Kinderhandel niet voldoende gemeld

Het aantal minderjarige slachtoffers van mensenhandel is waarschijnlijk groter dan uit officiële gegevens blijkt. Dat concludeert de Nationale Rapporteur Mensenhandel, Corinne Dettmeijer, in het rapport Mensenhandel in en uit beeld dat ze vandaag heeft aangeboden aan minister Opstelten (Veiligheid en Justitie).

Organisaties die verplicht zijn om slachtoffers van mensenhandel te melden, zoals politie, marechaussee en Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, komen die verplichting lang niet altijd na. Organisaties die werken met minderjarige slachtoffers, zoals Bureau Jeugdzorg en Nidos melden niet of niet altijd. In 2011 was 16 procent van de slachtoffers minderjarig. Van de geregistreerde slachtoffers is bijna 40 procent vrouw tussen 18 en 23 jaar.

Het aantal slachtoffers van mensenhandel dat door CoMensha, het Coördinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha), wordt geregistreerd, steeg tussen 2007 en 2011 van 716 naar 1.222. Dat betekent volgens de Nationaal Rapporteur dat mensenhandel steeds beter herkend wordt. De aantallen zeggen niets over de totale omvang van de mensenhandel, meent Dettmeijer. Daarop bestaat nog altijd geen zicht.

De Criminaliteitsbeeldanalyse seksuele uitbuiting 2012 schatte het aantal slachtoffers van seksuele uitbuiting in Nederland in 2011 op ruim 13.000. De Stichting FairWork 2012 raamde het aantal slachtoffers van mensenhandel in Nederland onlangs in het rapport Verborgen Slavernij in Nederland op 30.000: 9.000 slachtoffers van seksuele uitbuiting, en 21.000 slachtoffers van overige uitbuiting in bedrijfstakken als de land- en tuinbouw, slachterijen en bouw. De Nationaal Rapporteur noemt die cijfers „onbetrouwbaar”. De aannames in de rekenmodellen kloppen niet. De cijfers zijn niet meer dan een slag in de lucht.