Opinie

Taakstraffen bij doodslag bestaan dus wel

Ben ik in 2012 uitgegleden of gestruikeld in deze rubriek? Natuurlijk. In de veertig stukjes op deze plaats kon ik één duidelijke fout vinden en één stevige inconsistentie.

Die fout is overigens niet onopgemerkt gebleven. Ik kreeg een handvol mailtjes en een paar reacties op de website. De één corrigeert je wat vriendelijker dan de ander, maar dat ik overall een sufferd ben, is me nu wel duidelijk.

Waar ging het over? Maar liefst zeven keer schreef ik dit jaar over de doelmatigheid van het strafrecht. Er kwamen dit jaar immers veel cijfers over de treurige prestaties van de strafrechtketen. Dat begon met een Rekenkamerrapport, waarin duidelijk werd dat politie, Openbaar Ministerie en rechtbank in gescheiden werelden leven. De doelmatigheid is dramatisch laag, het rendement idem dito. De strafrechtpraktijk is een gatenkaas. 90 procent van wat de burger de politie komt melden, verdwijnt in een zwart gat, was een conclusie.

Het ophelderingspercentage van de geregistreerde criminaliteit is 24 procent. Of zelfs 1,8 procent, als we de totaal door slachtoffers in enquêtes opgegeven criminaliteit berekenen. Ruwweg worden er voor ieder geregistreerd misdrijf nog zeven gepleegd die de burger niet aangeeft. Daarop concludeerde ik iets te enthousiast dat er „naast iedere twee gepakte boeven dus 98 onbekende staan”. En dat boevenvangen ‘dus’ symbolische arbeid is.

Daar had ik beter langer over kunnen nadenken. Want de wereld der delictenplegers bestaat niet louter uit first offenders. Met dank aan socioloog Jochem Tolsma uit Nijmegen, die me voorrekende dat 40 procent van de verdachten die de politie registreert, daar al vaker is langsgekomen. 60 procent lijkt nieuw, maar ook daar kun je vraagtekens bij zetten, gezien de lage pakkans. In die 60 procent zullen zich ook de nodige recidivisten bevinden. De kans dat iemand die tien delicten pleegde wordt gepakt, is dan niet 1,8 procent, maar 10 keer 1,8 en dus 18 procent. Touché.

En dan waren er natuurlijk nog de nodige lezers die me erop wezen dat de zuiver calculerende dader niet bestaat. Niemands gedrag wordt alleen gestuurd door zijn perceptie van de pakkans en strafkans. Factoren als morele afkeuring, sociaal afbreukrisico, schaamte en geweten spelen ook mee. Dus een lage pakkans en strafkans zijn niet de enige remmers op de trein van crimineel gedrag. Daar ben ik het ook mee eens. Ik bracht die cijfers vooral scherp naar voren omdat in het publieke debat veiligheid wordt gepresenteerd als de eenvoudige som van ‘harder’ aanpakken, ‘strenger’ straffen en ‘meer blauw’ op straat. Simpele oplossingen voor ingewikkelde problemen scheppen illusies. Ook als je ze met andere simpele cijfers relativeert, geef ik hier toe.

En dan nu de inconsistentie. Het Openbaar Ministerie maakte dit jaar bekend dat het over een periode van vijf jaar de strafexecutie in elfduizend zaken heeft laten verjaren. 6 procent van de totale ‘strafproductie’ spoelt gewoon weg. Omdat de veroordeelden er stilletjes vandoor zijn, voorlopig bij oma zijn gaan wonen et cetera. Toen riep ik in deze rubriek stoer dat Justitie dat ‘niet kon maken’ en vroeg ik om „korte metten. Gewoon vasthouden, en als dat niet kan, paspoort, rijbewijs en eventuele uitkering intrekken, digitaal enkelbandje om, meldplicht op het bureau, buurtagent langs sturen. Verzin iets. Hou ze onder druk en vooral boven water totdat de straf wordt uitgezeten.” Zo, dat luchtte op.

Maar een paar maanden later had ik juist weer ernstige bezwaren tegen het plan van het nieuwe kabinet om verdachten meteen na hun rechtszaak vast te zetten. Die straf is immers nog niet onherroepelijk, althans, als partijen in hoger beroep gaan. Er is altijd de kans dat er dan vrijspraak volgt. Dan heb je dus een onschuldige opgesloten. Het is bovendien in strijd met het onschuldbeginsel. Dat kost straks tonnen schadevergoeding en veroorzaakt veel nieuw leed. En het ondermijnt het vertrouwen in de rechter. Vond ik toen allemaal. Maar ik kan niet eerst pleiten voor ‘gewoon vasthouden’ en als dat dan wordt voorgesteld weer gaan pruttelen over het onschuldbeginsel. Dat is niet consistent.

En ik heb nog wat nieuws ontdekt. Vorig jaar maakte ik me hier druk over een Zembla-uitzending waarin ten onrechte werd beweerd dat de rechter bij moord, doodslag en verkrachting met grote regelmaat slechts taakstraffen en boetes oplegde. Uit wetenschappelijk onderzoek was gebleken dat dit bij moord en doodslag juist niet voorkwam en bij seksuele misdrijven bij hoge uitzondering. En dan doorgaans op goede gronden. Slordige journalistiek dus. Dat pikte dit jaar de tv-serie Medialogica van Human op, waarin ik dat herhaalde.

Nu kwam dit jaar wederom de cijferbijbel Criminaliteit en Rechtshandhaving uit, met de gegevens over 2011. Daarin staat in tabel 6.12 op pagina 524 dat de strafrechter vorig jaar in 0,4 procent van de ‘misdrijven tegen het leven’ het wel degelijk liet bij een taakstraf. En trouwens ook in 0,1 procent van de verkrachtingen. Dat zijn lage percentages. Maar in respectievelijk 123 moord- of doodslagzaken en 25 verkrachtingszaken was de rechter dus zéér genadig, met een taakstraf. Zó ver kan Zembla er niet naast gezeten hebben. Waarvan akte.

Folkert Jensma is juridisch redacteur en schrijft hier vanaf 5 januari weer wekelijks over de rechtsstaat. Debat op nrc.nl/rechtenbestuur, twitter #rechtsstaat