LEZERS OVER HUN OVERGETELIJKE KERST

De mooiste, maar ook ergste

Heel vaak is de avond voor de Kerst een van de prettigste avonden van het jaar. Dan wordt er bij ons geëvalueerd en nieuwe hoop uitgesproken voor komende tijden. De kerstboom staat altijd in volle glorie te pronken.

Dit jaar waren we echter maar samen, mijn vrouw Elly en ik. De kerstboom was nog naakt. Somberheid was duidelijk troef, we hadden net onze jongste zoon verloren en waren niet geheel in de juiste stemming.

Op mijn vraag ‘hoe moet dat nou verder met die boom?’ werd ik aangekeken met een heel vreemde, nietszeggende en enigszins meewarige blik. Ik voelde duidelijk het verwijt dat ik niks gedaan had en zweeg maar. „Ga jij nou maar slapen, je zult morgen wel zien.” Eerlijk gezegd kwam mij dat wel goed uit, ondanks alles was het toch wel een aardige avond geworden en dacht ik zie het wel.

Ik heb Elly niet meer naar bed horen komen en ben bijtijds opgestaan om voor het kerstontbijt te zorgen. Beneden gekomen wist ik niet wat ik zag, de kerstboom was van onder tot boven versierd met witte strikken. Alle linten die aan de bloemstukken van de condoleance en de crematie hadden gezeten heeft Elly ’s nachts (en waarschijnlijk vele andere nachten) tot grote strikken gemaakt en in de kerstboom gehangen. Praktisch van alle strikken waren de namen leesbaar, ook die van ons kind. Nou ja, kind, hij werd 37 jaar, maar toch blijft het je kind. Ik was volledig sprakeloos en heb op mijn gemak staan janken, zoveel liefde en emotie, wat moet dat een werk zijn geweest.

Even later kwam ze zelf naar beneden en hebben we het nog even dunnetjes overgedaan en de tranen liefdevol laten gaan. In elk geval kon deze Kerst niet meer stuk, ondanks het gemis van ons kind. Voor ons was dit de meest memorabele, mooiste en zeker ergste Kerst.

Capelle aan den IJssel

Het mes snijdt tot het bot

De gedachten wachten in de marinade. / Diepgevroren nog is het laatste woord / maar het vuur brandt onder elke verse zin.

Al wat wij wensen schaart zich rond de tafel. / Het glas fonkelt als een sterrennacht boven / de lieve vrede in versierde klanken.

Wat je ziet, hoor je niet. De oogopslag, de / neusvleugels die trillen, de trek aan de sigaret, een neergetrokken mondhoek die begroet.

Dan vloeit de wijn; het gekookte bloed jaagt / elke moraal uiteen. Het mes snijdt tot het bot. / We blijven bijeen; rond de tafel maar alleen.

De koffie is heet en bitter. De woorden worden / gewassen van het familieservies. De ziel is gehecht. Een kort geluk is ons weer ontzegd.

Amsterdam

Kwade dronk

Waar kijk je naar uit als de Kerstdagen in aantocht zijn? Je huis decoreren met leuke spullen, het lekker gezellig maken. Een heerlijk vooruitzicht.

Maar hoe kun je je hierop verheugen als elk kerstfeest verziekt werd door overmatig drankgebruik van je vader? Een beetje joligheid kan geen kwaad, maar dit was een kwade dronk. En een behoorlijke ook.

Toen ik nog een jaar of acht, negen was dacht ik, wat doet papa raar, geen idee wat het was. En wat hij had. Pas later werd het me duidelijk. Het werd ook steeds pijnlijker en lastiger. En dat dan bijna elke week. De goede man werkte hard, had stress, kon nergens over praten en zocht het in de alcohol. Thuis of elders. Elke visite, elk feestje en dus ook Kerst, altijd was het raak.

Hoe zeer wij ook ons best deden, ieder jaar probeerden we het opnieuw. Naïef, maar ook omdat we de hoop bleven koesteren dat dit ooit eens zou stoppen.

In mijn gezin is het min of meer verboden om dronken te worden. Zeker in het bijzijn van anderen. Die schaamte ben ik helaas nooit te boven gekomen. Een boze dronken vader, dat is erg als je kind bent. Maar ook als je ouder wordt. Telkens maar weer die hoop dat het stopt. Een kind is net een trouwe hond, die blijft zijn baas (lees: vader) trouw. Hoe erg het ook was. En natuurlijk de schijn ophouden. Maar die schaamte is gebleven.

Me verheugen op Kerst, neen, dat kan niet meer.

Frankrijk

When in Melbourne...

December 1960. We moesten allemaal een feesthoedje op, behalve mijn jongste broer, die zei niet „voor lul” te gaan staan. Jaja, het was omdat Alice, zijn prille verkering, net over het gazon aan kwam lopen en ik, terwijl ik ineens zin had om mijn tanden te poetsen, hem aantrof in de badkamer waar hij toch zeker een kwartier bezig was geweest om de populaire rock-’n-roll-lok in zijn haar te krijgen.

We wilden onze buren laten zien dat we echt wel ingeburgerd waren, en toen die Aussies met hun hoedjes aankwamen hebben we die op onze kop gezet. Kom op zeg, het is Kerstmis en when in Melbourne: do as the Aussies do. Mijn moeders hoedje, babyroze, stond haar geinig. Ze schudde dan ook koket met haar krullen en op mijn vaders kale hoofd wiebelde het hoedje feestelijk mee met het achteroverslaan van het zoveelste biertje. Er werd veel gelachen, gegild en flink ingenomen, per slot van rekening was het feest.

Inmiddels had ik, zo nuchter als een kalf want veertien jaar, mijn hoedje „even afgezet” omdat het zo warm was, leunde verveeld tegen mijn oudere broer (geel hoedje) die, in de ene hand een biertje, in de andere hand de barbecuetang, mij van zich afduwde: „Ga es wat doen, zorg jij voor de muziek.”

De speakers werden naar het bordes gesjouwd. Ik draaide de volumeknop helemaal open en ik had toch niet kunnen weten dat mijn vader en moeder, zich in elkaars armen stortend, tranen vergietend, op dat moment NIET meer twijfelden, een besluit namen: We Gaan Terug!

Johny Jordaans stem schalde over de zonovergoten tuin: „Als met Kerst de Torenklokken luiden, wordt het stil bij ons in de Jordaan...” Zes weken later zaten we met z’n allen op de ‘Aurelia’, het schip dat ons terugbracht naar Nederland.

Breda

    • Cora Duin
    • Harmen van der Heide
    • Kim Sanders
    • Erna Zuidgeest