Zinvol werk

Doe even mee. Noem drie mensen die het afgelopen jaar een Nobelprijs wonnen. Uit je hoofd. Noem vervolgens drie mensen die dit jaar een Oscar wonnen. Ik weet niet hoe het staat met jouw parate kennis, maar zelf kwam ik niet zo ver. Zo meteen nog twee vragen en de clou. Maar eerst iets anders.

Vorige week bezocht ik een feestje waar veel expats waren. Opmerkelijk was dat diverse mensen die ik sprak niet alleen jaloersmakende banen hadden, maar tegelijk in een carrièrecrisis verkeerden. Twijfelend en zoekend naar een zinvolle invulling voor de volgende etappe in hun loopbaan.

Ze zijn niet de enigen. Een van de populairste Nederlandse managementboeken van de laatste tijd heet We hebben er zin in. Volgens auteur Hans van der Loo kampen veel bedrijven en hun medewerkers met een gebrek aan inspiratie en betrokkenheid. Zingeving is volgens hem een primaire levensbehoefte. Hij pleit onder meer voor het helder articuleren van de idealen die je nastreeft. Internationaal scoorde schrijver Simon Sinek op dit gebied met Start with Why. Een van de leukste zinnen uit dit boek: ‘Martin Luther King zei: I have a dream, niet: I have a plan.’

Mijn vader had geen managementboeken nodig om vragen over de zin van zijn werk te beantwoorden. Hij werkte bijna veertig jaar als postbode en deed dat allereerst om zijn gezin te onderhouden. Diepere vragen bewaarde hij voor de zondagmorgen.

Maar wie anno 2012 geacht wordt om zelf vorm te geven aan zijn carrière, in een steeds competitievere economie en primair via kennis, creativiteit en relaties productief is, stelt zich blijkbaar voor, tijdens en na de werkdagen, allerlei filosofische vragen. Ondergetekende incluis.

Een van de expats op het feestje stelde letterlijk: „Eigenlijk heb ik al mijn dromen op het gebied van werk gerealiseerd. Wat ik nodig heb, is een nieuwe droom.” Een ander vertelde hoe hij zijn loopbaan was gestart vanuit een inhoudelijke passie, maar dat hij het gevoel had dat hij nu vooral hard werkte om zijn collega’s en zijn klanten niet teleur te stellen. Beiden wilden ze graag een volgende stap zetten die ‘zinvol’ zou zijn. Ze wilden dat het over vijftig jaar iets zou uitmaken dat ze geleefd en gewerkt hadden.

Je kunt dit alles eenvoudig afdoen als een luxeprobleem. Maar wat is er mis mee dat mensen hun talenten en vaardigheden willen inzetten om echt nuttig werk te doen? Behalve dan dat het zo verdraaide moeilijk is om te formuleren wat ‘echt nuttig’ is.

Terug naar de vragen waarmee ik begon. Ze horen bij een klassieke trainingsoefening. Nadat je hebt geconstateerd dat je eigenlijk nauwelijks recente Nobelprijs- en Oscarwinnaars kunt opsommen, volgen twee andere vragen: 1. Kun je drie mensen noemen van wie je echt iets belangrijks hebt geleerd? 2. Kun je drie mensen noemen die je hielpen toen je dat nodig had?

Volgende opdracht: denk nu nog eens na over de vraag wat je werk zinvol maakt. Tien tegen één dat je van Nobelprijsachtige langetermijnambities terugkeert naar het alledaagse en je realiseert dat zingeving, ook in je werk, vaak draait om de mogelijkheid om vandaag gewoon een paar mensen te helpen. Of je nu postbode, expat of schrijver van managementboeken bent.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft iedere week over management en leiderschap.

De column van Marike Stellinga komt vandaag wegens vakantie te vervallen.

    • Ben Tiggelaar