Iedereen helpt, gewoon omdat ze willen helpen

Moslims, christenen en activisten werken samen om asielzoekers op te vangen. „Behandel een ander zoals je zelf ook behandeld wil worden.”

Nederland, Amsterdam, 14-12-2012. Asielzoekers die voorheen op de Notweg in Amsterdam een kamp hebben opgezte zitten nu al enige tijd in de gekraakte Sint Josephkerk in Amsterdam West (er is overigens een overeenkomst met de eigenaar om er enige tijd te blijven). Foto: Olivier Middendorp

’s Avonds, nadat het tentenkamp van uitgeprocedeerde asielzoekers aan de Notweg werd ontruimd, zette de politie 96 van de 106 aangehouden asielzoekers op straat in de Bijlmermeer.

Die avond, zegt Marijke Cruisifix van actiegroep Vrouwen Tegen Uitzetting, heeft ze nog nooit zoveel rondgereden in haar autootje. „Tussen de Bijlmer en adressen waar we de mensen konden onderbrengen.”

Die avond begon filmmaker Annerike Hekman druk te bellen – op zoek naar een slaapplaats voor een kleine honderd mensen. Ze kwam uit bij de Vondelbunker, een voormalige atoomschuilkelder uit 1947. Daar zwaait cultureel collectief Schijnheilig de scepter. Ernst van Schijnheilig zei dat ze welkom waren.

Die avond werd ook Ingeborg Baltussen gebeld door een kennis van de ChristenUnie. Baltussen werkte vroeger voor D66 en is nu ondernemer. Of D66 nog iets van plan was te doen aan al die op straat gezette asielzoekers. „Wat D66 doet weet ik niet”, zei Baltussen, „maar ík kom.”

De dag erop zag Jan Wolsheimer van de evangelische gemeente Cama Parousia in Woerden op de timeline van zijn Twitteraccount dat zijn vrienden zich aan het mobiliseren waren om te helpen. Hij reed naar Amsterdam. „Er waren heel veel mensen aan het werk”, zegt hij, „maar er stond nog geen fatsoenlijke organisatie”.

Weer een dag later, zondag, kraakte het Studenten Kraakspreekuur de verlaten Jozefkerk in Amsterdam-West (voorheen Klimhal Tussen Hemel en Aarde). Er werden bedden en dekens gebracht en ’s avonds hadden ze zelfs een heuse perswoordvoerder, Trouw-journalist Wilfred van de Poll.

Zo was in een paar dagen tijd uit een relatief klein, taai groepje activisten op het tentenkamp – met argusogen bekeken door de gemeente – een grote coalitie van hulpverleners, kerkgenootschappen, krakers, moskeeorganisaties, actievoerders en individuele betrokkenen ontstaan die zich bezighoudt met de asielzoekers in wat nu de Vluchtkerk heet.

En zij zijn op hun beurt weer een klein bataljon uit het legioen van vrijwilligers en (semi-)professionals die zich bekommeren om de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Waarom ze het doen? Omdat ze willen helpen.

Toen het kamp aan de Notweg nog maar uit een paar tenten bestond, kwam er hulp op gang vanuit de Blauwe Moskee om de hoek. Verschillende islamitische organisaties verenigden zich, met Nourdeen Wildeman als woordvoerder. „De asielzoekers waren letterlijk buren van de moskee”, zegt hij. „En ze waren duidelijk in nood. Dan heb je als moslim de verantwoordelijkheid te helpen.”

De groep zorgde voor legertenten, stretchers, dekens, stellingkasten en opbergbakken voor voedsel. De Blauwe Moskee opende de deuren voor vrijwilligers om te vergaderen. Een Turkse moskee zorgde voor een dagelijkse warme maaltijd. Wildeman: „We werkten samen met iedereen. Onder de asielzoekers waren veel moslims, maar ook christenen. We hielpen iedereen, natuurlijk.”

Is het een nieuwe trend, die multiculturele en oecumenische saamhorigheid? Nee, zegt Lucas Meijs, bijzonder hoogleraar vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit. „De groepen zijn niet nieuw, ze worden nu alleen zichtbaar.” Moslims doen al veel vrijwilligerswerk, maar vooral voor de eigen groep, zegt hij. „Nu traditionele vrijwilligersorganisaties kleiner worden, zoals de kerkgemeenschappen, springen zij in dat gat als ze geconfronteerd worden met ellende.”

In Rotterdam is geen tentenkamp. „Omdat we hier de Pauluskerk hebben”, zegt Dick Couvée, dominee van de Pauluskerk. Hij riep in oktober al op tot een sobere ‘bed, bad en brood’-regeling voor de naar schatting 20.000 buitenlandse daklozen in Rotterdam. Couvée vindt het zijn christelijke opdracht om te helpen. „De gulden regel is: behandel een ander zoals je zelf ook in die situatie behandeld had willen worden.”

Het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt geeft vooral maatschappelijke hulp maar heeft slechts enkele kamers. De zusters van moeder Theresa helpen zeer kwetsbare vrouwen, vaak met kinderen. En er zijn een handvol particulieren die hun logeerkamer beschikbaar stellen. Couvée: „En dan heb je het wel gehad.”

Maar ook particulieren zetten zich in. Zwanny (68) en Eelke (68) Visser uit Musselkanaal vingen de afgelopen tien jaar tientallen asielzoekers op in hun huis, Huize Plexat. Al 27 jaar hebben ze pleegkinderen. Zwanny: „Zolang we in dit huis wonen, nu 26 jaar, hebben we de wc en de douche niet voor onszelf gehad.”

De asielzoekers kwamen na een artikel in de plaatselijke krant over een Afghaans gezin. Eelke: „Wij hadden de logeerkamer leeg. Dan kijk je elkaar aan.” Toen kwam een Afghaans gezin met twee kinderen. Daarna „hadden we van alles in huis”, zegt Zwanny. „Christenen, moslims. Alleen Somaliërs had ik niet graag. Die maken er al snel een smeerboel van.”

Sinds deze maand hebben ze niemand. Het komende jaar willen ze even rust. Zwanny kijkt daar naar uit: „We konden nooit weg. Nu kunnen we er zelf eens een keer op uit.”

De eerste dagen ging iedereen in de Vluchtkerk aan het werk met praktische zaken. Bedden, kleren, verwarming, voedsel, kasten, wandjes om de de bewoners wat privacy te geven. „Het duurde een paar dagen”, zegt evangelist Jan Wolsheimer, „voordat we elkaar aankeken en vroegen: wie ben jij eigenlijk en waar ben je van?” Rond de kerk bleek zich, met behulp van sociale media, een groep te hebben geformeerd van zo’n honderd vrijwilligers.

De actievoerders van het eerste uur – Jo van der Spek die zich in de jaren 70 al uit protest vastketende aan de hekken rond militaire bases, en de vrouwen van Vrouwen Tegen Uitzetting – keken eerst een beetje afwachtend naar de nieuwkomers. Zíj hadden maandenlang geploeterd om het dagelijks leven in het tentenkamp draaiende te houden, en nu werd de boel overgenomen door jonkies als Van de Poll en Hekman van eind 20, begin 30. Maar dat is nu over.

Wolsheimer kreeg vrij van de oudsten van zijn Woerdense kerkraad en is bijna elke dag in de Vluchtkerk geweest. „Vanuit onze evangelische hoek moesten we ook even wennen, maar nu werken we goed samen met moslims, studenten, kunstenaars, actievoerders en zelfs met krakers. Niemand claimt dit, daarom loopt het.’’

    • Sheila Kamerman
    • Bas Blokker