Bezorgdheid over nieuwe koers Japan

Zuid-Korea en China zijn nerveus nu de nieuwe premier van Japan het verbod op oorlog wil schrappen. Gaat Japan een nationalistische koers varen onder Shinzo Abe?

Woensdag wordt Shinzo Abe beëdigd als nieuwe Japanse premier. Tot ongerustheid van velen in het buitenland, met name China en Zuid-Korea, heeft hij aangekondigd met drie oude taboes te willen breken. Hij wil de defensie-uitgaven verhogen, het verbod op oorlog voeren uit de grondwet schrappen en het mogelijk maken dat Japan haar bondgenoten militair steunt, wat grondwettelijk nog verboden is.

Maar door de enorme zege van Abe’s Liberaal Democratische Partij (LDP) vorige week heeft het lagerhuis voor het eerst een meerderheid om artikel 9 van de grondwet, die oorlogvoering door de staat verbiedt, werkelijk te wijzigen.

Raakt Japan, met de opkomst van China, in meer nationalistisch vaarwater? The Washington Post kwam vorige maand tot die conclusie. Ook andere journalisten hebben dit betoogd. In de campagne wekte Abe inderdaad die indruk. Hij bezocht dit najaar ook de omstreden Yasukuni-tempel, waar oorlogsslachtoffers geëerd worden, inclusief oorlogsmisdadigers. Hij ontkent, ten onrechte, dat de Japanse overheid betrokken was bij het ronselen van zogeheten troostmeisjes, en zegt excuses hiervoor te willen afzwakken.

Maar volgens de Japanse ambassadeur in de VS, Ichiro Fujisaki, is dit „sterk overdreven”, zoals hij schreef in de Huffington Post. „Japan blijft rustig omgaan met deze kwesties. Het is niet onze bedoeling om spanningen te verhogen.” Ook Yukihiro Hasegawa, politiek commentator van het dagblad Tokyo Shinbun is niet bezorgd over nationalisme in Japan: „Niemand wil dat Japan een militaristische grootmacht wordt.”

Net als tijdens zijn eerste termijn als premier in 2006 toont Abe zich de laatste dagen sinds zijn overwinning van zijn pragmatische kant. „China is onmisbaar voor de economische groei van Japan”, zei Abe op zijn eerste persconferentie na de verkiezingen. „Het is noodzakelijk voor de ontwikkeling van Aziatische landen dat Japan en China goede relaties onderhouden."

Tijdens de campagne riep Abe dat de door China geclaimde Senkaku/Diaoyu-eilanden zullen bewaakt worden door „overheidsfunctionarissen”, wat werd geïnterpreteerd als soldaten. Afgelopen zaterdag zag hij af van dit voornemen. Bovendien wil hij zo snel mogelijk hooggeplaatste afgevaardigden naar Zuid-Korea en China zenden om de spanningen met deze landen te verminderen.

Politiek commentator Hasegawa noemt de discussie over een verschuiving naar rechts „zinloos”. „Het Japanse publiek is niet dom en nationalistische ideeën kunnen hen niet prikkelen.”

Dit bleek inderdaad uit de geringe winst die de nieuwe Restoratie Partij van Japan, onder leiding van voormalige gouverneur van Tokio Shintaro Ishihara, een uitgesproken nationalist, wist te boeken. De partij won slechts 54 zetels. Partijleiders hadden op vier maal zoveel gehoopt.

Koichi Nakano, hoogleraar politieke wetenschappen aan Sophia Universiteit in Tokio, relativeert de opkomst van Japans nationalisme.

Volgens hem is het huidige nationalisme geen typisch Japans verschijnsel, maar een reactie op de mondialisering die je ook in andere landen ziet.

Japanse intellectuelen, onder wie Nakano, maken zich wel zorgen dat de rechten van het individu onder druk komen te staan onder een regering-Abe. Abe’s plannen voor grondwetsherziening benadrukken de verplichtingen van burgers aan de staat, in plaats van het begrenzen van overheidsgezag.

Nakano wijst ook op de groeiende kloof tussen kiezers en hun vertegenwoordigers. Zelfs in opiniepeilingen in een rechtse krant als de Yomiuri, is een meerderheid tegen aanpassing van de grondwet. Dit is ook zichtbaar in het energiebeleid. Abe zal waarschijnlijk kerncentrales die in aanbouw zijn alsnog laten afronden, terwijl 80 procent van het Japanse publiek tegen kernenergie is.

Abe weet echter dat de Japanse kiezer zijn partij geen duidelijk mandaat heeft gegeven. Ze hebben niet gekozen voor een nieuw Japans nationalisme. Abe’s overwinning is te danken aan een ingewikkelde combinatie van protest tegen de vorige regering, een historisch lage opkomst door het verloren vertrouwen in de politiek, versplinterde oppositie, en zorgen over de economie.

    • Kjeld Duits