We willen fiksers in het bestuur. Totdat ze beginnen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: waarom het opereren van Mark Rutte het afgelopen jaar, ondanks alles, goed te verdedigen was.

Meevallers moet je vieren. Zoveel waren er niet in Den Haag, het afgelopen jaar. Dus logisch dat het kabinet eind vorige week goede sier maakte met de veiling van de 4G-frequenties, waarmee ons mobiele internet nog sneller wordt. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) vertelde dat dit land nu eenmaal tuk is op smartphones en tablets. Verwacht was dat het de Staat minder dan een miljard euro zou opleveren, het werd 3,8 miljard. Kassa.

Het contrast met een ander bericht, dezelfde dag, was groot. Gasunie, met de Staat als enige aandeelhouder, verloor 1,5 miljard euro op de aankoop in 2007 van een Duits gasleidingennet. Even over het hoofd gezien dat de Duitse regels zouden veranderen. Een rapport in opdracht van Financiën biedt bouwstenen voor een parlementair onderzoek om je vingers bij af te likken.

Grootheidswaan en wanbeleid van snelle beslissers; het type dat ook in de politiek is gaan domineren. Gasunie liet zich adviseren door een bank die óók de verkopende partij adviseerde. Bij de beslissing ging Gasunie vooral af op informatie van het verkopende consortium zelf. Een consortium van Shell en Exxon, twee van ’s werelds grootste bedrijven, die in Slochteren en omstreken (als de NAM) al decennia tegen aangename winsten de gasvoorraad uit de grond halen. En nauw samenwerkt met Gasunie. Dus prima hoor, de aandacht voor de bonnetjes van Verdaas en het verkiezingsbord van Weekers. Moet allemaal gebeuren. Maar dit is andere koek.

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) dwong af dat drie commissarissen van Gasunie vertrekken. Maar het fascinerende van deze kleine geschiedenis – ook voor de politiek – werd dinsdag toegelicht in Het Financieele Dagblad. De mensen die bij Gasunie voor de miskoop tekenden behoren stuk voor stuk tot de moderne categorie van de fikser. Het type dat gewoon te veel haast heeft voor al dat Hollandse overleg.

De toenmalige bestuursvoorzitter van Gasunie, Marcel Kramer, klaagde na zijn vertrek over de „enorme stroperigheid” in Nederland. Commissaris Harrie Noy, bestuursvoorzitter van Arcadis, toen hij daar dit jaar vertrok: „Niemand kan mij knollen voor citroenen verkopen”. En toenmalig president-commissaris Hans van Luik, tevens bestuursvoorzitter van de TU Delft, zei in 2008: „We hebben een consensusmaatschappij (…), waardoor een slagvaardig beleid onmogelijk wordt.”

Je kunt hier gemakkelijk schamper over doen, zeker na zo’n rapport, maar het ongemakkelijke is natuurlijk dat dit type bestuurder voortreffelijk in deze tijd past. Wij hebben allemaal haast, met onze smartphones en tablets. En dus vragen we, smeken we, om bestuurders en ondernemers die de krachtpatser uithangen.

Nederlandse politici en hun ambtenaren zijn altijd trendvolgers geweest, dus uiteraard hebben zij dezehouding gekopieerd. Ga in het Kamergebouw of op een ministerie op een gang staan en mensen maken je deelgenoot van hun ongeduld. Ze willen opschieten, doorwerken, doorpakken, hervormen, haast maken. Het is de taal van de politiek anno 2012. De taal van de politiek zonder middenblok.

Dus het was geen toeval dat Mark Rutte en Diederik Samsom in de praktijk maar een week nodig hadden toen zij na de verkiezingen zo’n beetje tot elkaar veroordeeld waren. Daar zette het verval van Rutte in. En daarna ging het zoals bij Gasunie. Rutte moest excuses maken voor de inkomensafhankelijke zorgpremie. Samsom gaf toe dat ze de heftigheid van de bezuinigingen vergaten omdat ze zo tevreden waren over hun daadkracht. Ze deden wat de burger wilde – en werden ervoor afgestraft: haast is vereist, maar het moet niet te gek worden natuurlijk.

Vooral Rutte leed eronder. Voor Samsom golden verzachtende omstandigheden: partij van een wisse dood gered, relatief faire campagne, nieuw gezicht in het machtscentrum. Rutte kreeg, twee maanden na de grootste VVD-zege ooit, te maken met een teleurgestelde achterban, een teleurgestelde partij en, niet te vergeten, teleurgestelde oud-coalitiepartners.

Van die laatste categorie bouwde hij in één jaar een ruime voorraad op: Geert Wilders, Sybrand Buma, Kees van der Staaij, Arie Slob, Alexander Pechtold, de erfgenamen van Jolande Sap. Allemaal speelden ze op enig moment in het jaar een cruciale rol omdat ze medeverantwoordelijkheid voor impopulair beleid namen. Bijna allemaal kwamen ze zo in de problemen. Het dwong ze tot gehaaste identiteitswisselingen: vandaag help je Mark, morgen neemt hij een ander, en moet jij weer tegen hem opponeren. Zie daar maar eens iets van te maken.

En, belangrijk detail, Rutte bouwde weinig loyaliteit bij ze op. Dus aan het einde van het jaar kwamen de verhalen over zijn nonchalance, zijn ideeënloosheid, zijn soms wonderlijke onbereikbaarheid, zijn machtswellust. Ze klonken plausibel. Maar ze lieten twee vragen na: had Rutte dit jaar wel zoveel keuze? En: was het resultaat voor hem, en zijn partij, werkelijk zo slecht?

Hij begon het jaar met een kabinet dat door de oppositie werd bekritiseerd als nodeloos eurosceptisch en nationalistisch: een straffe immigratiepolitiek, bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, regering die zich terugtrekt terug achter de dijken. Maar nu er een nieuwe coalitie met de grootste linkse partij is, blijft het immigratie- en EU-beleid van Rutte I vrijwel in tact. De bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking zijn opgevoerd. En niemand meer over die dijken gehoord, de laatste maanden.

De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, de PvdA’er Frans Timmermans, benadrukt dat de toon van het kabinet inzake de EU anders is, niet de inhoud. Maar Dijsselbloem, zijn partijgenoot en aanstaand eurogroepvoorzitter, handhaaft ook de toon van Rutte I. Bij zijn eerste optreden kondigde hij aan dat hij de lijn van Rutte I voortzet: een „bikkelharde” opstelling inzake de EU-begroting.

Rutte I viel in april omdat de PVV niet instemde met de eis van VVD en CDA om het begrotingstekort terug te dringen volgens het door Brussel voorgeschreven tempo. Een tempo waartegen de PvdA opponeerde, anders zou de economie kapot bezuinigd worden. Ook dit punt won de VVD in het regeerakkoord, zodat Samsom nu de bulk van de bezuinigingen accepteert waartoe Rutte en het CDA al in het Catshuis wilden besluiten, inclusief de btw-verhoging.

Natuurlijk – ook de VVD leverde in. Het lijstje is bekend: hypotheekrenteaftrek, nivellering, eerst de inkomensafhankelijke zorgpremie, daarna verhoging van de inkomstenbelasting. Maar Rutte moest verder met de PvdA, de VVD had geen alternatief, dus elke kandidaat-premier van de VVD zou een deel van zijn programma ingeleverd hebben.

Voor veel eindejaarskritiek op Rutte was natuurlijk reden. Hij bouwde zijn campagne op afkeer van een fictief links gevaar, en op beloften waarvan elke vmbo’er wist dat ze nooit of te nimmer na te komen waren. Daarna leidde één fout met de zorgpremie tot een kanteling van het beeld van Rutte als de ongenaakbare.

Bij Samsom zagen we het omgekeerde: hij liet de inhoudelijke dominantie van de VVD inzake economisch beleid, EU en immigratie vrijwel onaangetast. Het blijft vreemd dat ze bij de VVD niet in staat waren dit onder de aandacht te brengen. Dus het zal vast verdiend zijn dat Samsom door ongeveer elke omroep werd gekozen tot politicus van het jaar. Maar niemand moet verbaasd zijn wanneer dit het zoveelste vluchtige product van het haasttijdperk is, waarin we nu alweer vergeten zijn dat Rutte 12 september nog de politicus van het jaar was.

Per 1 januari kan de burger overstappen van 3G naar 4G, voor nog snellere smartphones en tablets. De politici zullen vanzelf volgen, doen ze altijd, dan krijgen ze nog meer haast, en lopen ze nog grotere risico’s. Premier in het 4G-tijdperk – afremmen zou geen kwaad kunnen, maar probeer het maar eens.