Veranderd in een levende bezienswaardigheid

Nederland stond op 7 augustus een minuut stil toen Epke Zonderland olympisch kampioen werd.

16/12/2012; © Ans Brys; portret Epke Zonderland; Dagboekenreeks; Olympische Spelen; gymnastiek; medaille; olympisch goud

Hoe ironisch. Heb je je twee maanden de pestpokken getraind op sprong, voltige, vloer en vooral ringen, vier disciplines waaraan je jaren geen aandacht had besteed, gaat het mis aan de rekstok. Jouw rekstok, jouw specialisme. Uitgerekend op de dag dat kwalificatie voor de Olympische Spelen op het spel staat. Zeven maanden later turnt Epke Zonderland zich in dezelfde stad, in dezelfde hal, op dezelfde plek, aan dezelfde rekstok naar olympisch goud.

Londen leek vaak ver weg. In Tokio, tijdens de WK in oktober 2011, greep hij als rekspecialist naast rechtstreekse plaatsing voor de Olympische Spelen door een mislukte ‘Yamawaki’. In Londen, begin januari, mislukte op de verplichte meerkamp bijna zijn laatste kwalificatiemoment door een foute ‘Ribalko’ aan rek.

En toen moest Jeffrey Wammes nog gaan procederen. Zonderlands enige concurrent verzette zich met succes tegen de officiële aanwijzing in februari van de rekstokspecialist. Foutje van de turnbond, die van de rechter Wammes zijn ontnomen kwalificatiemomenten moest teruggeven. Zonderland was plotseling niet meer zeker van ‘Londen’. Hem restten drie wedstrijden om vormbehoud te tonen én beter te turnen dan Wammes.

Dat lukte. Natuurlijk, omdat Zonderland Wammes intussen op achterstand had gezet met zijn vrijwel perfecte oefening met de befaamde combinatie van drie vluchtelementen, de Cassina, de Kovacs en de Kolman. Desondanks had Zonderland hem geknepen. „Het was mentaal moeilijk. Ik moest voorkomen dat ik werd afgeleid door randzaken. Gelukkig stonden de kwalificatiewedstrijden die de rechter had verplicht ook in mijn agenda. De opluchting was groot nadat ik eind maart in Cottbus vormbehoud had getoond en begin juni in Maribor mijn olympische oefening met succes had getest. Ik wilde voor de Spelen per se een keer boven de 16.000 punten gescoord hebben. Dat lukte in Maribor met een totaal van 16.275 en een week later in Gent met 16.400.”

Procedurefouten

Achteraf vindt Zonderland, die goud won met 16.533 punten, dat het kwalificatietoernooi, begin januari in Londen, hem goed heeft gedaan. Zijn scepsis verdween al tijdens trainingen voor de meerkamp, die hij uit zijn systeem had verdrongen. „Aanvankelijk zag ik het als een inbreuk op mijn programma, maar het voordeel was dat mijn lichaam er sterker van werd. Het is een goede basis voor mijn olympische oefening aan rek geweest. En die meerkamp in Londen ging ook best goed. Met uitzondering van de rekstok, ha ha.”

Nu kan Zonderland erom lachen. Destijds vreesde hij even voor zijn olympische kansen, mede omdat Wammes een specialist op de meerkamp is. Maar die presteerde die dag zo slecht dat hij uiteindelijk procedurefouten moest aangrijpen om zijn kans op de Spelen in tact te houden. Nee, Zonderland neemt Wammes, met wie hij een zakelijke relatie heeft, de gang naar de rechter niet kwalijk. Hij zou in zijn geval hetzelfde hebben gedaan. „Jeffrey wilde ook graag naar de Spelen, nadat dat vier jaar eerder met miniem verschil was mislukt. Dat begrijp ik heel goed. Voor mij nam de druk toe. Het was mentaal zwaar. Maar ook daarvoor geldt dat het een goede oefening voor de Olympische Spelen is geweest.”

Eenmaal in Londen was alle onzekerheid verdwenen. Op zaterdag 28 juli, de dag van de kwalificatie, moest Zonderland ’s ochtends om elf uur als eerste van alle deelnemers zijn rekoefening doen. Slechter had hij niet kunnen loten. Het maakte de turner niet uit. Zonderland meed het risico van de drie gecombineerde vluchtelementen, maar turnde verder zo goed en zelfverzekerd dat hij zich bij de afsprong al verzekerd wist van een finaleplaats.

Dat hij bij het opmaken van de balans ’s avonds aan rek het hoogst had gescoord, wond hem op. De mentale basis voor goud was gelegd, het zou alleen nog op de uitvoering aankomen. Zonderland: „In Londen stond een totaal andere sporter dan vier jaar eerder in Beijing. Destijds was ik überhaupt dankbaar dat ik mocht meedoen aan de Olympische Spelen, deze keer moest ik de finale halen.”

Nee, die tien dagen tot de finale vond Zonderland geen bezwaar. „Ik had me erop ingesteld. Het gaf ook rust. Na de kwalificatie heb ik twee dagen niets gedaan om nadien goed en hard te trainen. Ik ben nog naar schermer Bas Verwijlen en trampolinespringster Rea Lenders gaan kijken, voor het overige heb ik me niet laten afleiden.”

Op het moment dat Nederland dinsdagmiddag 7 augustus een minuut stilstond, zegt de turner die daarvoor verantwoordelijk was, „dat hij in de finale niet eens zijn beste oefening heeft geturnd”. Kritisch: „Die vluchtelementen gingen niet vlekkeloos; ik moest er hard voor werken.”

Adoratie

Maar toen hij eenmaal geland was en NOS-commentator Hans van Zetten op de televisie ‘hij stáát’ had uitgeschreeuwd, was bijna iedereen overtuigd van goud. Op Zonderland na. „Die landing in combinatie met het publiek dat uit zijn dak ging was het gaafste moment in mijn leven. Maar ik was niet 100 procent zeker. Ik wilde eerst de score zien. Ik dacht terug aan de WK-finale van 2010 in Rotterdam toen ik goud verwachtte maar zilver won. Dat had weer kunnen gebeuren.”

Een Nederlandse turner olympisch kampioen. Dat was nog nooit vertoond. Zonderland belandde in een wereld van adoratie. Van de ene op de andere dag was hij een levende bezienswaardigheid. Ongewoon maar opwindend. „Ik kon me er ook wel iets bij voorstellen. Toen ik in 2005 voor het eerst het Sportgala bezocht, keek ik mijn ogen uit te midden van al die olympisch kampioenen. En nu ben ik er ook één. Apart.”

Voor de rest van zijn leven een bekende Nederlander, Zonderland moet er nog steeds aan wennen. Evenals aan de reacties die hij oproept. Bijvoorbeeld nadat hij tijdens de ontvangst van de olympische ploeg koninklijk werd onderscheiden en in de armen van Humberto Tan, presentator van dienst, in huilen was uitgebarsten. Heel Nederland huilde met hem mee. De turner schaamt zich er niet voor. „Die ridderorde vond ik een enorme eer. En die emoties waren er toch een keer uitgekomen. Dat moment in de Ridderzaal, in het bijzijn van familie en vrienden, was dan ook heel intens.”

En zo werd Epke een BN’er die alleen al aan zijn voornaam herkend wordt. Met alle gevolgen van dien. De telefoon stond niet stil, de computer liep vol en de postbus stroomde over. Iedereen wilde wat van Epke. „Mensen die me tegenkomen, reageren vaak heftig. En dan die aanvragen, je kunt het zo gek niet bedenken. Van een groot interview tot het verzoek een spreekbeurt op school te houden. En alles wat er tussenin zit. Er zijn ook een koe en een paling naar mij vernoemd; daar krijg je dan foto’s van opgestuurd. Dat is erg grappig. Nu ik mijn studie geneeskunde weer heb opgepakt en co-schappen in Groningen moet lopen, accepteer ik hooguit eenmaal per maand een uitnodiging.”

Intussen heeft hij een filmpje op YouTube gezet waar hij een combinatie van vier vluchtelementen demonstreert. Hij heeft de Gaylord aan de serie toegevoegd. Om zijn concurrenten te ontmoedigen? Een beetje wel, erkent hij. „Balen lijkt me dat.”

    • Henk Stouwdam