Kussen onder de maretak

Voor Kerst houdt Engeland al 150 jaar zijn mistletoeveiling. Maar de maretak met de besjes is nog moeilijk te oogsten, nu de traditionele Engelse appelboomgaard waarin de half-parasiet gedijt, dreigt te verdwijnen. En dus staat de kerstkus onder druk.

Maretakken met de kenmerkende witte besjes. Foto’s Titia Ketelaar

Met zijn notenhouten wandelstok wijst Reg Farmer over het veld. Zo ver je kijkt, staan er zakken met maretakken. De kleine doorzichtige, paarlen besjes glitteren in de winterzon. Hier, in Tenbury Wells, tussen de heuvels van Worcestershire, Shropshire en Herefordshire, komen boeren en kopers al 150 jaar op de drie dinsdagen voor Kerst samen voor de enige mistletoeveiling van Engeland.

Maar er worden steeds minder maretakken geoogst, en daardoor dreigt de typisch Engelse traditie van de kerstkus te verdwijnen. Iedereen die rond Kerst onder een mistletoetak doorloopt, mag worden gezoend. „Toen ik jong was, was het de enige manier om een meisje te kussen”, grinnikt de 84-jarige Farmer, voorzitter van de Tenbury Mistletoe Association. „Sterker nog, ze verwachtten dat je dat deed.”

Het is niet zo dat de maretak uitsterft. In tegendeel, vertelt plantkundige Jonathan Briggs, dé mistletoedeskundige van Engeland. De plant, de halfparasiet viscum album, rukt juist op in gebieden waar hij eerst niet groeide, vermoedelijk door klimaatopwarming of door de overwintering van Duitse zwartkoppen. Die vliegen niet meer naar het zuiden, maar overwinteren sinds een aantal jaar in Engeland en zijn „zeer efficiënte verspreiders” van het zaad. Vogels eten de bessen van de maretak, vegen vervolgens hun kleverig geworden snavel af op takken en plakken daarmee het zaad op de boom.

Maar die bomen kunnen populieren zijn of lindes. Hoog dus, en ze staan vaak in niemandsland of parken. „Het gaat niet om de soort die uitsterft, maar om de oogst”, zegt Briggs.

Mistletoe is een onkruid, en werd pas een gewas toen de Engelsen in de negentiende eeuw Kerst standaardiseerden. Christelijke elementen, werden verbonden aan Noordse en Keltische tradities. Uit die tijd stammen ook andere kersttradities als de versierde kerstboom en de kerstkaart. En de maretak past hierin: „Het is al duizenden jaren een markering van de winter. De plant valt pas op zodra de bladeren vallen en je hem met zijn opvallende witte bessen in de boom ziet zitten.”

De kern van het probleem, zegt Briggs, is de ondergang van de traditionele Engelse appelboomgaard met oude, verweerde bomen. Omdat appelbomen lager zijn – op oogsthoogte – kan de maretak daar makkelijk worden geplukt. De boer moet bovendien wel. Als de halfparasiet niet wordt gesnoeid, raakt de boom overwoekerd en sterft hij uiteindelijk.

En de maretak tiert welig in oude appelboomgaarden. „Of je nu wilt of niet, mistletoe komt er voor. De plant houdt van appelbomen”, zegt Briggs. Waarom dat is, is „een bron van verbazing”.

Alleen zijn er steeds minder dergelijke appelboomgaarden in Engeland. De grote ciderbrouwerijen tolereren de half-parasiet niet, en halen hem weg voordat hij kan groeien, of hebben zulke jonge bomen dat de maretak zich er niet vestigt. Maar ook boeren en burgers zijn schuldig, vertelt Mike Collins van de National Trust. De Britse natuur- en monumentenorganisatie voert sinds drie jaar campagne voor het behoud van de appelboomgaard.

„Sinds de jaren vijftig is er een dramatisch verval aan de gang. Veel boomgaarden zijn bebouwd of in ponyweides veranderd”, zegt hij. In heel Engeland is 60 procent verdwenen, in Kent en Devon is zelfs negentig procent van de boomgaarden verloren gegaan. „Ze zijn slachtoffer van onze wens om het hele jaar rond appels te eten. We begonnen appels te importeren.” Ook werden er steeds minder regionaal gebrouwen ciders en appelsappen gedronken.

En dat terwijl Engeland „een appelwereldmacht” was. „Ik kijk uit op een boom met Bath Beauties. Die groeien nergens anders in het land. Ooit hadden we 4.000 verschillende soorten, maar in de supermarkten vind je nu slechts een dozijn soorten. Appels waren ons equivalent van de Franse regionale wijnen.”

In de herfst werden de appels geoogst, in de winter verkochten boeren de mistletoe om hun inkomen aan te vullen. Maar de kleine boomgaarden waren „lastig” bij te houden. „Er was veel papierwerk in vergelijking met wat het opleverde. Boeren beseften dat ze meer konden verdienen door het land te verkopen, of er iets anders mee te doen.”

En het is niet alleen de kerstkus die daaronder lijdt. Collins wijst op het verdwijnen van bijen, vlinders, motten en mossen. En op het verlies van andere culturele tradities als ‘wassailing’.

Daarbij gingen dorpelingen in januari de boomgaarden af om fruitbomen toe te zingen (en drinken) om zo boze geesten weg te drijven en een goede oogst te krijgen. „Pas de laatste jaren is er weer vraag naar oude appelsoorten en regionale cider, maar voor we tradities weer terugkrijgen zijn we jaren verder.”

Want de boer moet een maretak niet alleen laten groeien en uiteindelijk snoeien, maar ook managen. Reg Farmer wijst naar een van de balen op de veiling: de zak zit vol takken met besjes. Het is wat je met Kerst wilt. Maar hij noemt het streng „lui snoeien”. „Je hebt voor de helft mannelijke takken nodig, en voor de helft vrouwelijke”, legt hij uit. Alleen de vrouwelijke dragen bessen, en leveren geld op. Maar door de mannelijke, die zich het diepst in de boom graven, te laten zitten, vernietig je de boom. „Het netto effect is dat de maretak de boom uiteindelijk overwoekert.”

Die kennis gaat, met de appelboomgaarden, verloren. Op zijn wandelstok drukt Farmer een van de besjes plat, en doet voor hoe je die in een tak kunt wrijven. „Het duurt drie tot vier jaar voor je door hebt of de mistletoe in de boom zit”, zegt hij.

Op de veiling ligt dit jaar veel import, met name uit Frankrijk. Daar bloeit de maretak volop. Maar ook dat is schijn, zegt Farmer: de Franse mistletoe kan welig tieren doordat boomgaarden worden verwaarloosd. „Dus over twintig jaar zijn die ook verdwenen.” En de kwaliteit van de Europese maretakken is minder, zeggen de Engelsen.

Het is aan de prijs te merken. Die lag tien jaar geleden nog op 40 pond per tien kilo (49,50 euro), vertelt veilingmeester Nick Champion. In hun loden jassen en op modderige laarzen staan de kopers – agenten voor grote tuincentra, kleine bloemisten, een enkele particulier – afwachtend toe te kijken. Ze warmen zich aan zware, zwarte thee en witte boterhammen met spek. Eerst veilt Champion hulst, dan de balen met maretakken. De prijs blijft steken op 24 pond.

Gunstig voor de kopers – een klein takje kan in Londen al voor 3, 4 pond verkocht worden. En er zijn veel takjes uit één baal te halen.

    • Titia Ketelaar