A.M. Homes: ‘Ik laat personages net niet verzuipen’

A.M Homes: ‘In mijn boek publiceer ik de echte lijst vijanden die Nixon had’ Foto Roger Cremers

In A.M. Homes’ ‘Great American Novel’ Vergeef ons, volgens NRC Boeken een van de beste boeken van 2012, valt het leven van twee broers in duigen. NRC-redactrice Rosan Hollak sprak Homes in Amsterdam. Homes: ‘Amerikanen zijn geobsedeerd door het idee dat je je goed moet voelen. Dat veroorzaakt verwarring’.

‘Als kind had ik al de neiging om de waarheid naar boven te halen. Op een dag stond er bij ons in de achtertuin iets in de fik. Ik riep tegen mijn ouders: ‘Brand!’ Zij riepen terug: ‘Nee hoor, niets aan de hand!’ Hun drang om mij als kind gerust te stellen was zo sterk dat ze de waarheid ontkenden. Maar ik dacht: als jullie er niets aan doen, ga ik zelf de brandweer bellen.”

De Amerikaanse schrijfster A.M. Homes (Washington, 1961) houdt van confrontatie. Veel van haar romans zijn, met name in de Amerikaanse pers, gemengd ontvangen. Maar er is ook waardering voor haar directe, vaak ironische stijl. Ze spaart anderen niet, en zichzelf evenmin.

Dat laatste bleek wel uit haar autobiografische The Mistress’s Daughter (2007) waarin ze optekent hoe ze, dertig jaar na haar adoptie, haar biologische ouders voor het eerst ontmoet. Het resultaat was een pijnlijk relaas over eenzaamheid, ontkenning en onmacht.

Ook de personages in haar romans mogen niet vluchten voor de werkelijkheid. Dat gold al voor Jack, de hoofdpersoon uit haar debuut Jack (1990), een jongen die ontdekt dat zijn vader homo is, maar ook voor de vreemde types uit haar verhalenbundel Music for Torching (1999) en voor zakenman Richard Novak uit haar latere werk This Book Will Save Your Life (2006). Homes’ stijl in al deze verhalen is telkens gortdroog en zit vol inktzwarte humor.

„Mijn moeder zegt dat ik in mijn nieuwe boek dingen schrijf die beledigend zijn voor Joden”, zegt de schrijfster, gezeten in een Amsterdams hotel. „Maar via humor kan je juist meer de diepte in gaan en doordringen tot de laag waar het echt pijnlijk is.”

Haar nieuwe boek May We Be Forgiven, verscheen deze maand in Nederland als Vergeef ons. Dit lijvige werk, waar Homes zeven jaar aan werkte, werd wederom gemengd ontvangen. The Guardian noemde het werk ‘semi-briljant’ en The New York Times had het over ‘een satire waarin de hoofdpersonen al dood zijn’. Deze krant kondigde echter aan dat Homes’ nu haar Great American Novel had gepubliceerd.

Het verhaal draait om de levens van twee Joodse broers: Harry Silver, een New-Yorkse hoogleraar geschiedenis met een Nixon-obsessie en zijn broer George, een rijke tv-bons, getrouwd met Jane en vader van Nate en Ashley.

Het boek begint met een traditioneel Thanksgiving-diner waar Jane haar zwager Harry in de keuken op de mond kust. Dat is het begin van een reeks desastreuze gebeurtenissen: George krijgt een auto-ongeluk en komt terecht op een psychiatrische afdeling. Harry krijgt een affaire met Jane, waarna George haar de hersens inslaat en Harry de zorg krijgt over Nate en Ashley.

Ook hier is het duidelijk dat alle personages flink met zichzelf overhoop liggen. Het zijn mensen die vastzitten in een cultuur van angst, langs elkaar heen leven, verslaafd zijn aan medicijnen en zichzelf niet kennen.

Verstoorde familierelaties en de zoektocht naar echt contact is een terugkerend thema in uw boeken. Heeft dat wellicht te maken met uw eigen adoptieverleden?

„Dat ik ben geadopteerd, maakt deel uit van wie ik ben, maar het bepaalt niet mijn leven. Ik kan er alleen niet tegen als mensen weigeren de waarheid onder ogen te zien. Ik vind het dragen van geheimen gevaarlijk. Amerika is een land van migranten; mensen die uit andere landen zijn gekomen of gevlucht om in de VS een beter leven op te bouwen. Vaak vertellen ze hun kinderen niet wat hen eerder is overkomen. Dat leidt tot verkrampte relaties. De Amerikaanse cultuur maakt het er niet gemakkelijker op: wij zijn geobsedeerd door het idee dat je je goed moet voelen. Dat veroorzaakt verwarring.”

Waar komt die verwarring vandaan?

„In de jaren zeventig ontstond in de VS het grote ‘ik-tijdperk’. Er was geld, het individu werd belangrijk, de vrouwenbeweging was in opkomst. In de jaren tachtig volgde de big boom op Wall Street, het ging veel mensen voor de wind. Dat veranderde in het decennium daarna. De regering van Bush nam een aantal slechte economische beslissingen. Mensen raakten hun zekerheden en bezittingen kwijt.

„Intussen was er wel een generatie opgegroeid die meende recht te hebben op het goede leven. Zij vormde de basis voor de huidige verwarring. Sindsdien wordt het goede leven niet meer gezien als iets dat je moet verwerven. Dat is precies ook het probleem van Richard en Harry. Mijn boek gaat erover wat er met hen gebeurt op het moment dat hun leven verandert van iets dat hen overkomt in iets wat ze zelf moeten creëren.”

In veel van uw boeken staat de absurditeit van de moderne samenleving centraal. Uw personages lijken te verzuipen in die moderniteit. Toch is het scenario dat u beschrijft niet inktzwart.

„Stel je voor dat ik dat wel had gedaan. Ik denk dat ik mensen dan echt aan het huilen zou brengen. Mijn werk wordt al gezien als zware kost. Amerika beleeft op dit moment moeilijke tijden. Mensen leven op straat of staan op het punt hun bezit kwijt te raken. Ik ben benieuwd hoe we eruit komen. Ik had een veel zwarter boek kunnen schrijven. Waarschijnlijk had ik de waarheid ook dichter benaderd als bijvoorbeeld Harry op straat terecht was gekomen.”

Maar u laat zich toch niet leiden door uw lezerspubliek?

„Nee, absoluut niet. Het is gemakkelijker om te schrijven over iemand die ten onder gaat. Dat wordt gewaardeerd in de literaire wereld. Wat als je op de bodem zit en jezelf weer omhoog moet werken? De Amerikaanse psychiater Mark Epstein zegt dat je als mens het risico moet nemen om uiteen te vallen. Dat gegeven vind ik veel interessanter.’’

In uw boek schrijft Harry een biografie over Richard Nixon. U heeft zich hiervoor flink verdiept in die periode. Vanwaar die interesse?

„Ik ben opgegroeid in Washington D.C.. Nixon was de eerste president aan wie ik herinneringen heb. Hij werd president in een donkere periode: Martin Luther King was vermoord, er waren grote anti-Vietnamdemonstraties. In de Amerikaanse psyche heerste een somberheid die zich ook in Nixon manifesteerde. Hij had een paranoïde persoonlijkheid, die werd uitvergroot door het Watergate-schandaal.

„Het feit dat de president, iemand met zo’n grote autoriteit, opdracht kon geven tot iets illegaals, bracht een schok teweeg. Het openbaarde waartoe een president in staat kon zijn en hoe het politieke systeem in elkaar stak.”

Harry is Nixon nogal gunstig gezind. Hij vraagt zich af: ‘Als Nixon alles opbiechtte en zijn gedrag, zijn mislukkelingen, toeschreef aan een traumatische gebeurtenis – opgroeien in het gezin Nixon – zou zijn naam dan zijn gezuiverd?’ Hoe staat u daar tegenover?

„De geschiedenis is altijd in beweging. Iemands historische betekenis ligt nooit van tevoren vast. Via de ‘White House Special Files´ komt nog altijd nieuwe informatie naar buiten over het presidentschap van Nixon. Ik ben zelf ook op allerlei dingen gestuit, die voor mij nieuw zijn. In mijn boek publiceer ik de echte lijst vijanden die Nixon had. Dat is geen grap, die lijst bestond echt.”

Harry zegt tegen Ashley over Thanksgiving: ‘We boeten omdat we, hoe goed we ons best ook doen, onszelf en anderen altijd schade zullen berokkenen.’ Slaat dit terug op de titel van uw boek?

Vergeef ons gaat over de beperkingen die we als mens hebben. We maken fouten, doelbewust of niet. Jom Kipoer is ook zo’n dag waarop je vergiffenis vraagt voor de fouten die je zelf – of anderen – in dat jaar hebt gemaakt.

„Het gaat erom dat je als mens probeert om beter te zijn, te voldoen aan een hogere morele standaard. Voor mij is de religieuze boodschap die daaraan is verbonden niet zo belangrijk. In mijn boek probeer ik het naar een algemener niveau te tillen: mogen we vergiffenis krijgen voor alle dingen die we doen en niet hebben gedaan.”

    • een onzer redacteuren