Maaltijdwensen voor Kerst

Morgen vieren we de gevolgen van de onbevlekte gevangenis van Maria, zoals ik een kind onlangs hoorde zeggen. De geboorte van Jezus wordt op allerlei manieren gevierd, maar toch vooral door veel te eten. In grote gezelschappen.

De voorliggende vraag is: wat zeggen we bij aanvang van de maaltijd? Eén antwoord luidt: we zeggen niks. Je wacht tot de gastvrouw of gastheer de eerste hap neemt en begint daarna zelf te eten. In de hogere milieus geldt dit als de enige goede manier om een maaltijd te beginnen. De wens „eet smakelijk” wordt in die kringen als burgerlijk ervaren en de wens „smakelijk eten” als intens burgerlijk. Het precieze verschil tussen deze uitdrukkingen is mij nooit helemaal duidelijk geworden.

U zou de maaltijd dus zonder wens kunnen beginnen, al dan niet na een gebed. Maar er zijn voldoende alternatieven voorhanden, ook om een maaltijd mee af te sluiten. In het verleden zijn daar wel lijstjes van aangelegd, maar de beste en leukste inventarisatie verscheen dit voorjaar in het tijdschrift Onze Taal. Jaap de Jong, hoogleraar in Leiden, besteedde toen enkele pagina’s aan eetspreuken, mede op basis van inzendingen van lezers. Alles bij elkaar presenteerde hij tientallen maaltijdwensen, oude en nieuwe.

De Jong concludeerde dat steeds meer mensen de maaltijd inderdaad zwijgend beginnen. Bidden en danken neemt af, maar er zijn wel diverse nieuwe spreuken, liedjes en rituelen voor in de plaats gekomen. Zo begint het eten in veel gezinnen met jonge kinderen met dit liedje: „Smakelijk eten, smakelijk drinken / Hap hap hap, slok slok slok / Dat zal lekker smaken! / Dat zal lekker smaken! / Eet maar op, drink maar op.” Daarnaast bestaan er diverse varianten op gebeden. Zoals: „Lieve God, ik hou het kort, anders stelen ze het eten van mijn bord”; „Lieve Heer, u weet dat ik u bemin, maar ik heb honger en ik hap erin!” en „Vader, Zoon, Heilige Geest, wie het vlugst vreet, heeft het meest.”

Nog enkele conclusies van De Jong: op vaste formules wordt vrolijk gevarieerd, bijvoorbeeld „smeet akelig”, „smaak etelijk” of „eet smakeloos”. Veel mensen wensen elkaar een goede maaltijd toe in een andere taal: bon appétit, buon appetito, enjoy, guten appetit, mahlzeit, mangiare! En Nederlanders hebben, ter afsluiting van de maaltijd, een voorkeur voor „taboevarianten op spijsvertering en stoelgang”.

Hier een kleine selectie. Eerst om de maaltijd mee te beginnen en daarna om de maaltijd mee af te sluiten. Iets zegt mij dat voorbeelden uit de rubriek taboevarianten op stoelgang minder geschikt zijn ter afsluiting van een kerstmaaltijd, maar wellicht zie ik dat verkeerd. En misschien zijn zelfs sommige startspreuken niet helemaal passend, maar ze komen voor en daar gaat het om.

Om mee te beginnen: Aanvalluh!; Sterkte; „Brand de bek voorzichtig”; „Prettige wedstrijd”; „Stik er maar in”; „Zet je riem maar op de vreethaak”; „Het gebed is er bij in gekookt.” Plus twee rijmende: „Eet smakelijk, maar niet te veel want anders word je akelijk.” En: „Eet ze met hapjes, drink ze met slokjes en stik niet in de brokjes.”

Ter afsluiting: „Zo, dat nemen ze me niet meer af”; „Ik zit erop en kan er met de vinger bij.” En de mooiste voor het laatst: „Knappe jongen die het eruit krijgt zoals het erin is gegaan.”

Taalhistoricus Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.

    • Ewoud Sanders