LEZERS OVER HUN OVERGETELIJKE KERST

Verbonden zijn

Als achtjarig jochie kwam ik in een pleeggezin met mijn oudere broer en zus en nooit zal ik die eerste Kerst vergeten. Bij het opstaan stond in de huiskamer een prachtig opgetuigde kerstboom met daaronder kleurige pakketjes. Op Kerstavond ontving ik mijn eerste schetsboek en kleurpotloden, allemaal voor mij. Het mooiste cadeau dat ik ooit kreeg. Het was als kind niet te bevatten, want daarvoor had ik nimmer een cadeautje ontvangen.

Tien jaar later werd mijn pleegvader ernstig ziek, hij had longkanker en er was al één long verwijderd. Op eerste Kerstdag moest er een dokter komen. Onze huisarts had die dag geen dienst en de plaatsvervangend arts wilde in eerste instantie niet langskomen. Toen hij uiteindelijk kwam, bleek hij jong en onervaren. Bij het beluisteren van mijn pleegvaders borst trok hij wit weg en belde meteen een ziekenauto. Toen de ambulance kwam, was mijn pleegvader reeds overleden. De kerstversiering werd in een paar minuten afgebroken en wat een feest had moeten zijn werden de donkerste en somberste Kerstdagen van mijn leven.

Nog steeds ben ik dankbaar voor het eerste kerstfeest, dat warme gevoel, de kaarsjes en presentjes. Als mijn vrouw en ik tijdens de feestdagen met familie en vrienden bij elkaar zijn geniet ik. Nu, bijna vijftig jaar later, denk ik dat hoogte- en dieptepunten, geboorte en dood onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. Kerst is voor mij een periode van samenzijn en afscheid nemen.

Amsterdam

Soms ga ik in gedachten terug

Wintertijd,winterfeesten,

soms ga ik in gedachten terug

naar onze kinderjaren

en jongvolwassenheid.

„Weet je nog die Kerst van toen

in barre oorlogstijd?”

Geen kerstkrans,geen kalkoen,

wel veel saamhorigheid.

Herinneringen,

ik kan ze niet meer delen,

mijn vroeger

is vergaan

opgegaan in rook.

Den Haag

Blubber in de Veluwe

Het was in de buurt van de Veluwe en het was een werkelijk prachtig gerestaureerde oude boerderij. Het uitzicht was ronduit schitterend en bovendien was het leuk voor m’n moeder. Ik had m’n twijfels, maar omdat ik wist dat je niet ieder jaar nee kunt zeggen zei ik ja. Ik wist ook dat ik er spijt van zou krijgen. Kerstfeest in een boerderij vlak bij de Veluwe. M’n broer vond het leuk dat ik kwam en ik moest ook zeker mijn hengel meenemen. Dat laatste moest ik niet vergeten omdat we dan lekker konden vissen. Dat ik misschien helemaal geen hengel had leek totaal niet bij hem op te komen, maar ik besloot dat het slimmer was daar niet over te beginnen, omdat hij er anders ook een voor mij mee zou nemen.

Het was kerstnacht en aardedonker toen ik arriveerde. De prachtige oude boerderij bleek uit de jaren zeventig te zijn en op m’n broer na lag iedereen al op bed. Het was half elf en Die Hard was op tv. Maar de grootste teleurstelling zou ik de volgende ochtend pas krijgen: het schitterende uitzicht dat mijn broer me beloofd had bestond namelijk volledig uit polders. In alle windrichtingen. Uitgestorven vlaktes vol halfbevroren blubber en halfdood gras.

De rest van de teleurstellingen kwam tijdens het ontbijt. Mijn nichtje had bedacht dat ik voor alles wat ik wilde een wachtwoord moest zeggen. Een wachtwoord dat ik natuurlijk niet mocht weten omdat het geheim was. Het plan van mijn broer voorspelde ook weinig goeds. Vissen in een soort greppel tegenover de boerderij. Het plan van mijn moeder was de kerstmarkt en dat van mijn schoonzus was boeren golf. Mijn plan, en tevens de enige oplossing met zo veel ellende in het verschiet, was dronken worden en rustig te wachten tot de Kerst voorbij zou zijn. Maar dat werd te negatief bevonden. En bovendien moesten we nog steengrillen. Dat laatste was waar. Ik had de Blokkerdoos al in de keuken zien staan.

Het was er koud en bezaaid met mensen die de kou ‘intens genieten’ vonden en een dag als deze een cadeautje noemden. Ook m’n schoonzus vond dit het echte leven. Ze noemde nog de zuivere lucht en de schitterende natuur, maar verzwikte daarna haar enkel zodat we gelukkig weer naar de auto mochten. M’n nichtje vond me inmiddels een stomme oom omdat ik alles deed zonder naar het wachtwoord te raden en ik had geen zin om voor de derde keer het principe van een wachtwoord uit te leggen en dus gaf ik haar gelijk.

Het was tenslotte Kerst en bovendien was ze nog geen zes. Niet lang daarna ging het zo hard regenen dat zelfs mijn moeder geen zin meer had om naar de kerstmarkt te gaan zodat we nog geen drie uur na het ontbijt weer in de prachtig gerestaureerde boerderij zaten om het noodplan voor het weekeinde op te stellen. M’n nichtje besloot irritant te blijven, m’n broer moest en zou vissen, m’n moeder koos ditmaal voor de braderie met kanonnenspektakel en line dance, terwijl mijn schoonzus hoopte morgen gewoon te kunnen boeren golfen. Het steengrillen en Die Hard II bleven uiteraard gewoon staan. Mijn noodplan, m’n spullen pakken en naar huis gaan, vond ik nog het best. Het is een leuke familie. Maar niet in een polder ergens vlak bij de Veluwe.

Dordrecht

Het kindje in de juskom

Het zetten van de kerststal was een serieuze aangelegenheid in de jaren 50. De herders lagen nog in het veld en de drie koningen waren wel al vertrokken, maar nog op grote afstand. Deze stonden dan ook aan het einde van het dressoir en werden elke dag een stukje verplaatst. Als ze te dichtbij kwamen voor het 6 januari was, werden ze een paar passen teruggezet.

Het kindje mocht nog niet in de kribbe. Het is immers nog niet geboren. Maar waar laat je het kindje tot die tijd? „Ik leg hem in de juskom van het goede servies; help je dat onthouden?”, vroeg mijn moeder. Ik knikte. Ik had een belangrijke taak. Als jongste mocht ik nog niet mee naar de nachtmis, maar na de mis werd ik uit bed gehaald en dan mocht ik het kindje in de kribbe leggen.

Voor de Kerst bracht de pastoor een van zijn gebruikelijke bezoeken. Zodra ik hem ontwaarde, riep ik hem al van verre toe „Het kindje ligt in de juskom.”

Capelle aan den IJssel

    • Taco Borger
    • Arnold Nieuwendam
    • Rita Rotthier
    • Bettie van Veen