan kan. – Hoe meer photos men bekijkt, hoe meer men dit voelt dunkt mij.’”

Weten we intussen niet alles al van Van Gogh?

„Ja, dat zou je denken. Maar er is zoveel materiaal. Alleen al die brieven van hem. En er is wereldwijd nog altijd een overweldigende belangstelling voor hem. Van Gogh is een schoolvoorbeeld in de kunstgeschiedenis.

„Ik heb zelf net zijn schetsboekjes onderzocht op wat erin te vinden is over zijn atelierpraktijk. Dan zie je bijvoorbeeld schematische tekeningetjes van een perspectiefraam, mogelijk de instructies voor een timmerman. Er komt een facsimile-uitgave van die boekjes.”

Zaterdag 29 december spreekt Renske Suijver MA over ‘Moderne portretten: van Renoir tot Van Gogh’. 14 uur. Auditorium van de Hermitage Amsterdam, Amstel 51 Amsterdam. Toegang: museumkaartje.