Wapens die ons doden

De motieven voor schietpartijen als van Newtown zijn verschillend of niet na te gaan, maar de uitdrukking is hetzelfde, van elkaar afgekeken: massamoord met zware vuurwapens, ruim voorhanden, schrijft Tim Krabbé.

Jack Gilchrist, 10, chews on a candy cane as he holds a 'Keep guns out of my school sign' as he and his mother protest outside the Breslin student center in East Lansing, Michigan December 15, 2012. Union members and supporters were demonstrating against Michigan Governor Rick Snyder, who was the feature speaker at the Michigan State University commencement ceremony, and the "Right To Work" laws that he had signed on Tuesday. REUTERS/Rebecca Cook (UNITED STATES - Tags: POLITICS BUSINESS EMPLOYMENT CIVIL UNREST) REUTERS

Vorige week vrijdag, 14 december, drong een 36-jarige ‘gestoorde’ man genaamd Min Yingjun een lagere school binnen in Chenpeng, een plaatsje in China. Hij had een keukenmes bij zich en stak daarmee in op de kinderen. Hij verwondde er 22, sommige ernstig – allen overleefden het.

Een paar uur later diezelfde dag schoot de ‘slimme, gesloten, rare’ twintigjarige Adam Lanza op een lagere school in Newtown, Connecticut, twintig kinderen, zes leraressen en zichzelf dood. Hij deed dat met een halfautomatische Bushmaster karabijn, waarvan de kogels een snelheid van 2.500 km/u krijgen en in het getroffen object fragmenteren. Zelfmoord pleegde hij met een pistool; zijn moeder had hij in haar bed met een geweer doodgeschoten. Al die wapens waren haar eigendom. Hij liet geen uitleg achter; zijn computer had hij grondig vernield. Volgens kennissen was hij boos geweest omdat zijn moeder, die het niet meer aankon, hem in een psychiatrische instelling wilde laten opnemen.

„De mens is het gevaarlijkste wezen dat op aarde rondloopt”, schreef een Chinese commentator, „en China, met zijn verbod op schietwapens, doet het nog niet zo slecht!” Daar vormen schoolsteekpartijen een probleem, soms ook met doden (zestien in 2010), maar niet zo veel als in Amerika, waar de burgerij zo’n 300 miljoen schietwapens bezit. In 2008 waren er twaalfduizend schietdoden in Amerika tegen elf in Japan, om een ander land met strenge wapenwetten te noemen.

In dat Newtown, met zijn vergetelijke naam en vredige uitstraling, woonde dus de ‘hartelijke en gulle, zeer bij haar kinderen betrokken’ 52-jarige, gescheiden moeder Nancy, die minstens vijf zware vuurwapens in huis had. Ze was een liefhebster; ze ging vaak schieten, soms met Adam. Kennelijk kwam het niet bij haar op dat ze haar arsenaal beter van haar probleemkind weg kon houden.

Ze was allesbehalve een buitenbeentje. In en rond Newtown zijn veel schietbanen, maar omdat die zeer in trek zijn, wordt er ook veel in het wild geschoten – zo veel, zo dicht bij woonhuizen en soms met zulke zware dreunen (men doet vaak explosieven in de bierblikjes), dat er in de maanden vóór de schietpartij een paar gemeenteraadsvergaderingen aan de vele klachten waren gewijd.

De voorgestelde beperkingen aan het schieten kwamen er niet door. Een vertegenwoordiger van de National Shooting Sports Foundation, een nationale vereniging van wapenbezitters die haar hoofdkantoor in Newtown heeft, zei dat zwemmen veel gevaarlijker was.

Op dezelfde 14 december werd op een high school in Oklahoma een jongen van achttien gearresteerd die de zoveelste nieuwe Columbine zou hebben willen plegen, maar drie dagen eerder was er in Portland, Oregon een schietpartij wél doorgegaan. De 22-jarige Jake Roberts, een populaire, ‘doodnormale’ jongen, rende met een AR-15 (de barbie doll onder de privémachinegeweren, aldus een wapenwinkelier; er zijn veel accessoires voor) een winkelcentrum binnen, riep I am the shooter! en begon te schieten. Er vielen twee doden; toen de politie kwam, pleegde hij zelfmoord. Niemand begreep er iets van; hij had geen verklaring achtergelaten.

De parallelmoordenaar doet zich in vele gedaanten voor, die niet altijd te onderscheiden zijn. Er zijn gekken bij als Cho van Virginia Tech, en helderdenkenden als Breivik en Steve Kazmierczik (zie onder) – al is iemand die zoiets doet natuurlijk per definitie gek. Door idealistische organisaties gesteunde zelfmoordterroristen verschillen niet erg van idealistische eenmanslegers als die van McVeigh en Breivik. Amoklopers die een verongelijktheid uitleven of die gewoon door het lint gaan, zijn van alle landen en alle tijden. Ze inspireren en imiteren elkaar: Dunblane (1996; achttien doden op een lagere school in Schotland) was voor de dader van Port Arthur in Australië (35 doden) het teken om ook zoiets te doen, een paar weken later. Amerika heeft een serie werkplekschietpartijen gehad, gepleegd door overspannen werknemers. Verschillende daarvan waren op postkantoren – de amokloop is daar going postal gaan heten.

Ongrijpbaar, en daarom interessant, zijn gevallen als Columbine, waarbij geen zinnig doel is aan te wijzen, en het om de daad zelf lijkt te gaan: de theatrale massamoord als middel van zelfexpressie. Zoals een internetposter schreef die (als twaalfjarige) zelf zoiets van plan was geweest, maar die tijdig tegengehouden werd: „Ik wilde mijzelf middels massamoord uitdrukken. Ik zag het als een performance, alsof ik een stuk schreef waarin ik de ster zou zijn.”

De eerste die zoiets deed, was Charles Whitman, de torenschieter van Austin, Texas. Hij was een 25-jarige ex-marinier en gediplomeerd scherpschutter die in augustus 1966 zijn moeder en vrouw vermoordde, en daarna vanaf de trans van een negentig meter hoge klokketoren op de campus (hij studeerde daar architectuur) op voorbijgangers schoot. Hij doodde er veertien voor het de politie lukte hém dood te schieten.

Die toren stond daar haast als een uitnodiging om zoiets te doen – Whitman was niet de enige die daar wel eens iets over had gezegd. Maar hij dééd het. Dat hij geen motief had, zat hem zelf ook dwars; over de moord op zijn vrouw schreef hij: „Na lang denken heb ik besloten mijn vrouw vanavond te vermoorden. Ik houd innig van haar. Ik kan geen precieze rationele reden geven waarom ik dit doe.”

In een ander briefje verzocht hij om na zijn dood zijn hersenen te onderzoeken. Daar vond men een flinke tumor. Misschien had die een rem weggedrukt die er bij anderen voor zorgde dat het bij die voor de hand liggende fantasie bleef.

Whitman heeft geen directe navolgers gehad, maar er zijn daarna veel vergelijkbare schietpartijen geweest, vaak op onderwijsinstellingen. Columbine High School bij Denver, Colorado, waar Eric Harris en Dylan Klebold in april 1999 dertien mensen en zichzelf doodschoten, is de bekendste en meest nagevolgde (onder anderen door Tristan van der Vlis in Nederland) – en ook de best gedocumenteerde, want die twee hebben een overweldigende hoeveelheid documenten achtergelaten.

Wat ze dreef, was een ingewikkeld samenspel van factoren (alleen al omdat ze met z'n tweeën waren) in een geweld verheerlijkende cultuur van games, muziek en films. Vaak werkt dat fictionele geweld als bliksemafleider, maar voor een enkeling als aanmoediging. Het verlangen naar bewondering en roem van Harris en Klebold ging samen met minachting voor degenen van wie die bewondering moest komen. „Mensen”, zegt een personage in Demon Knight, een lievelingsfilm van Eric Harris, „jullie zijn het vlees niet waard waarop jullie gedrukt staan”.

In Oliver Stone’s Natural Born Killers is moord sexy en stoer, iets verhevens: „Al Gods schepselen doen het.” Die film, een lofzang op geweld onder een dun laagje satire, werd hun leidraad: ze noemden hun schietpartij NBK. Net als de moordenaar in de film genoten ze van de kick van de waanzinnige daad; Dylan Klebold kwam niet meer bij van het lachen terwijl hij kinderen aan het doodschieten was.

Twee recente schietpartijen waren letterlijk theatraal.

In 2008 schoot Steve Kazmierczik, een 27-jarige socioloog en criminoloog, op zijn universiteit in Illinois tijdens een college vijf studenten dood, waarna hij op het toneel van het amfitheater zelfmoord pleegde. Hij was alom geliefd en gewaardeerd, en niemand begreep het – ook hij gaf geen uitleg.

Hij speelde de gebruikelijke gewelddadige videogames (onder meer een spel dat op Virginia Tech was gebaseerd) en hij was een groot liefhebber van horror- en slashfilms, vooral die van de SAW-serie, waarin een folteraar en filosofische moordenaar genaamd Jigsaw mensen de waarde van het leven leert kennen door ze te vermoorden. Kazmierczik was gefascineerd door Columbine – misschien werd dat zijn Toren van Whitman, en kon hij zijn nieuwsgierigheid naar hoe dat nou zou zijn, to pull a Columbine, niet langer bedwingen.

David Vann schreef een boeiend boek over hem, Last Day on Earth.

De Batmanmoordenaar, de 24-jarige James Holmes (Denver, juli 2012, twaalf doden) deed het nog theatraler: vóór het witte doek, bij een middernachtelijke première van de nieuwste Batmanfilm. Hij was geïnspireerd door de eerdere Batmanfilm The Dark Knight, en dan vooral door die verpersoonlijking van het charismatische kwaad, The Joker. Die zegt daarin: „Krankzinnigheid is net als zwaartekracht – er is maar een klein duwtje nodig.” En, tegen een zaal vol mensen: „Om middernacht blaas ik jullie allemaal op.”

Bij zijn arrestatie (een afwijking van het patroon; hij pleegde geen zelfmoord) zei Holmes dat hij de Joker was. Ook over zijn motieven is niets bekend; hij maakte bij zijn eerste verschijning voor de rechter de indruk totaal gestoord te zijn.

De motieven zijn verschillend of niet aan te wijzen, maar het uitdrukkingsmiddel is hetzelfde, van elkaar afgekeken, haast een mode: massamoord met een zwaar vuurwapen. En die zijn in Amerika volop te krijgen.

In 1999, in een reactie op Columbine, zei president Clinton: „Er is geen land ter wereld waar het zo makkelijk is om aan vuurwapens te komen en ze te misbruiken.” Zijn pogingen om daar iets aan te doen, waren „op hevig verzet gestuit, alsof ik de Amerikaanse manier van leven kapot wil maken.”

Dat is het probleem – het ís de Amerikaanse manier van leven. Het land zit opgescheept met het Second Amendment, een grondwetsartikel uit 1791 dat bedoeld was om volksmilities weerbaar te maken in de Onafhankelijkheidsstrijd. Met de wapens van toen; musketten die na ieder schot herladen moesten worden en waarmee je, als je dat vlug kon, drie onnauwkeurige schoten per minuut kon lossen.

Als een Trekschuitwet die voor het snelverkeer is gaan gelden, zorgt die wet er nu voor dat iedere afzonderlijke burger in Amerika een machinegeweer mag bezitten dat driemaal per seconde kan vuren – sommige basisscholiertjes in Newtown waren elfvoudig doorzeefd.

Antiwapenactivisten in Amerika willen dan ook helemaal niet het privéwapenbezit afschaffen; ze willen beperkingen aan het bezit van automatische wapens en magazijnen voor meer dan bijvoorbeeld tien kogels – dat zijn ook ongeveer de voorstellen waarmee Obama op Newtown heeft gereageerd.

Al dergelijke pogingen zijn tot nu toe stukgelopen op de tegenstand van de National Rifle Association, de machtige wapenlobby die alles wat maar enigszins riekt naar inperking van de wapenvrijheid, intimiderend tegengaat als ware het een aanslag op de Amerikaanse geest.

Geen schietwapen, geen Amerikaan. Bushmaster, de maker van het wapen dat in Newtown en bij andere schietpartijen werd gebruikt, appelleert aan dat gevoel met een reclame die de Bushmaster Man Card in het vooruitzicht stelt: „De drager van deze kaart heeft de totale vernedering afgewend. Hij is nu een Man.”

En deze Man geniet voorrechten, zoals „boeren laten zonder excuus te maken” en „de wc-bril omhoog laten staan zonder schaamte te voelen”.

Wat Newtown uiteindelijk ook zal opleveren – het voorkomen van een volgend Newtown zal er niet bij zijn: die driehonderd miljoen privéwapens krijgt de overheid niet meer terug, en al zou men het voor de Lanza's onmogelijk weten te maken om nieuwe schietwapens te kopen; ze hebben nog altijd moeders.

De NRA blijft keihard: „De enige manier om een bad guy with a gun te stoppen is een good guy with a gun.” Ofwel: een gewapende politieman op iedere school. Het is wat al eerder gezegd werd door Larry Pratt, de baas van weer een andere nationale vereniging van wapenbezitters, Gun Owners of America: „De anti-wapen beweging heeft het bloed van kleine kinderen aan haar handen.” Als wapens waren toegestaan op die school, dan hadden die leraressen Lanza kunnen stoppen.

Zo denken veel Amerikanen. Er zijn, zoals altijd na schokkende schietpartijen, ook nu weer extra veel wapens verkocht. Men moet zich kunnen verdedigen.

Tim Krabbé is schrijver. Hij heeft onder meer Wij zijn maar wij zijn niet geschift geschreven, een boek over de schietpartij van Columbine in de Verenigde Staten.

    • Tim Krabbé