‘De mugam zul je niet snel nog horen’

Zaterdagavond sloot het Tropentheater de deuren met een laatste concert. De directeur: „Met opgeheven hoofd gaan we de toekomst tegemoet.”

Met overstromingen, aardbevingen en gebulder van goden ging zaterdag het Tropentheater ten onder. Het laatste concert in het theater voor niet-westerse kunst was een stuk van componist en dirigent Merlijn Twaalfhoven, gebaseerd op ondergangsmythen uit verschillende culturen. Door het stopzetten van rijkssubsidie houdt het Tropentheater na 37 jaar op te bestaan.

Twaalfhoven had meer dan honderd amateurzangers en -zangeressen uit de omgeving van Amsterdam opgetrommeld voor dit stuk. Zij zaten deels in de zaal, zodat soms opeens iemand een lied aanhief naast een nietsvermoedende bezoeker. Vijf geschoolde vocalisten hadden de leiding, er klonk pop, westers klassiek, Arabisch klassiek, gospel en Antilliaanse en Afrikaanse zang; een weerspiegeling van de brede programmering van het Tropentheater.

Het stuk, gebaseerd op de apocalyptische verhalen van de christelijke Armageddon, de Arabisch Gilgamesj en de Scandinavische Ragnarok, is onderdeel van Twaalfhovens project The Air We Breathe. Het was aanvankelijk slechts bedoeld om het einde van de wereld te bezingen. Halverwege dit jaar bleek de Apocalyps samen te vallen met de laatste avond van het theater. Het stuk werd omgedoopt tot De laatste adem en werd afgesloten met een afscheidsrede van directeur Peter Verdaasdonk. ,,Met opgeheven hoofd gaan we de toekomst tegemoet, hoe die er ook uit mag zien.’’

Het Tropentheater begon in 1975 als onderdeel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in het Amsterdamse Oosterpark. Wat het museum aan materiële zaken tentoonstelde, bracht het theater aan dans, muziek, film en theater. Er debuteerden tal van muzikanten die later op grotere podia stonden.

De zanger Youssou n’Dour is misschien wel de bekendste. In een onderzoek naar wereldmuziek in Nederland dat in september verscheen, kwam het Tropentheater als belangrijkste podium voor niet-westerse muziek naar voren. De sluiting betekent het ontslag van 35 personeelsleden.

„De behoefte cultuur live te laten horen, verdwijnt niet’’, zegt Emiel Berendsen, hoofd programmering. ,,We waren al in gesprek met Muziekgebouw aan het IJ, voordat duidelijk was dat we moesten stoppen, om te kijken of we ook daar kunnen programmeren. We gaan dat verder onderzoeken.’’

Het BIMhuis en Tolhuistuin namen enkele reeds geprogrammeerde concerten over, maar veel van het programma van 2013 is geschrapt. ,,Het is een klap voor Amsterdam, deze stad hoort hier plek voor te hebben’’, zegt Berendsen. ,,Het heeft bovendien een economisch belang, we hebben altijd ingezet op culturele diplomatie. We hebben bijvoorbeeld veel publiek onder Indiase en Iranese expats. Die gaan echt niet naar het Concertgebouw. Via podiumkunsten kun je ook in contact komen met politici en zo projecten in de landen zelf opzetten.’’

Melkweg en Paradiso programmeren ook wereldmuziek, evenals vele kleinere theaters, maar volgens Berendsen vult dat het gat niet op. „Wij hebben een laboratoriumfunctie. Pas als het bij ons succes heeft, komt het op andere podia. Over flamenco, fado en salsa maak ik me geen zorgen, maar de mugam uit Azerbeidzjan zul je niet snel elders horen.’’

Een enkeling zat zaterdag met tranen in de ogen naar De laatste adem te luisteren. Verspreid door het gebouw zwollen zangkoren aan en doofden ze weer uit. Het allerlaatste lied dat klonk vanaf het podium was de spiritual Wade In The Water, dat zowel de zondvloed als het verlossende water bezingt. Van de Apocalyps die sommigen dat weekend hadden verwacht kwam niets terecht. De mensheid en al zijn culturen bestaan nog, het Tropentheater niet meer.