Tamani is gek van Bokito

Tamani, de tweede vrouw van de beroemde aap Bokito, kreeg dit jaar een baby. Dagboek van een zwangerschap. ‘Ze is een slettebak.’

De eerste vermoedens over een jong van Bokito kwamen op 28 februari van het afgelopen jaar. „We hebben een gorilla die mogelijk drachtig is”, mailde een pr-medewerker van de Rotterdamse Diergaarde Blijdorp. „Volgende week doen we een urinetest om hier zekerheid over te krijgen.” Wij wilden er meteen heen. Nou, we konden beter nog even wachten, want zeker was het allemaal nog niet.

Op 3 maart een nieuw bericht uit Rotterdam. „Het is nog niet zeker of gorilla Tamani drachtig is. Ze is al wel gedekt door Bokito maar dat zegt in principe nog niets. We proberen in de loop van de volgende weken via urineonderzoek te achterhalen of ze drachtig is. Wanneer dat is, hangt af van een geschikt moment om urine op te vangen. Dat moment is niet van tevoren vast te stellen.” Weer wachten. Bidden dat ze drachtig is. Op 30 maart het verlossende mailtje. „Tamani is drachtig!”

Tamani is de naam van een van de drie vrouwen van Bokito, de gorilla die ruim vijf jaar geleden ontsnapte uit het mensapenverblijf en wereldnieuws werd. Op de ontsnapping van Bokito en de daaropvolgende media-aandacht kijken zijn verzorgers met weinig vreugde terug. Vooral de gewoonte om sinds die droevige gebeurtenis agressieve domoren als Bokito aan te duiden, stuit hun tegen de borst. Immers, de echte Bokito is eigenlijk een „vreselijk goede vader” voor zijn kinderen. Bovendien is de zilverrug, zoals een leider van een gorillagroep wordt aangeduid, „buitengewoon slim”. Als een verzorger bijvoorbeeld een trui in het dierenverblijf heeft laten liggen en hij wil dat een gorilla die teruggeeft in ruil voor een banaan, dan begrijpen de meeste gorilla’s dat niet. Die willen alleen maar de banaan. Bokito begrijpt dat wel.

Op woensdag 4 april zien wij Tamani voor het eerst. Of zij een lekker stuk is voor gorillamannetjes is voor mensen lastig te beoordelen. Feit is wel dat Bokito haar graag en veel bespringt en dat zij enorm vruchtbaar is, vertelt verzorger Fred Rueb in het kantoortje naast het binnenverblijf. Rueb: „Normaal gesproken zitten er vier tot vijf jaar tussen twee geboorten. Maar Tamani is helemaal gek van Bokito en heeft een wereldrecord gevestigd.”

Ze is nu voor de vijfde keer zwanger. Tien jaar geleden beviel ze van Thomas, een gorilla die later wegens ruzie zou verhuizen naar Valencia. Vijf jaar later bracht ze een vrouwtje ter wereld, Thirza. Twee jaar later nog een, Tuena. Vervolgens kreeg ze anderhalf jaar geleden een vrouwtje dat enkele maanden later zou overlijden aan een buikvliesontsteking, Tamu. En nu is ze wéér zwanger! „Ongelooflijk”, zegt Rueb. De verzorgers zijn er met enig kunst- en vliegwerk in geslaagd de urine op te vangen van een schuin aflopende vloer. Rueb: „Je kunt niet zomaar even de kooi binnenstappen. Daar gaat je haar van in de war zitten.” Ze hebben een zwangerschapstest uit de apotheek gehaald en het bleek raak. Probleem is wel dat de verzorgers niet weten hoe lang ze zwanger is. „We hebben één dekking gezien, maar we weten niet of die dekking tot de zwangerschap heeft geleid.” De draagtijd bij gorilla’s is ongeveer achtenhalve maand. De verzorgers sluiten weddenschappen af over de datum van de geboorte. „Om een pak stroopwafels.”

Ze heeft een enorme pens

Als we zes weken later eens willen kijken hoe het Tamani vergaat, valt er weinig spectaculairs te ontdekken. „Het is moeilijk om iets van haar zwangerschap te zien, want ze heeft een enorme pens”, zegt verzorger Sandra van Bruggen op maandag 21 mei. Tamani eet net als de andere gorilla’s groente, fruit, bladeren en twijgjes. Maar anders dan anderen, laat Tamani nooit iets liggen.

We spreken elkaar verder in het kantoortje, waar het onmiskenbaar sterk ruikt naar gorilla’s. Onder een telefoon hangt een instructie over wat te doen bij een ontsnapt gevaarlijk dier. „Blijf rustig en raak niet in paniek.” De gorilla’s zijn met z’n negenen. Bokito bepaalt als zilverrug wat er gebeurt. Onderschat nooit zijn drang om zijn leiderschap daadwerkelijk te tonen. De verzorgers dragen niet alleen het trauma van Bokito’s ontsnapping met zich mee. Ze hebben ook lang geworsteld met de houding van Bokito tegenover Nasibu, een jonge gorilla die een paar jaar geleden uit de dierentuin van Frankfurt overkwam. Bokito accepteerde hem als een aangenomen zoon. Wel beet hij hem regelmatig. Hoe zat dat?

De verzorgers vertellen het verhaal als een detective. Ze hadden de gewoonte om de schuifdeuren van het nachtverblijf half open te zetten, zodat de kleine Nasibu er wel doorheen kon, maar Bokito niet. Dat deden ze, vertellen de verzorgers, om Nasibu te beschermen. Het is namelijk een vrolijk, onbekommerd mannetje dat zich weinig aantrekt van het gezag van Bokito. Dat kan gevaarlijk zijn. „Hij is niet bedeesd”, zegt verzorger Jos Hartog. „Soms rende hij Bokito achterna en zag je Bokito denken: Wat maak je me nou?” Op een dag namen de verzorgers een gok. Ze besloten hem niet te beschermen. Ze zetten de schuifdeuren helemaal open zodat Bokito samen met Nasibu het nachtverblijf kon betreden. Sindsdien heeft hij hem niet meer gebeten. Razend interessant! Sandra van Bruggen: „Bokito was eigenlijk vooral agressief vanwege ons. Hij wilde niet dat wij Nasibu beschermden. Hij wilde hem zelf tot de orde roepen. Het is net als wanneer een buurman tegen jou zegt dat je dochter ’s nachts te laat thuiskomt. Dan denk je: daar moet jij je niet mee bemoeien. Wat Bokito frustreerde, was dat mensen invloed op zijn leven uitoefenden. Eigenlijk wilde hij met dat bijten tegen ons zeggen: dit is mijn rijk, hier heb ik het voor het zeggen, als jullie bepalen wat hier gebeurt, ben ik een slappe zilverrug.”

De zwangere hoofdpersoon van dit verhaal staat in Blijdorp bekend als de grootste egoïst van de gorilla’s. Tamani is haar halve leven al verwikkeld in een strijd om de aandacht van Bokito, vooral met de leidsvrouw van de groep, Aya. Die strijd wint ze altijd. „Ze slijmt”, zegt verzorger Sandra van Bruggen. „Het is een slettebak.” Ze hangt het brave vrouwtje uit. Ze houdt zich afzijdig als Bokito iets wil eten, want ze wil niet de indruk wekken dat zij iets eerder zal opeten dan hij. Bij het verlaten van de nachtverblijven laat ze Bokito voorgaan, want ze wil de indruk vermijden dat ze niet op hem wacht. Als ze een jong heeft gebaard, laat ze dat zien aan Bokito. „Kijk eens naar mijn baby!” De baby zelf interesseert haar minder dan de positie die ze door haar kind inneemt. Gorilla’s met jongen stijgen in de rangorde van de groep. Verzorger Sandra van Bruggen: „Als wij de gorilla’s bananen geven, staat zij vooraan, ook al heeft ze een baby op de arm. ‘Als ik die banaan maar krijg’, denkt ze.”

Gorilla’s zijn net mensen

Bokito heeft drie vrouwen die hij regelmatig dekt. De eerste is Annette. Zij is bijna veertig jaar oud en heeft al elf jaar geen jongen meer gehad. Ze hangt er een beetje bij. Annette is de oma van leidsvrouw Aya. Ook die wordt regelmatig gedekt. Ze heeft in de loop der jaren twee vrouwtjes gebaard: Adira en Ayba. Maar ze is minder vruchtbaar dan onze hoofdpersoon. Aya is ook niet zo egoïstisch. Ze is sociaal. „Dat is haar karakter.” Nee, dat gedrag heeft niets te maken met je aanpassen aan de hiërarchie in de groep. „Het gedrag komt niet voort uit zwakte. Het is echt haar karakter.” Ze bekommert zich om het voortbestaan van de groep. Dus als Tamani drachtig is, dan moet ze volgens Aya niet denken dat ze daardoor meer is dan een ander. En als Bokito een van de jongen heeft gebeten, dan moet je niet raar opkijken als Aya de rest van de gorilla’s optrommelt om gillend en krijsend achter hem aan te gaan. „Gorilla’s zijn net mensen.”

Het is zomer en er is verwarring onder de verzorgers. Is Tamani eigenlijk nog wel zwanger? Lichte ontzetting. We zullen toch niet maandenlang meeleven met een gorilla om op dinsdag 17 juli te ontdekken dat we bedrogen zijn? Tamani heeft een dikke puntbuik, maar daar kan zich een dood gorillaatje in bevinden. Ze houdt zich afzijdig van de rest van de groep. Ze wordt door de andere gorilla’s gemeden. Verzorger Jos Hartog: „Er is iets gaande. Ik voelde het meteen toen ik terugkwam van vakantie: het is anders.” Hij noemt de gebruikelijke volgorde van opkomst als de gorilla’s ’s ochtends even het hok in moeten: 1. Bokito. 2. Tamani. 3. Nasibu. 4. Annette. 5. Aya. Sinds kort houdt Aya haar concurrent Tamani tegen. Ze mag het hok niet in. „Ze mag er niet door. Aya voelt kennelijk dat er iets aan de hand is. Misschien wil ze haar waarschuwen? Of haar eigen dominantie tonen?” Nee, helemaal fris zit Tamani er niet meer bij. Ze likt vreugdeloos de resten op die Bokito na een lichte maaltijd heeft uitgespuugd. „Dat is normaal, hoor”, zegt de verzorger. Vervolgens gaat ze weer aan de rand van het eiland zitten en bedekt met haar poten een oor. Schijnt ook normaal te zijn. Dat wil zeggen: het is een tic die ook andere gorilla’s in gevangenschap wel ontwikkelen, meestal in reactie op een trauma. Verzorger Jos Hartog: „De vorige zilverrug, Ernst, accepteerde haar niet toen ze hier kwam, en heeft haar gebeten in de pols en de handen. Daarbij zijn de vingers beschadigd. De tic kan een reactie daarop zijn. Maar het kan ook een aangeleerde gewoonte zijn.” Een bezoeker hoort het gesprek en vergelijkt de tic met het bijten van je nagels. „Niets menselijks is een gorilla vreemd.” Nauwelijks getroost vertrekken we uit Rotterdam.

Twee maanden later blijkt dat we ons onnodig zorgen hebben gemaakt. Tamani heeft geen jong verloren, vertelt verzorger Jos Hartog op dinsdag 18 september. Haar buik „staat op klappen”, en de orde binnen de groep is weer hersteld. We bestuderen de drachtige gorilla op het gras in het buitenverblijf. Tamani houdt zich afzijdig, in alle rust. Hartog: „Bokito heeft vermoedelijk een charge uitgevoerd. Hij heeft Aya een standje gegeven. Dat had hij misschien al veel eerder moeten doen. Aya heeft de zwangerschap van Tamani aangegrepen om over haar heen te lopen, maar Bokito staat aan de zijde van Tamani. Ach, het is net politiek.”

We hopen op een vrouwtje

Op 5 november is het zo ver. „Hoera! Hoera! Hoera! Hoera! Hoera!” staat er boven een mailtje van de dierentuin dat kond doet van de geboorte van een gorillababy, „gezond en wel”. De geboorte is, onzichtbaar voor de verzorgers, voorspoedig verlopen. „Je begrijpt: we zijn heel gelukkig.” Wij naar Blijdorp. „Het is feest hoor”, zegt verzorger Fred Rueb. „Onze groep is verrijkt.” In het kantoortje liggen helaas geen stroopwafels. „We wedden om nooit te geven stroopwafels”, verklaart Rueb. Hij voorspelde een late geboorte en heeft de weddenschap gewonnen. Of het een jongen of een meisje is, valt voorlopig niet uit te maken. „We hopen op een vrouwtje.” Want er is een mannenoverschot in de Europese dierentuinen. Meerdere mannetjes in één groep krijgen doorgaans ruzie. „Vooral bij het dekken.” De een wint en wordt zilverrug, de ander druipt af. Bij vrouwtjes gaat het beter. Hoe meer vrouwtjes, des te meer groepen met één mannelijke leider je kunt maken.

Dan eindelijk naar moeder en kind. Tamani hangt onderuit op een plank bovenin het binnenverblijf, het jong als een aktentas stevig tegen zich aandrukkend, ogenschijnlijk ongeïnteresseerd, alsof ze het moederschap vooral hinderlijk vindt. Fred Rueb: „Tamani is gemakkelijker dan andere gorilla’s. Na een jaar draagt ze haar jong niet meer. Dan denkt ze: zoek het maar uit, ga maar op de rug van je zus.”

Enkele weken later hebben de verzorgers het geslacht van het jong kunnen bepalen. Het jong is een vrouwtje. Haar naam is Tonka.

    • Arjen Schreuder