Masker

Rond kerst en nieuwjaar wil je weleens aanbellen op een onbekend adres zonder te weten wat je binnen zou kunnen aantreffen en ontdek je dat we allemaal maskers dragen en vastzitten in rollen, te meer als je in vreemd gezelschap verkeert. Zodra je binnenkomt gaat er een masker op, eentje die past bij de nieuwe omgeving.

‘Wat leuk dat je er bent!’
‘Wat een mooi huis!’

Na de voorstelronde en de nodige grappen waarin iedereen zover als dat kan zijn eigen plekje binnen de nieuwe en tijdelijke – even hoor je bij elkaar - groep verovert, zegt iemand: “Zo en wie wil nu een verhaal vertellen? Het heeft geen zin om weg te duiken, iedereen komt een keer aan de beurt.”

Op dit soort momenten zou je kunnen gaan voelen dat je vast zit achter een masker; die van je eigen succesverhaal. Dat succesverhaal kan op vele manieren uitgelegd worden. Daar waar erom gevraagd wordt ben je zelfstandig en succesvol, daar waar er niet om gevraagd wordt ben je afhankelijk en onzeker, je bent het immers allemaal, maar wat je niet bent is een verhalenverteller of moppentapper. Je kunt wellicht veranderen van masker en een poging ondernemen, maar de wissel van de wacht zal langdurig en ongemakkelijk zijn en daarbij, je zal er naakt zijn, zonder masker en zonder rol, en in een vreemde omgeving komt je eigen ik je nog vreemder voor dan jezelf als derderangs moppentapper. Zodoende dwong ik mij gisteren in een rol waarvan ik niet wist hoe ik hem moest spelen, in plaats van me simpelweg te ontdoen van het masker waarachter ik mee naar binnen was gekomen, totdat ik op het geniale idee kwam om te vertrekken. Dat kon natuurlijk ook.

Onderweg naar huis wist ik niet of ik nu juist wel of juist niet iets geleerd had. Ik had mijn eigen masker – en daarmee mijn eigen ijdelheid – niet losgelaten. Wel kwam ik aan in een dankbaar, leeg huis dat stilletjes op me lag te wachten, zonder masker en zonder moppen, en dat was ook wat waard.

    • Sophie van der Stap