'Nederlandse rechtspraak in top vijf van de wereld'

Amsterdam 22 Juli 2004 Advocaat, Strafpleiter, Toga, Rechter, Advocaten, Rechtbank, Strafrecht. ©MARK VAN DER ZOUW ©MARK VAN DER ZOUW/Hollandse H>

Aanleiding

Meer dan 500 rechters slaakten vorige week een noodkreet. Hun werkdruk is zo hoog opgelopen dat de kwaliteit van de rechtspraak onder druk komt te staan, zo schreven ze in het ‘Manifest van Leeuwarden’. Maar volgens Eric van den Emster, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, is er weinig reden tot zorg. „De Nederlandse rechtspraak behoort nog steeds tot de beste vijf van de wereld”, zei hij vorige week dinsdag in NRC Handelsblad. Klopt dit?

Waar is het op gebaseerd?

Desgevraagd stuurt een woordvoerder van de Raad voor de Rechtspraak weblinks naar onderzoeken van het World Economic Forum en het World Justice Project. Behalve het organiseren van bijeenkomsten over economische ontwikkeling stelt het World Economic Forum jaarlijks in september een ranglijst op van de 144 meest concurrerende economieën. Daarbij wordt ook gekeken naar het functioneren van de rechtspraak.

Non-profitorganisatie World Justice Project publiceerde eind oktober de Rule of Law Index, een vergelijking van 97 nationale rechtstelsels. Beide onderzoeken zijn de bron voor de uitspraak van Van den Emster.

En, klopt het?

Rechtspraakdeskundigen benadrukken dat internationale vergelijkingen op dit gebied lastig te maken zijn. „Dat soort onderzoeken zeggen mij niet zoveel omdat de nationale rechtssystemen nogal verschillen”, zegt Rinus Otte, bijzonder hoogleraar Organisatie van de rechtspleging aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat neemt niet weg dat Nederland in de studies die de Raad voor de Rechtspraak aanhaalt inderdaad goed scoort.

Volgens het World Economic Forum is de Nederlandse economie opgeklommen tot de op vier na meest concurrerende ter wereld. Enkele indicatoren in het onderzoek geven zicht op het functioneren van de rechtspraak. Op de belangrijkste daarvan, rechterlijke onafhankelijkheid, scoort Nederland een derde plaats, met alleen Nieuw-Zeeland en Finland voor zich. Ook op andere indicatoren scoort Nederland goed: doelmatigheid van geschiloplossing (8ste plaats), opkomen tegen overheidsregulering (3de plaats), bescherming van eigendomsrechten (9de plaats) en bescherming van intellectuele eigendomsrechten (5de plaats).

In de Rule of Law Index van het World Justice Project wordt gekeken naar het functioneren van het hele rechtsstelsel. Ook hier scoort Nederland op de acht indicatoren over het algemeen goed. De laagste score is een 14de plek op ‘orde en veiligheid’. Op de twee indicatoren die betrekking hebben op de rechtspraak, civiel recht en strafrecht, scoort Nederland respectievelijk een tweede en een zesde plaats. Van den Emster zal het zelf niet hebben nagerekend, maar het gemiddelde van al deze scores op het gebied van de rechtspraak is een vijfde plaats. Op basis van deze twee onderzoeken klopt zijn bewering dus.

Volgens hoogleraar Otte is er na enkele gerechtelijke dwalingen, vooral in 2005 na de Schiedammer parkmoord, veel geïnvesteerd in de Nederlandse rechtspraak. Het aantal zaken dat rechters moeten behandelen is in dezelfde periode juist flink gedaald. De kwaliteit is volgens hem dan ook eerder verbeterd dan verslechterd. De hoge werkdruk die rechters ervaren, komt volgens Otte vooral doordat er organisatorisch nog wel wat verbeterd kan worden. Bij de gerechtshoven bestaat ondertussen een flinke ‘overhead’ die niet het beoogde rendement oplevert. Eenvoudige zaken zouden volgens Otte prima kunnen worden afgehandeld door lagere juridische ambtenaren in plaats van door rechters.

Volgens hoogleraar rechterlijke organisatie Philip Langbroek van de Universiteit Utrecht scoort de Nederlandse rechtspraak qua snelheid bij de afhandeling van zaken internationaal in de middenmoot. Op betrouwbaarheid en onafhankelijkheid scoort Nederland ronduit goed. Volgens Langbroek is het tweejaarlijkse vergelijkend onderzoek van de Raad van Europa door de beperkte betrouwbaarheid van sommige landengegevens niet al te best, maar beter is er volgens hem niet. Daarom toch nog maar even kijken hoe Nederland in dit Europese onderzoek scoort. De Raad van Europa blijkt niet aan ranglijsten te doen. Wel duidelijk is dat Nederland over het algemeen goed scoort. Nederland geeft relatief veel uit aan rechtspleging en stelt verhoudingsgewijs het hoogste budget beschikbaar voor informatisering van de rechtspleging. Nederland is met Zweden, Noord-Ierland en het Verenigd Koninkrijk koploper in gesubsidieerde rechtshulp en zit ook in de top bij de gemiddelde hoogte van de rechtshulp. En Nederland heeft het hoogste aantal mediators per 100.000 inwoners in Europa (meer dan twintig).

Door het ontbreken van ranglijsten is het lastig om op basis van dit onderzoek te bepalen of Nederland in de top vijf scoort qua kwaliteit van de rechtspraak. Bovendien is het een Europees en geen wereldwijd onderzoek. Maar ook uit het onderzoek van de Raad van Europa blijkt in ieder geval dat Nederland op diverse indicatoren hoog scoort.

Conclusie

Voorzitter Eric van den Emster van de Raad voor de Rechtspraak baseert zijn bewering (dat de Nederlandse rechtspraak tot de beste vijf van de wereld behoort) op vergelijkende onderzoeken van het World Economic Forum en het World Justice Project. Rechtspraakdeskundigen waarschuwen dat het maken van dit soort vergelijkingen door de verschillen in de nationale rechtssystemen erg lastig is. Maar op basis van de onderzoeken waar Van den Emster zich op baseert, blijkt zijn bewering inderdaad te kloppen. Ook onderzoek van de Raad van Europa bevestigt dat de Nederlandse rechtspraak over het algemeen nog altijd hoog scoort, al wordt in deze studie niet met ranglijsten gewerkt. Al met al beoordelen wij de bewering dat de Nederlandse rechtspraak tot de beste vijf van de wereld behoort als waar.