Zondags naar Wenen voor een bloedtransfusie ‘Ik ga je kapot procederen’

Rabobank trok zich dit najaar terug uit het ‘gecorrumpeerde’ wielrennen. Maar de Rabo-ploeg deed daar volop aan mee. Renners gebruikten epo. En wat deden ze op zondagmorgen in Wenen?

Michael Rasmussen in de gele trui tijdens de Tour van 2007. Voor hem, vanaf links, zijn ploeggenoten Michael Boogerd, Denis Mensjov en Thomas Dekker. Foto AFP

Donkere zonnebrillen op, de capuchon over het hoofd getrokken: Pieter Weening en Joost Posthuma wilden niet worden herkend.

In het diepste geheim waren de twee wielrenners van de Rabobankploeg met directeur Harold Knebel naar Wenen gekomen. Maar zo’n vervallen buurt had Knebel niet verwacht. Was het hier? Plotseling ging zijn mobiele telefoon. De Oostenrijkse politie: of er soms een probleem was. „We kunnen het niet vinden”, zei Knebel. „Jullie moeten ons komen halen.”

Het was het voorjaar van 2009. Een speciaal onderzoeksteam van de Oostenrijkse politie had zich vastgebeten in een omvangrijk dopingschandaal rond de Oostenrijkse bloedbank Humanplasma. Ook de Rabobankploeg was benaderd door de Sonderkommission (‘Soko’ ) Doping. Het politieteam wilde zes Rabo-renners aan de tand voelen.

Knebel zegde meteen zijn medewerking toe. Maar hij vertelde erbij dat hij over een aantal renners niets meer te zeggen had. Michael Boogerd was immers gestopt. Thomas Dekker was vertrokken na een ‘vertrouwensbreuk’ over zijn verdachte bloedwaarden. Michael Rasmussen was tijdens de Tour van 2007 op staande voet ontslagen omdat hij had gelogen tegen de dopingautoriteiten.

De overige wielrenners zouden zeker naar Wenen komen, beloofde Knebel. Eind april reisden Knebel, Weening en Posthuma naar de Oostenrijkse hoofdstad. Tegen de politie zouden de twee renners verklaren dat ze ‘vrijwillig’ meewerkten aan het onderzoek. De rechercheurs hadden echter de indruk dat Knebel enige druk had uitgeoefend.

Pieter Weening werd als eerste ondervraagd. Harold Knebel en advocaat Reinder Eekhof zaten erbij in de verhoorkamer, toen de twee Oostenrijkse rechercheurs begonnen met de inleiding van het verhoor. De rechercheurs vertelden dat ze bezig waren met „een omvangrijk onderzoek naar handel in doping en het gebruik van bloeddoping”.

Het proces-verbaal van het verhoor geeft niet weer hoe de Nederlanders reageerden op wat er daarna werd gezegd.

„De verdenking bestaat”, zei een van de Oostenrijkse rechercheurs, „dat leden van het wielerteam Rabobank in Oostenrijk bloeddoping hebben ondergaan”.

Slachtoffer

Jarenlang gold de Rabo Wielerploegen bv als een van de schoonste ploegen in het peloton. Verschillende affaires deden geen afbreuk aan dat imago. De affaire rond Rasmussen in de Tour van 2007 werd vooral de Deen aangerekend. Ook toen Rabo-renners werden genoemd in het Oostenrijkse dopingschandaal, bleef de goede naam van de ploeg overeind. Harold Knebel zei dat zijn renners alleen als „getuige” waren gehoord – wat formeel ook juist was.

Dopinggebruik is niet strafbaar in Oostenrijk. Het onderzoek van de Soko Doping richtte zich daarom op degenen die de bloeddoping hadden georganiseerd. En omdat het Nederlandse wielrennen voor de ‘Soko’ geen prioriteit had, bleef de rol van Rabobank onopgehelderd. In de Nederlandse media bleef het bij berichten over ‘mogelijke betrokkenheid’ bij Humanplasma.

Zo was het niet het Oostenrijkse dopingschandaal, maar de val van de zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong die een einde maakte aan het wielerteam. Op 19 oktober van dit jaar maakte de Rabobank bekend dat zij na zeventien jaar zou stoppen met de ploeg. Het rapport van de Amerikaanse antidopingorganisatie Usada over Armstrong had duidelijk gemaakt dat de héle wielersport verziekt was, zei financieel directeur Bert Bruggink. Maar hij maakte het Rabo-team geen verwijten. „Er is geen faire sport mogelijk”, zo zei Bruggink. „Daar kan de ploegleiding helaas niets aan doen.”

Aldus viel het doek voor de Rabobankploeg. De wielerformatie die de afgelopen twintig jaar de belichaming was van het Nederlandse wielrennen, was het slachtoffer geworden van de duistere praktijken van een gecorrumpeerd peloton.

Zo leek het althans.

NRC Handelsblad volgde het spoor terug naar Wenen. Daarbij kwam voor het eerst concrete informatie over mogelijk dopinggebruik van twee belangrijke Nederlandse renners boven water. In november berichtte deze krant dat de Oostenrijkse justitie beschikt over harde aanwijzingen dat Michael Boogerd en Thomas Dekker in Oostenrijk verboden bloedtransfusies hebben ondergaan.

Nader onderzoek brengt nu de contouren van een netwerk in beeld. De twee belangrijkste mannen in het Humanplasma-netwerk hebben gesproken over de Rabobankploeg, zo blijkt uit vertrouwelijke documenten van de Oostenrijkse justitie. Daarbij doelden de twee niet op individuele renners, maar op het Rabo-team als organisatie. Dopingdealer Stefan Matschiner refereerde expliciet aan de „verantwoordelijken” van de wielerploeg.

Een van de belangrijkste verantwoordelijken bij Rabo was de Belgische ploegarts Geert Leinders. Naar nu blijkt is hij het, die in het veelbesproken Usada-rapport over Armstrong wordt aangewezen als degene die bij Rabobank „het dopingprogramma verzorgde”. De belangrijkste pijler van dat programma, zo zeggen ingewijden, was bloeddoping uit Oostenrijk.

Spil in het netwerk

Aan de Alserbachstrasse 18, in het centrum van Wenen, staat een grijs kantoorgebouw. Het is het transfusiecentrum van de Oostenrijkse firma Humanplasma. Het bedrijf maakt medicijnen op basis van menselijk bloed. Maar tussen 2003 en 2006 had Humanplasma ook nog een andere functie: de Weense bloedbank was de spil in een groot dopingnetwerk.

Op zondagmorgen werd de behandelkamer van de Alserbachstrasse bezocht door louter topatleten. In de vrieskisten van Humanplasma lagen tientallen diepgevroren bloedzakken te wachten op die ene belangrijke wedstrijd. En lang niet al het bloed was van Oostenrijkse origine. Ook sommige wielrenners van de Rabobankploeg hadden de weg naar Wenen ontdekt.

Stefan Matschiner ging altijd met ze stappen. In zijn boek Op de grens: uit het leven van een dopingdealer, beschrijft Matschiner de wilde nachten voor de aderlating. Matschiner begon de zaterdagavond altijd in Wein & Co, een hippe wijnbar aan de Stephansplatz. Veel, veel later eindigde het gezelschap bij de beroemde worstenkraam op de Hohe Markt.

De volgende dag verzamelden de duffe sporters zich in de McDonalds aan de Julius Tandlerplatz, schuin tegenover het pand van Humanplasma. Daar wachtten ze tot Matschiner hen kwam halen.

Michael Boogerd was ook in de Wein & Co. Op 16 december 2009 werd de Nederlandse renner door de Oostenrijkse politie ondervraagd. Tijdens het verhoor ontkende Boogerd elke betrokkenheid bij dopingpreparaten of bloeddoping. Wel gaf hij toe dat hij „telefonisch contact” had gehad met Matschiner. Volgens Boogerd had hij Matschiner bovendien „eenmaal in Wenen, in een wijnlokaal” ontmoet.

In het openbaar zei Boogerd wat anders. Toen hem in de zomer van 2009 in het tv-programma De Avondetappe van Mart Smeets werd gevraagd naar zijn contacten met Matschiner, beweerde ‘Boogie’ dat hij de Oostenrijker alleen een keertje bij een wedstrijd had ontmoet. Daarna had Matschiner hem nog eens gebeld, zei Boogerd.

„Was dat het enige contact dat je met hem hebt gehad?”, vroeg Smeets.

„Ja”, zei Boogerd.

„En je hebt nooit over bloeddoping, of wéét ik veel wat, met hem gesproken?”

„Nee.”

In een reactie laat Michael Boogerd nu weten dat hij „niet meer precies weet” wat hij tegen de politie heeft verklaard. Maar Boogerd bevestigt opnieuw dat hij Matschiner in een Weense wijnbar heeft ontmoet. „Klopt.”

Niet alle Rabo-renners maakten de tocht naar Oostenrijk. Zo bevat het dossier geen aanknopingspunten dat Joost Posthuma en Pieter Weening iets met Humanplasma te maken hadden. Alleen de namen van de eliterenners duiken op: Michael Boogerd, Denis Mensjov, Michael Rasmussen, en later, Thomas Dekker.

De toprenners van Rabo gingen niet op eigen houtje. In het Oostenrijkse dossier wordt consequent gesproken over het ‘team’ Rabobank.

Dat doet ook Walter Mayer, de Oostenrijkse langlaufcoach die aan de basis stond van het netwerk rond Humanplasma. In 2007 voerde Mayer een vertrouwelijk gesprek met een vertegenwoordiger van de Oostenrijkse skibond over de klantenkring van Humanplasma. Volgens die vertegenwoordiger noemde Mayer ook „het Nederlandse Rabobankteam”.

Dopingdealer Stefan Matschiner was tegenover de Oostenrijkse wielrenner Bernhard Kohl nog veel specifieker. Matschiner, zo verklaarde Kohl tijdens een verhoor, had hem verteld dat „toprenners van het Nederlandse wielerteam Rabobank bij Humanplasma waren”. Zij waren daar niet alleen. „Daarbij werden ze door de leidinggevenden van het team begeleid.”

Volgens een ingewijde was die ‘leidinggevende’ ploegarts Geert Leinders. Eind 2004 kwam de Rabo-dokter met Michael Boogerd en Denis Mensjov naar Wenen om de faciliteiten van het Humanplasma-laboratorium te bezichtigen. Volgens de ingewijde was Leinders tevreden. De Belgische arts ontkent in een reactie dat hij ooit bij Humanplasma is geweest.

Bloedzakken

Geert Leinders was een Raboman van het eerste uur. De ‘geneesheer’ uit Gent was sinds de oprichting van de ploeg, in 1996, de grote man achter de schermen. Leinders schreef trainingsprogramma’s voor renners. Hij behandelde ze tijdens wedstrijden, en was hun vertrouwensman. Tussen 2003 en 2007 maakte hij ook deel uit van de directie.

Volgens Levi Leipheimer werd er onder supervisie van Leinders het prestatiebevorderende middel epo gebruikt. De voormalige Raborenner heeft onder ede verklaard dat hij in zijn tijd bij de ploeg, van 2002 tot en met 2004, „doorging met het gebruik van epo”. De bekentenis staat in een geanonimiseerd document, dat als bijlage is toegevoegd aan het Armstrong-rapport van Usada. Wat Leipheimer over anderen zegt, is zwart gemaakt.

Deze krant heeft de originele getuigenverklaring ingezien. Leipheimer verklaart daarin dat hij wist van het epogebruik van zijn Deense ploeggenoot Michael Rasmussen. Leipheimer sprak „verschillende malen” met Rasmussen „over zijn epo-gebruik”. Volgens Leipheimer wist Leinders dat zijn renners aan de epo zaten. Sterker nog: hij verleende assistentie. „Ik werd bij het gebruik geholpen door Rabobank teamdokter Geert Leinders, van wie ik epo kocht.” De Belgische arts, zo verklaarde Leipheimer, „verzorgde het dopingprogramma” bij de Rabobankploeg.

Epo had de krachtsverhoudingen in het peloton jarenlang verstoord. Aan het begin van de jaren negentig werden gerenommeerde renners plotseling voorbijgereden door totaal onbekende Spanjaarden en Italianen. Het wondermiddel was lange tijd niet op te sporen en werd massaal gebruikt in het peloton.

Maar in 2001 kwam er een betrouwbare test op de markt. Het epo-tijdperk liep ten einde. Om niet tegen de lamp de lamp te lopen, moesten de renners de doses steeds verder terugschroeven. In het peloton werd gefluisterd dat de topteams waren overgestapt op bloedtransfusies. De naam van Eufemiano Fuentes ging van mond tot mond. Maar slechts weinig renners hadden toegang tot de Spaanse dopingdokter. Ook bij Rabobank had men over Fuentes gehoord. Het team vreesde dat het de aansluiting met de top aan het verliezen was.

‘Oostenrijk’ kwam dus als geroepen. Tijdens de Tour de France van 2005 leverde Stefan Matschiner bloedzakken voor Denis Mensjov en Michael Boogerd. In zijn boek beschrijft Matschiner hoe hij de pakketjes in de buurt van het rennershotel overhandigde aan een teamarts. De dopingdealer noemt niet de naam van de arts en gebruikt schuilnamen voor de renners.

Een ingewijde bevestigt echter dat het ging om Leinders. „Hij betaalde mij, maar nam slechts één bloedzak af”, schrijft Matschiner. Alleen Boogerd (‘Roger’ in Matschiners boek) zou een transfusie ondergaan. Denis Mensjov (‘Nik’) was ziek, zei de ploegarts. De bloedwaarden van de Rus waren verstoord. Extra bloed zou het percentage rode bloedlichaampjes (‘hematocriet’) boven de 50 procent brengen. In dat geval dreigde een schorsing.

Op 12 juli, de dag van de eerste Alpenetappe, meldde Geert Leinders aan de wielerpers dat Denis Mensjov een keelontsteking had opgelopen en daarom antibiotica moest slikken. „Hij zit tegen het randje van koorts aan”, stelde Leinders. „We hopen dat hij tegen de Pyreneeën weer volledig fit zal zijn.”

De samenwerking tussen Rabo en Matschiner hield stand tot en met de Tour van 2007. Tijdens een verhoor door de politie vertelde de Oostenrijkse wielrenner Bernard Kohl hoe de dopingdealer hem tijdens de Tour de France een bloedzak kwam brengen. „Bij de overhandiging vertelde Matschiner dat hij direct bij de Raborenner Rasmussen vandaan kwam”, aldus Kohl in zijn verklaring.

Laboratorium in de kelder

Matschiner had uitgekeken naar zijn eerste ontmoeting met Michael Rasmussen. Eind 2005 zat de spichtige Deen (‘Toni’ in Matschiners boek) in de Wein & Co aan de Stephansplatz. Geen dagelijkse omgeving voor de ascetische Deense klimmer, die bijna obsessief lette op zijn gewicht. „Nachten doorhalen paste niet bij zijn levensstijl”, schrijft Matschiner. In plaats van te drinken vuurde Rasmussen de ene na de andere vraag af op de dopingdealer. Had hij hier wel aan gedacht? Wat zou hij doen als er dat of dat zou gebeuren?

Matschiner zou een innige band opbouwen met zijn Deense klant. Uit het Oostenrijkse strafdossier blijkt dat Matschiners bloedtransfusies een belangrijke rol speelden in de indrukwekkende prestaties van Rasmussen in de Tour van 2007. Dat gold ook, zo blijkt, voor zijn twee belangrijkste secondanten: Michael Boogerd en Thomas Dekker.

Humanplasma was toen al gestopt. In februari 2006, tijdens de Olympische Spelen in Turijn, hadden Italiaanse carabinieri een inval gedaan in het logies van de Oostenrijkse langlaufploeg. Bij de doorzoeking werden lege bloedzakken en infuusmateriaal gevonden. De serienummers op de zakken leidden de Italiaanse politie naar de bloedbank aan de Alserbachstrasse in Wenen. Eind 2006 besloot Humanplasma dat het risico te groot was geworden: geen bloedtransfusies meer op zondagmorgen.

Matschiner was daar op voorbereid. Al weken liep hij rond met een spectaculair idee. Waarom zou hij de medische apparatuur van Humanplasma niet gewoon overnemen? Zo moeilijk kon de bediening toch niet zijn?

Matschiner zou de kostbare apparaten niet zelf betalen. Het waren de wielrenners Michael Rasmussen en Bernhard Kohl en langlaufer Christian Hoffmann, zo stelt de Oostenrijkse justitie, die gezamenlijk de benodigde 78.000 euro opbrachten.

In het voorjaar van 2007 had Matschiner zijn kleine laboratorium ondergebracht in de kelder van het huis van een goede vriend in het Oostenrijkse dorpje Steyrermühl. In dat pand werden dat jaar tenminste drie Rabo-renners behandeld. Als co-financier mocht Rasmussen de apparaten gratis gebruiken, vertelde Matschiner aan de Oostenrijkse politie.

De andere Rabo-klanten waren Boogerd en Thomas Dekker. „Eenmaal werd ook Dekker Thomas, twee maal Michael Boogerd met het apparaat in Steyrermühl behandeld”, zo staat er letterlijk in een vertrouwelijk proces-verbaal, dat in handen is van deze krant. „Bij Boogerd werd het bloed niet ingevroren, maar meteen weer door hem meegenomen.”

In de Tour van 2007 schitterden Michael Boogerd en Thomas Dekker als superknechten van een ontketende Michael Rasmussen. In de tweede Alpenetappe naar skidorp Tignes veroverde de Deense klimmer de gele trui. Ondertussen groeide de geruchtenstroom. Op 19 juli, middenin de Tour, was uitgelekt dat de internationale wielerfederatie UCI een officiële waarschuwing had uitgedeeld omdat Rasmussen een dopingcontrole had gemist. Tijdens de rustdag op 24 juli hadden directeur Theo de Rooij en een zenuwachtige Rasmussen geprobeerd de onrust te bezweren. Alles berustte op een misverstand, zeiden de directeur en de renner. Rasmussen was in de maand juni in Mexico, maar had dat te laat doorgeven.

Dat was een leugen.

Op 25 juli versloeg Rasmussen zijn naaste concurrent Alberto Contador in een bloedstollend gevecht op de Col d’Aubisque. Rabo had de Tour gewonnen, zo leek het. Maar direct na de zege werd Theo de Rooij gebeld door een journalist. Een Italiaanse wielercommentator had op tv verteld hoe hij Rasmussen op 13 juni, in de stromende regen, in de Dolomieten was tegengekomen. Theo de Rooij wist dat het doek gevallen was. Toen de aanstaande Tour-winnaar terugkwam van de dopingcontrole, vertelde de Rooij dat hij hem uit de wedstrijd zou halen. „Ik ga je helemaal kapot procederen”, zei Rasmussen.

Afslankproducten

Stefan Matschiner werd opgepakt op de ochtend van 31 maart 2009 in zijn huis in Laakirchen, in het noorden van Oostenrijk.

In het geheugen van zijn mobiele telefoon vonden de rechercheurs van de Sonderkomission Doping verschillende Nederlandse telefoonnummers. Een daarvan is het mobiele nummer van Thomas Dekker.

De harde schijf van Matschiners computer bleek gewist. Met speciale sofware slaagde de politie erin om een klein aantal bestanden terug te vinden. Een van die bestanden was een factuur van 480 euro – inclusief btw – voor de „samenstelling van een achtweeks trainingsschema, inclusief advies over voeding en voedingssupplementen”. De rekening was gericht aan „mevrouw Nerena Boogerd” in het Belgische Kapellen. Tot zijn scheiding in 2010 was Michael Boogerd getrouwd met de voormalige miss Nederland Nerena Boogerd-Ruinemans.

De rekening, zo zegt Michael Boogerd desgevraagd, betrof „afslankproducten” voor zijn ex-vrouw. Nerena Ruinemans bevestigt die lezing. De rekening dateert van 2008 – toen Boogerd al met fietsen was gestopt.

Maar de factuur van 10 april 2008 staat niet op zichzelf. Boogerd erkent dat Matschiner hem ook rekeningen stuurde tijdens zijn actieve carrière. „Ik heb wel eens iets aan Stefan Matschiner betaald: één of twee keer. Maar dat was niet voor doping, maar voor vitamines.”

Bernhard Kohl kreeg ook rekeningen van Matschiner. In 2009 legde De Oostenrijkse wielrenner een volledige bekentenis af aan de Soko Doping. De facturen, zo vertelde hij, waren rekeningen voor de dopingproducten die hij van Matschiner had gekocht. „Als kenmerk werd geloof ik ‘trainingsplan’ of ‘voedingsschema’ opgevoerd.” Dat staat ook op de rekening aan Nerena Boogerd.

Miljoenen

Op 14 mei 2009 belde Michael Rasmussen met Stefan Matschiner. Na weken te hebben vastgezeten was de dopingdealer weer op vrije voeten. Meteen na het gesprek met Rasmussen bracht Matschiner verslag uit aan de Soko Doping. Hij vertelde dat Rasmussen had gevraagd naar het onderzoek, en wat de Oostenrijkse politie over hem wist. Rasmussen, zei Matschiner, was onderweg naar de Rabobankploeg, omdat hij geld wilde zien.

Toen de Oostenrijkse rechercheurs Rasmussen in augustus van dat jaar verhoorden, confronteerden ze hem met gesprek. „We beschikken over informatie dat u het team heeft gedreigd de samenwerking tussen Rabobank en de firma Humanplasma te onthullen.”

Rasmussen ontkende dat. Maar de Deen gaf toe dat hij met Matschiner had gebeld. „Ik wilde een deal sluiten met Rabobank.”

Nog steeds is Rasmussen verwikkeld in een juridisch gevecht met zijn voormalige werkgever. In 2008 stelde het kantongerecht de Deen in het gelijk. Rabobank had Rasmussen niet mogen ontslaan. De ploegleiding „wist, althans had kunnen weten” dat de Deense renner had gelogen over zijn verblijfplaats tijdens de aanloop van de Tour van 2007. De rechtbank kende 580.000 euro toe.

Veel te weinig, vond Rasmussen. Een Touroverwinning is miljoenen waard.

Reageren? doping@nrc.nl

    • Dolf de Groot
    • Steven Derix