‘Ik kreeg een koeltasje met zes spuiten erin’ - oud-renner over doping bij Rabo

Kopman Michael Boogerd kijkt nog even opzij wanneer de Rabo-wielerploeg voor het seizoen 2000 wordt gepresenteerd op het hoofdkantoor van de Rabobank. Foto ANP / Cor Mulder

Bij de Raboploeg was dopinggebruik wijdverbreid en de leiding wist ervan. Dat bleek vanmorgen al uit quotes van een anonieme oud-renner van de ploeg, maar de NOS heeft nu de hele verklaring online staan. “Ik bewaarde het gewoon thuis in de koelkast.”

De beslissing om aan het dopingspel mee te doen, lijkt vergelijkbaar met die van US Postal van Armstrong. Ook de Raboploeg zag eind jaren negentig dat andere (vooral Spaanse en Italiaanse) ploegen plotseling veel harder reden en besloot dat er ‘iets moest gebeuren’ om te voorkomen dat ze niet meer dan een bijrol zouden spelen.

In de berichtgeving van vanmorgen zei de anonieme renner al dat daarop het besluit genomen werd.

“We zijn als ploeg bij elkaar gaan zitten en hebben gezegd: Jongens, we worden ineens door renners voorbij gereden die in het verleden tot de middenmoot behoorden van het peloton. Er is iets aan de hand.”

‘Mag ik epo hebben?’

Nu de hele verklaring bij de NOS online staat, is meer duidelijk over hoe het er binnen de Raboploeg aan toe ging. Beginnen met epo was heel makkelijk, zegt de renner:

“Op zeker moment ben ik naar de ploegarts gegaan en vroeg: ‘Mag ik epo hebben?’ Ja, dat was goed, zei de dokter. Hij gaf mij een tasje met zes spuiten erin, zo’n koeltasje. Ik bewaarde het gewoon thuis in de koelkast.”

De leiding van de ploeg wist ervan, zegt hij. Ploegarts Leinders, die de trucs wist om ermee weg te komen, maar ook De Rooij, Breukink en Maassen. Omdat het systeem van whereabouts (doorgeven waar je bent aan de antidopinginstanties, waarmee Rasmussen in 2007 tegen de lamp liep) nog niet bestond, was het makkelijk om met het gebruik weg te komen. En zelf injecteren, zoals meestal gebeurde, was ook geen probleem.

“Niet zo moeilijk. Later, toen er een epo-test was, werd het moeilijker. Dan moest je rechtstreeks in de ader injecteren. Ja, dat heb ik ook gedaan. Toen vond ik het de normaalste zaak van de wereld. Als ik er nu aan terugdenk, voel ik me bijna een junkie.”

‘Niks aan de hand, gejuich in de hotelkamer’

Volgens de anonieme renner was 90 procent van de Nederlandse toprenners aan de doping. Hij vertelt ook over een ‘supervedette’ waar hij bij in de ploeg gezeten heeft, en die een apparaat had waarmee de hematocrietwaarde gemeten kon worden. Epo brengt de hematocrietwaarde omhoog, dus werd die waarde gemeten bij dopingcontroles. Renners zorgden ervoor dat ze hun waarde omhoog kregen, maar moesten onder de vijftig blijven omdat dat de grens was. Zat je erboven, dan werd dat gezien als dopinggebruik.

Prikje in de vinger, paar druppeltjes bloed in een buisje, buisje in de machine, drie minuten centrifugeren en dat wist je hoe het gehalte was. Zat je onder de vijftig, was er niks aan de hand, gejuich in de hotelkamer. En reken maar niet dat onze ploeg een uitzondering was, zo gaat het er bij de meeste ploegen aan toe.”

Michael Boogerd kon eerder vandaag tegenover de NOS niet ontkennen dat het verhaal van de anonieme renner klopt, maar “als ik hier als enige ga zeggen wat ik allemaal weet, ben ik straks de kop van Jut.”

NRC Handelsblad meldde gisteren dat Geert Leinders een centrale rol speelde bij het dopinggebruik binnen de ploeg. Dat kreeg het balletje aan het rollen en leidde tot de nieuwe ontboezemingen van dit weekend.

Lees hier de hele verklaring.

    • Peter Zantingh