Kun je lezen wat ik zeg?

Handig voor doven: de bril die gesprekken ondertitelt met software voor spraakherkenning. Gemaakt door een stel Nederlanders.

Salt Lake City, Utah, USA --- USA, Utah, Salt Lake, Man in front of blackboard with drawing depicting speech bubble --- Image by © Jessica Peterson/Tetra Images/Corbis © Jessica Peterson/Tetra Image>

Redacteur Technologie

De studente die tegen me spreekt, is ondertiteld. Letters zweven onderin mijn blikveld. Ik doe net of ik haar niet hoor, want ik ben zogenaamd doof.

Vier studenten taalwetenschap hebben afgelopen vrijdag hun tests afgerond met een virtualrealitybril voor doven. De bril moet doven helpen om gesprekken te volgen. Als de bril nog verbetert, kan het ding bij de dokter, bij de slager of op visite de woorden van de spreker op de brillenglazen projecteren. Zodat, ergens op borsthoogte, de letterlijke Nederlandse tekst verschijnt.

Bedenker van de dovenbril (die officieel ‘SpraakZien’ heet) is natuurkundige Michiel van Overbeek. Binnen nu en twee jaar wordt hij waarschijnlijk geheel doof, nu hoort hij nog een beetje met één oor. Hij lijdt aan de ziekte van Ménière, een niet goed begrepen aandoening waarbij het binnenoor beschadigd raakt. Patiënten hebben aanvallen van duizeligheid, oorsuizen en gaan steeds slechter horen.

Drie jaar geleden bedacht Van Overbeek dat een ondertitelbril hem en andere doven zou kunnen helpen. Met twee vrienden richtte hij de OorZaak op om de bril te ontwikkelen, een maatschap zonder winstoogmerk. Het drietal werkt in deeltijd en uit eigen portemonnee aan hun project.

Ze konden hun idee pas dit jaar in de praktijk brengen, vertelt Barend Nieuwendijk, de bedrijfskundige van de OorZaak. „Toen bracht Epson in Japan opeens een virtualrealitybril op de markt die maar 800 euro kost.” Tot dan toe kostten zulke brillen 10.000 euro. De OorZaak koppelde de bril aan commerciële spraakherkenningssoftware van het Amerikaanse bedrijf Nuance. Om de bril geschikt te maken voor dovenondertiteling paste het bedrijf de software aan. Zo werd bijvoorbeeld voorkomen dat een ondertitelde spreker in beeld gaandeweg kopje-onder zou gaan in zijn eigen, steeds maar langer wordende spreektekst.

De afgelopen maand zijn de eerste tests gedaan met de bril. 25 ‘plotsdoven’ (mensen die op volwassen leeftijd in korte tijd doof zijn geworden) kwamen naar de Universiteit Leiden, waar vier studentes taalwetenschap de tests afnamen.

De OorZaak wil de uiteindelijke resultaten nog niet vrijgeven, wel de stand van zaken nadat 16 plotsdoven getest waren. Op voorleestests scoorden de proefpersonen 83 procent mét bril, tegen 27 procent zonder bril. Een enorm verschil – maar de plotsdoven hadden dan ook voor de gelegenheid hun gehoorapparaat of cochleair implantaat (CI) uitgezet. „Dat het verschil in de test zo groot is, is eigenlijk logisch”, zegt hoogleraar linguïstiek en fonetiek Vincent van Heuven, een van de projectleiders bij de Leidse universiteit.

Als drie van de vier studentes de bril op een namiddag demonstreren in een zaaltje op de universiteit, blijkt al snel dat de bril haast foutloos kán ondertitelen. Maar dan moet de spreker zich wel aan strakke regels houden.

De bril die ik draag, is zwart en zwaar – ik buig mijn oren om te voorkomen dat hij van mijn hoofd glijdt. Voor me zit studente Myrthe Wildeboer in een microfoon te praten, met een laptop ernaast. De software is eerder al 40 minuten lang getraind op haar manier van spreken. Omdat de letters op de brillenglazen wit zijn, zit ze voor een donkergroen schoolbord. Ze spreekt zinnen uit als in een dictee, inclusief leestekens: ‘de dames waren op weg naar de markt punt’. De tekst verschijnt na 1 of 2 seconden op de bril, met niet meer dan één misser in elke paar zinnen.

De studentes hielden met hun proefpersonen ook korte interviews. Dan blijkt hoeveel een dagelijks gesprekje afwijkt van een dictee. ‘Waar komt die foto’ verschijnt op de bril. Wildeboer had ‘Waar komt u vandaan’ bedoeld.

In de praktijk leren de proefpersonen rekening te houden met de frequente verhaspelingen, zeggen de studentes, en de doven leiden de betekenis af uit de context. Maar soms is dat onmogelijk. De briltekst ‘als wat mag vragen’ was eigenlijk een bondige vraag naar mijn beroep: ‘Als wat, mag ik vragen?’ De proefpersonen zagen de logge bril nog niet als vervanging van hun gehoorapparaat of implantaat, maar misschien wel als aanvulling. „Veel proefpersonen zouden er nog niet mee over straat willen”, voegt studente Maartje Lindhout toe. Maar in een stille omgeving, met een bekende die bereid is om de software te trainen en langzaam te spreken, zou de bril al te gebruiken zijn, denkt ze.

„Van Overbeek zet het prototype al weleens op bij onze vergaderingen”, zegt Barend Nieuwendijk van de OorZaak. Het team ziet vooral mensen als doelgroep die op late leeftijd doof worden, zodat ze niet meer goed leren liplezen of gebarentaal verstaan. Een bril zou de tijd kunnen overbruggen waarin zij op een cochleair implantaat (CI) wachten en eraan wennen. Bovendien hebben sommige doven een afwijking waarvoor een CI geen oplossing biedt.

Alleen is de bril voor hen nu nog niet praktisch, om drie redenen. De bril is, zoals gezegd, zwaar. De software is nog zo gecompliceerd dat die niet op een smartphone kan draaien: je hebt er een laptop voor nodig. En ten slotte moet de spreker in een microfoon praten.

De makers van SpraakZien willen richtmicrofoons in de bril aanbrengen. En ze verwachten dat commerciële spraaksoftware en brillen snel zullen verbeteren. Onder andere Google werkt eraan. „Als een ander bedrijf zo’n bril op de markt brengt, is het ook niet erg. Als hij er maar komt.”