Als het lukt, is het zo leuk

Twee halve gezinnen worden niet vanzelf één. Voordat ouders en kinderen harmonieus met hun mozaïekgezin rond de kerstboom zitten, is er veel werk verzet.

Beeld Lars van den Brink

Er zijn heel wat namen voor uitgevonden. Samengesteld gezin. Mozaïekgezin. Patchworkgezin, nieuw gezin, co-oudergezin, paraplugezin.

Ouders scheiden, vinden een nieuwe partner die vaak ook kinderen heeft. En dan hup, samen verder.

Er zijn zo’n 150.000 stiefgezinnen, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarin wonen ruim 280.000 kinderen. En die cijfers zijn van een paar jaar terug.

Het klinkt reuzegezellig. Met z’n allen fijn een nieuwe start. Maar twee van de drie stiefgezinnen vallen weer uit elkaar. „De impact op kinderen van een tweede scheiding wordt onderschat”, zegt filosofe Corrie Haverkort, voorzitter van de stichting Nieuw Gezin Nederland. Zij schreef met pedagoog en gezinsbehandelaar Marlijn Kooistra-Popelier het boek Hoe maak je een succes van je nieuwe gezin?

Kooistra begeleidt ook ouders van stiefgezinnen. Een stiefgezin kan best slagen, zeggen ze. Ze noemen de valkuilen, en de voordelen. Want als het lukt, is het zó leuk.

De valkuilen

Een loyaliteitsconflict: ‘Je bent mijn moeder niet!’

Kinderen, of ze nou heel klein zijn of al wat groter, zijn heel loyaal aan hun ouders. Het is prettig voor ze als je als stiefmoeder snel tegen ze zegt: ‘Ik ben níét je moeder. Je hebt namelijk al een hele leuke en lieve moeder. Maar als je bij mij bent, ben ik wel de baas.’ Dat is het helderste antwoord op de veelgehoorde uitroep in stiefgezinnen: ‘Je bent mijn moeder niet!’ (Of vader niet) En het laat de biologische moeder in haar waarde.

Zeg nooit iets vervelends over de andere ouder waar het (stief)kind bij is. Dat lijkt eenvoudig, maar het is lastig. Het kan namelijk ook subtiel. Bijvoorbeeld: Een kind komt terug van een bezoek aan zijn vader. De moeder of stiefvader wil het kind een zoen geven maar deinst terug: ‘Gatver, wat stink jij naar knoflook, zeg.’

Marlijn Kooistra: „Een loyaliteitsconflict is de grootste valkuil voor samengestelde gezinnen. Kinderen voelen zich snel schuldig. ‘Mag ik het wel leuk hebben bij papa en z’n nieuwe vriendin?’”

Corrie Haverkort: „Het blijft voor stiefkinderen lastig om ‘mama’ te zeggen. Of ‘papa’ tegen de stiefvader. Zeker als de stiefmoeder of -vader een rol heeft gespeeld in de echtscheiding. Vraag dat dus niet van een stiefkind.”

Het kind mist het oude gezin

Corrie Haverkort: „Scheiden is vrijwel nooit de wens van de kinderen. Ze missen het oude vertrouwde: Ik woonde in dát huis, in díé straat, met die mensen. Geef het kind de kans om aan de nieuwe situatie te wennen.”

Jonge kinderen wennen het snelst, hoor je wel. Heel jonge kinderen weten na een tijdje niet beter. Maar er zijn ook kinderen bij wie het wennen maanden zal duren. Of nog langer.

Je houdt meer van je eigen kind dan van je stiefkind

En dat is niet erg. Als je je eigen kind maar niet voortrekt. Want dan wordt het wel erg ingewikkeld. Doe ad en toe iets leuks alleen met je eigen kinderen. Of nog beter: Samen met je eigen kinderen en hun ‘echte’ vader of moeder, jouw ex-partner.

Marlijn Kooistra: „ De relatie tussen stiefouder en stiefkind kan wel een goede worden. Een band opbouwen kost tijd. Neem die tijd. Verschil mag er zijn.”

Corrie Haverkort: „Iedere ouder voelt iets anders voor een stiefkind dan voor een eigen kind. Het is geen eigen familie, je hebt geen gezamenlijk verleden. Dat maakt niet uit. De band met een stiefkind kan door de jaren heen groeien.”

De nieuwe partners hebben heel verschillende opvoedstijlen

Het is heel lastig als je van je eigen kinderen niet tolereert dat ze hun vieze sokken in de badkamer achterlaten, en je struikelt over de vuile sokken van de kinderen van je vriend. Gezamenlijke regels afspreken, er zit niets anders op. En je moet compromissen sluiten. De kinderen van je vriend moeten hun sokken gewoon – en niet binnenstebuiten! – in de wasmand gooien. Maar ze hoeven hun bed niet op te maken. Dat hoefden ze nooit te doen, en dat laat je dan zo.

Haverkort: „In een traditioneel gezin groeien opvoeders naar elkaar toe. Die opvoedstijl is het kind gewend. Als opvoeders verschillende stijlen hebben, leidt dat onrust en verwarring: Mag ik nou wel of niet eerder van tafel? Moet ik nou wel of niet mijn handen wassen? Er zijn gezinnen waar je je schoenen bij de voordeur uittrekt, en gezinnen waar je met je schoenen op de bank mag staan. Het slagen van een samengesteld gezin hangt voor een groot deel af van de mogelijkheid om samen één opvoedstijl te vinden. Als het niet lukt, moet je je afvragen of je wel in één huis moet gaan wonen.”

‘Het wordt geweldig’-verwachting

Marlijn Kooistra: „De verwachtingen zijn meestal hooggespannen. De tweede relatie moet slagen! Maar de prins op het witte paard is een man op een fiets met kinderzitjes. De ouders denken dat het goed gaat als de kinderen het samen kunnen vinden. Dat beeld is te romantisch.”

Haverkort: „Een nieuwe baby kan een bom zijn onder een samengesteld gezin. Begin niet meteen samen aan kinderen. Overdenk goed de consequenties. Niet alleen voor jezelf maar ook voor de kinderen die er al zijn. Hou je genoeg tijd over voor hen? Is er genoeg geld? En maak afspraken.”

De voordelen

Een stiefgezin is gezellig

Pannenkoeken bakken voor acht personen is gewoon leuker dan voor vier.

Marlijn Kooistra: „Ze bestaan echt hoor, superstiefgezinnen. Als ouders na een scheiding een tijdlang apart hebben gewoond, kan het ook heel fijn zijn om weer een gezin te zijn.”

Kinderen in een samengesteld gezin hebben een bredere blik

Met veel kinderen van verschillende leeftijden leren ze vanzelf over ongesteld worden, wat je doet in een jongerendisco, waarom je per se Uggs moet willen of waarom dat nou juist belachelijk is en waarom wijde rokjes écht niet kunnen.

De een heeft zeilles en de ander lijkt dat ook best leuk. Het nieuwste liedje van Lady gaga wordt gezamenlijk beluisterd. Er speelt iemand viool. Ook mooi. Een smalle wereld wordt in een keer een stuk breder.

Haverkort: „Ze leren veel over liefde en trouw. Ze denken er vaak meer over na. Ze zien ook dat dingen op verschillende manier gedaan kunnen worden. De manier die jij gewend was, is niet zaligmakend. Feesten worden verschillend gevierd – ‘Oh, maken jullie altijd boswandeling op kerstochtend. Wij ontbijten dan altijd met croissants’.”

Kooistra: „De kunst is om de verschillende vormen samen te smelten tot een nieuwe traditie: ‘Oké, dan eten we eerst croissants en maken dan de wandeling’. Dat versterkt het wij-gevoel. En verzin ook nieuwe gezinsrituelen: ‘Op vrijdagavond eten we pizza op de bank en kijken een film.”

Kinderen leren om mee te helpen en verantwoordelijkheid te nemen

Druk zeker, met zes kinderen op de camping? Helemaal niet. Ze houden namelijk elkaar bezig. Als je even gaat hardlopen letten de oudere kinderen op de kleinere. En, belangrijk: met zes kinderen hoef je de plastic borden en bestek geen enkele keer zelf af te wassen.

Marjolein Kooistra: „Een samengesteld gezin is vaak groter dan een traditioneel gezin. Je leert van elkaar en je leert om samen te werken. Kinderen in samengestelde gezinnen moeten vaak helpen in het huishouden. Of oppassen op jongere broertjes of zusjes.”

    • Sheila Kamerman