Van geldingsdrang heb ik geen last meer

Dit was, na 25 jaar artistieke leiding bij De Nederlandse Opera, het meest bewogen jaar voor Pierre Audi. ‘Mijn leven is vol revoluties!’

Nederland, Amstaerdam, 18 december 2012 Pierre Audi Nederlandse Opera Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Amsterdam, Het Muziektheater, 16 april

Op de werkkamer van Pierre Audi zitten zeven mensen gebogen over blauwdrukken. Het is winters koud, twee maanden voor de première van Wagners opera Parsifal. Rotsblokken verrijzen op millimeterpapier. „En de lijkkisten, Pierre, waar zijn de lijkkisten gebleven?”, vraagt iemand. Audi: „Die komen er niet. Denk ik. Deze Parsifal wordt een abstracte voorstelling. Ik moet consequent zijn.”

Voor Pierre Audi was 2012 een druk en bewogen jaar – in groot contrast met de rust die uitgaat van het beeldje van de heilige Franciscus van Assisi op zijn bureau. De Nederlandse Opera, waarvan hij nu artistiek directeur is, fuseert op 1 januari 2013 met Het Nationale Ballet en Het Muziektheater tot één organisatie, waarvan Audi dan de ‘operadirecteur’ wordt. Er is een nieuw hoofd artistieke zaken aangetreden. Truze Lodder, de zakelijk directeur, ging in oktober met pensioen. Een kwart eeuw lang had Audi met Lodder „een heilige band” waarin zij met strakke hand zijn dromen verwezenlijkte. „Nooit ruzie in 25 jaar, dat is heel raar”, zegt Audi. „Maar ik heb veel van haar geleerd. Het is straks zaak de virtuele Truze in mijzelf aan te boren.”

De komst van Pierre Audi was 25 jaar geleden groot nieuws in de Nederlandse muziekwereld. De in Beiroet, Parijs en Oxford opgegroeide bankierszoon, toen 31, was een volslagen onbekende, losgeweekt van het door hem opgerichte, avant-gardistische Almeida Theatre in Londen. Opera had hij nog nooit geregisseerd. Maar Audi had de x-factor. Met De Nederlandse Opera ging het slecht, Audi zou kunnen zorgen voor een internationaal opzienbarende, pionierende koers.

De rest is geschiedenis.

Zijn eigen cyclus met de opera’s van Monteverdi, de enscenering van Wagners Ring des Nibelungen, de keuze voor een goede mix van bekend en vernieuwend repertoire maakten van DNO een internationaal gerenommeerd, toonaangevend operahuis.

Brussel, Koninklijke Muntopera, 19 april

De première van Händels Orlando in de regie van Audi is afgesloten met een staande ovatie. Dirigent René Jacobs, de beste Händel-dirigent van het moment, zorgde voor vlammend muzikaal contrapunt bij Audi’s complexe enscenering. „Orlando is atypische Händel: uitermate filosofisch en psychologisch met een dun verhaaltje. Juist daarom zag ik er een kans in iets voor mij nieuws te proberen door in filmbeelden de voorgeschiedenissen van de personages te reconstrueren. „Ik heb als regisseur een handschrift, maar geen herkenbare esthetiek. De vorm moet steeds anders zijn. Soms vind ik mijn eigen oeuvre saai. Hier heb ik gevochten met een nieuwe methode. Dat was leuk, interessant.”

Amsterdam, Theater Carré, 1 juni

De openingsproductie van het Holland Festival, C(h)oeurs van Alain Platel, oogst gemengde reacties. Indrukwekkend, vindt de een. Kitsch, zegt een ander. Pierre Audi is sinds 2005 óók artistiek directeur van het festival. Op de drukke nazit loopt hij rond tussen 500 genodigden, schudt handen, glimlacht. Dit is óók werk. Camera’s van het festival snorren langs het publiek. Bij iedereen jonger dan veertig blijft de lens dankbaar hangen. Audi moet er – voor zijn doen opmerkelijk – hardop om lachen. „Op de openingsavond is er altijd bovengemiddeld veel establishment. Maar echt, ik heb sterk ingezet op de hoognodige verjonging van het publiek. Het festival stond te boek als elitair, we werken er nu al zeven jaar aan het markanter en breder te maken. Met niet alleen klassieke muziek, maar ook de beste en origineelste dj’s en popartiesten.”

In 2013 moet zijn festival door met 12 procent minder subsidie terwijl het huidige programmabudget van circa 4 miljoen al uiterst beperkt is wanneer je het afzet tegen dat van gelijksoortige festivals, zoals de Wiener Festwochen. „Dat is frustrerend. Ik heb het festival artistiek doen groeien, maar we moeten steeds harder werken en steeds inventiever zijn om die ingezette ontwikkeling ook voort te zetten.”

Amsterdam, Muziektheater, 12 juni

Naar de eerste Amsterdamse Parsifal sinds de legendarische productie van Klaus Michael Grüber (1987) is door velen lang uitgezien. Het resultaat valt wat tegen. De abstracte regie van Audi roept vragen op, het Concertgebouworkest tast vol ontzag Wagners oppervlakte af maar durft zich pas gaande de maand te wagen aan de woelingen daaronder. Over de monumentale decors van beeldend kunstenaar Anish Kapoor zijn de meningen verdeeld. Had Kapoor voor zijn honorarium van veertigduizend euro niet méér bij de repetities aanwezig kunnen en moeten zijn?

„Kapoor is een groot kunstenaar”, reageert Audi korzelig. „De gedachte dat zo’n symbolisch honorarium enige rol speelt in zijn overweging aan een project als dit mee te doen, getuigt van een totaal gebrek aan inzicht in de bedragen die omgaan bij de verkoop van zijn beelden. Daarbij komt dat kunstenaars geen geduld hebben om bij een lang repetitieproces aanwezig te zijn. Dat is niet hun vak, maar het mijne.”

Amsterdam, Muziektheater, 1 augustus

Els van der Plas is in de directiekamer getrokken. Ze is de nieuwe algemeen directeur van Het Muziektheater ‘nieuwe stijl’ naast operadirecteur Audi en balletdirecteur Ted Brandsen. Van der Plas, kunsthistorica, had tot nu toe weinig met opera. Audi ziet er geen probleem in. „Talent voor menselijke interactie is veel essentiëler. Altijd rustig blijven – dat is eigenlijk het allerbelangrijkste.”

Amsterdam, Muziektheater, 22 oktober

Vandaag neemt De Nederlandse Opera in stijl afscheid van zakelijk directeur Truze Lodder. Audi spreekt een lofrede uit. „Liefde is het dominante thema in opera”, zegt hij. „Een leider die met dezelfde liefde waar wij het hier op het toneel over hebben haar werk kan voeden, is een moedig leider. Met die herinnering zal het gemakkelijker zijn nieuwe problemen het hoofd te bieden.”

Die problemen, zegt Audi later, zijn onmiskenbaar. De nieuwe organisatiestructuur én de economische crisis die bij opera goed voelbaar is (een kaart voor de eerste rang kost 130 euro), noemt hij „suboptimaal”. „Onze marketeers moeten meer moeite doen en dan nog kopen mensen tickets later en loopt de verkoop in totaal terug. In 2015/16 bestaat De Nederlandse Opera vijftig jaar. Dat moet een ijzersterk seizoen worden, crisis of niet.”

En dus blijft Audi, ondanks het vaak geuite voornemen samen met Lodder af te zwaaien, voorlopig aan. Zijn contract bij het Holland Festival loopt tot en met 2014. „Ik blijf met plezier, hè. Amsterdam is een geweldig operahuis om te werken. We bouwen hier met een team aan producties, terwijl in tophuizen als de Metropolitan in New York of de Bastille in Parijs de sterren in en uit vliegen. Misschien klopt het lot aan mijn deur en komt er een geweldig aanbod van een festival of operahuis elders. Misschien ga ik meer freelancen als regisseur. Wie weet? Ik functioneer empirisch, als mens en als kunstenaar. En ik maak me hoe dan ook geen zorgen. Van geldingsdrang heb ik geen last meer. De fase die eraan komt voelt als één van voltooide missies. Een positief nieuw begin en de voorbereiding van mijn afscheid.”

Hij staat op en kijkt monter. „Wat ook meespeelt: ik word komend voorjaar vader. Op mijn 55ste begint het normale leven. Dat is een grote verrassing!”

Duivendrecht, Amsterdam Studio’s, 30 oktober

Audi – dikke kabeltrui – zit in een nis achter een tafel en strijkt bedachtzaam met zijn wijsvinger onder zijn neus. Op de bühne, een replica op ware grootte van Het Muziektheater, maakt regieassistent Wim Trompert een nieuwe cast wegwijs in Das Rheingold, in de regie die dit seizoen de laatste herneming beleeft. Audi grijpt sporadisch in. „Iets dichter naar die stoel….”, wijst hij dan. Of hij maakt een handgebaar, om aan te duiden hoe oppergod Wotan met halfgedraaide romp moet neerzijgen.

„Veel te zien is er niet”, zegt hij. „Het is een gecompliceerde productie, alles opnieuw instuderen is veel werk.” Loge – indrukwekkend in de rijzige gestalte van de Slowaakse tenor Stefan Margita, herneemt zijn monoloog. „Die goldenen Äpfel in ihrem Garten, sie machten euch Tüchtig und Jung…” Audi kijkt vorsend toe. „Fascinerend”, zegt hij. „De vorige tenor die de rol van Loge zong, was een totaal ander type. Margita dwingt ons de rol anders te regisseren. Maar je moet oppassen. Een bestaande regie hernemen is een soort domino. Als ik één beweging aanpas, verandert de belichting, alles wat erop volgt… Daarom zit ik op afstand. Om te zien: hoe gaat deze nieuwe groep om met de oude regie? Hoe help ik ze? Ik kijk, kijk en kijk.”

Lille, Opéra, 6 november

Audi is opgetogen. Na de première van zijn regie van de weinig bekende barokopera Médée van Marc-Antoine Charpentier aan het Theatre de Champs Elysées in Parijs, heeft hij geen van de vervolgvoorstellingen gezien. Te druk. De prijs van twee banen in Amsterdam. „Maar het stoorde me”, zegt hij. „Natuurlijk wil je zien hoe je eigen voorstelling groeit.” Voor de reprise in Lille heeft hij wel tijd gevonden. Even kijken hoe de voorstelling hier ‘staat’, op een kleiner podium, in een kleinere zaal. „Médée een geweldige opera”, zegt Audi. „En werken in mijn moedertaal, het Frans, is een feest.” Sommige blogs kraken de productie af. „Die irritante blogs”, zegt Audi. „Ze zijn er altijd als eerste en krijgen daardoor een zeker gewicht. Maar het oordeel is van dilettanten.”

Amsterdam, Muziektheater, 6 december

Vanavond gaat Mozarts Zauberflöte in première in de regie van de Brit Simon McBurney. „Het is een van mijn taken regisseurs wiens werk ik heb gezien en bewonder, naar Nederland te halen”, zegt Audi. Die Zauberflöte was Mozarts laatste opera. Parsifal Wagners laatste. Guillaume Tell, de opera waaraan Audi op dit moment werkt en die eind januari in première gaat, Rossini’s laatste. „In die laatste opera’s zit altijd een soort final message”, zegt hij. „Dat muziek ons kan verlossen. Of in elk geval: een belangrijke rol kan spelen in het verbeteren van onze spirituele conditie. Natuurlijk geloof ik dat zelf ook!”

Nog twee weken heeft hij, om aan Tell te sleutelen. Bij een betoog over de negentiende-eeuwse Grand Opéra en „de uitdaging de monumentaliteit niet te breken in een voor onze tijd beter behapbaar concept” leeft Audi op. Monomaan? Zijn gezicht plooit zich in de hem kenmerkende, wat raadselachtige glimlach. „Ik ben een zeer gesloten persoon, extreem gericht op zijn werk.” Trivia? „Eh…ik verzamel Japanse prenten.”

Volgende week, tussen Kerst en Oudjaar, ligt alles stil. Audi rijdt naar Parijs voor het jaarlijkse kerstdiner in het huis van zijn moeder. Aan tafel zitten dan broer Paul, een bekend filosoof, zijn zusje en zijn vader, de bankier Raymond Audi (80) die als enige nog in het thuisland Libanon woont. Aansluitend rijdt Audi naar zijn huis in Toscane, waar hij zich maandelijks een paar dagen terugtrekt om na te denken over nieuwe regieconcepten. „En ik ga deze kerstvakantie ook voor het eerst samenwonen. Babyspullen kopen. Wist je al dat we een dochtertje krijgen? Mijn leven is vol revoluties!”

Ooit, zegt hij, zou hij graag een speelfilm maken als Fellini’s Roma. Een tragisch portret dat de schoonheid en tragiek toont van Libanon, zijn vaderland in crisis.

De telefoon rinkelt. Audi schrikt op. Hij is negen minuten te laat voor zijn eigen repetitie. „Eén van de aspecten die ik bewonder aan grote operahuizen elders, is dat de repetities er nooit te laat beginnen.”

    • Mischa Spel