Homo digitalis mobilis: verslaafd, altijd en overal

Nederland telt in Europa de meeste smartphones per inwoner. De Slow Tech-beweging waarschuwt dat we op onze telefoon gegijzeld zijn door sociale media. Dat maakt ons dommer en improductief.

Geen rust in je kop? Wil je niets missen van de stroom online nieuws, mail, statusupdates en tweets? Grijp je bij elke ping naar je telefoon, om te checken of er nog volgers of likes bijgekomen zijn?

Gefeliciteerd. Je valt in de categorie homo digitalis mobilis. Verslaafd aan sociale netwerken, apps en berichten. Altijd en overal.

Nederland verandert door de manier waarop we gebruikmaken van mobiele technologie. We hebben de hoogste smartphone-dichtheid van Europa en ruim 7 miljoen Facebookgebruikers. Je hoeft maar om je heen te kijken op een vergadering, een congres, in een klaslokaal of in een treincoupé om te zien hoeveel mensen verdiept zijn in hun telefoons. Fysiek aanwezig zijn ze wel, maar in hun hoofd compleet ergens anders.

Volgende maand verschijnt het rapport De zwarte kant van sociale media, dat de bezwaren van de Slow Tech-beweging verwoordt. Het is een handzame samenvatting van een ideologie die waarschuwt voor de gevolgen van excessief gebruik van mobiel internet en sociale media.

„We zijn verslaafd geraakt aan digitale snacks en moeten op dieet”, zegt onderzoeker Sander Duivestein van het Verkenningsinstuut voor Nieuwe Technologie. Voor hem op tafel liggen een laptop, een iPad en een smartphone. Ook ik ben verslaafd, knikt hij. „Een computer kun je nog dichtklappen, maar de telefoon blijft altijd aan, is onmisbaar en opdringerig. Mijn beste ideeën komen onder de douche – de enige plek waar ik rustig kan nadenken zonder telefoon in de buurt.”

Wetenschappers publiceren al een tijdje over de manier waarop het digitale tijdperk ons gedrag verandert. In Alone Together (2010) beschreef Sherry Turkle jongeren die meer dan 3.000 berichten per maand versturen, maar geen fatsoenlijk gesprek kunnen voeren. In The Shallows: what the internet is doing to our brains (2010) waarschuwde Nicolas Carr dat we oppervlakkiger en dommer worden omdat we onszelf geen tijd gunnen dat spervuur aan korte informatieflitsen te verwerken.

De Slow Tech-beweging bleef tot voor kort beperkt tot academici en criticasters als Andrew Keen die waarschuwt voor oeverloos narcisme op Facebook. Zijn boek Digital Vertigo is net vertaald in het Nederlands. Maar inmiddels is er ook een Slow Web-beweging, die afstand neemt van het jachtige realtime internet en lezers tijd wil geven om de informatie te absorberen met langere stukken. En technologiebedrijven vragen zich af of we niet te ver zijn doorgeschoten in de mobiele rage. Softwaregigant Microsoft publiceerde een onderzoek naar multitasking en wat bleek: mensen zijn helemaal niet zo goed in het gelijktijdig uitvoeren van meerdere taken. Als we tijdens ons werk gestoord worden door mail, Facebook of Twitter duurt het lang voordat we weer aan de slag zijn.

Joe Kraus, een internetinvesteerder die voor Google werkt, waarschuwt voor de ongezonde relatie met onze telefoon. „In het tijdperk van de pc waren we enkele uren per dag online. Maar met smartphones checken we gemiddeld 27 keer per dag of er iets nieuws is. We worden er dommer en minder productief van.”

Kraus pleit voor één mediavrije dag per week. Zo train je niet alleen je kortetermijngeheugen, maar ook het vermogen om nieuw verworven kennis echt te verwerken. Dat vergt tijd. Hij vergelijkt de dwangmatige controle op nieuwe berichten met gokgedrag in casino’s. Zelfbeheersing is het enige antwoord.

Dus grijp niet telkens naar je telefoon als je even vijf minuten voor jezelf hebt. Omarm verveling. Een dag offline is een verademing als je de weg kwijt bent in het onuitputtelijk aanbod van nieuws, muziek en video. Sommigen kiezen voor een rigoureus maildieet, anderen trekken de stekker uit hun Facebook-account.

Het valt niet mee af te haken in je virtuele kennissenkring. Dat we ons door sociale media laten ringeloren is dan ook geen technisch maar een cultureel probleem. Maar uiteindelijk, hoopt de Slow Tech-beweging, moet technologie toch voor de oplossing gaan zorgen. De smartphone is nu nog relatief dom. Apps zouden zichzelf het zwijgen op moeten leggen als we even niet gestoord willen worden, bijvoorbeeld tijdens een vergadering of in de klas.

Daarvoor heeft de telefoon nog veel meer informatie nodig om te kijken waar we zijn en hoe het met ons gaat. Als we nu alle data – locatie, agenda, audio en video maar ook onze eetgewoonten, hartslag en bloeddruk – zouden delen, kan slimme software ons beschermen tegen al te veel afleiding van buitenaf.

Zo’n quantified self, de uitdijende database waarin we fysieke en medische data opslaan, heeft volgens Sander Duivestein van het Verkenningsinstuut voor Nieuwe Technologie de toekomst. Hij denkt dat de ziektepremie straks automatisch aangepast wordt als je jogde (gezond) of in de kroeg hing (ongezond). „Ik heb geen moeite dat soort data te delen. Onze privacy is sowieso dood.” Maar dat offer brengt hij graag. „Zeker als op een dag een ambulance voor het kantoor parkeert en wordt gezegd: ‘Meneer, we zijn hier om u te redden. Volgens onze gegevens krijgt u over tien minuten een hartaanval.’ ”

    • Marc Hijink