Opinie

    • Frits Abrahams

Paragnosten

Goed nieuws op de drempel van het nieuwe jaar: minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) wil het gebruik van paragnosten bij opsporingszaken niet verbieden. Goed nieuws, bedoel ik, voor paragnosten en beoefenaren van andere aanvechtbare methoden die de minister evenmin wil uitsluiten: het getuigenverhoor onder hypnose, de leugendetector, het poppenspel en de narcoanalyse (psychoanalyse onder invloed van een narcoticum).

Het mag alleen in ‘zeer uitzonderlijke gevallen’, maar die zijn er genoeg in de wereld van de misdaad. Het belooft een dolle boel te worden op de politiebureaus.

„Mag ik de brigadier even spreken?” „,Helaas, die is net met de redactie van het RTL-programma Het zesde zintuig op een plaats delict, waar de aura van de dader nog rondhangt.” „Geeft u dan de adjudant maar even.” „Die zit te hypnotiseren en de ban mag niet verbroken worden.” „En de commissaris zelf?””Die is voor bijscholing naar een freudiaanse psychiater.” „Wat hoor ik toch voor lawaai op de achtergrond?” „Dat is onze leugendetector.”

Minister Opstelten leek me altijd een nuchtere man. Hoe kan zo’n man, met name waar het paragnosten betreft, denken dat de waarheidsvinding gediend is bij zoveel obscurantistische flauwekul?

Voor paragnosten zijn zaken van verdwijning of moord publicitair interessant. Ze bieden (valse) hoop en lopen serieuze politiemensen voor de voeten. Het resultaat is per definitie nihil. Nog nooit is een belangrijke zaak opgelost dankzij de bemiddeling van een of ander ‘medium’. Claims op dat gebied blijken bij nader onderzoek altijd dubieus. De paragnost heeft gewoon goed gegokt of gebruik gemaakt van bepaalde informatie.

Juist in de spectaculaire zaken treedt het falen van de paragnosten onbarmhartig aan het licht. Na de ontvoering van Gerrit Jan Heijn in 1987 kwamen er 2000 paranormale tips binnen die waardeloos bleken. Na de moord op Marianne Vaatstra maakten paragnosten in het tv-programma Het zesde zintuig een schets van twee mogelijke daders. Ook noemden de paragnosten letters en cijfers van het nummerbord van de auto’s waarin de daders (!) reden toen ze Marianne tegenkwamen.

Halverwege de vorige eeuw was het vertrouwen in de paragnosie nog zo groot dat een paragnost als Gerard Croiset er wereldfaam mee kon verwerven. Hij werd blindelings gesteund door hoogleraar parapsychologie Tenhaeff, maar dat bleek een wetenschappelijke broddelaar, die zijn carrière voor een belangrijk deel te danken had aan de ‘ontdekking’ van het medium Croiset.

Dankzij Tenhaeff kon Croiset zijn critici de mond snoeren. Zijn mislukkingen werden vergoelijkt. Hij heeft politie en publiek vermoedelijk duizenden verkeerde oplossingen op de mouw gespeld.

Legendarische anekdote: in een verkrachtingszaak uit 1950 in Arnhem meldde Croiset dat de dader ‘een abnormaal groot geslachtsdeel’ had. Dat bleek na arrestatie van de dader reuze mee (of tegen) te vallen. Croisets biograaf Pollack bedacht deze smoes: de dader was een kok die gebruik maakte van een grote, rode injectienaald (‘pekelnaald’) om pekel of bouillon in vlees te spuiten. Die naald was de penis die Croiset had gezien.

Ach, waar hebben we het over. Opstelten denkt dat helderziendheid bestaat, maar als dat zo was, zouden er geen loterijen meer zijn. Dan zou, om dichter in de buurt van Opsteltens belevingswereld te blijven, de VVD ook nooit met Wilders in zee zijn gegaan.

    • Frits Abrahams