Politici en hun integriteit

Incidenten bepalen in hoge mate het beeld dat burgers hebben van hun politieke bestuurders en van de overheid in het algemeen. Daarom zijn recente affaires rond de (ex-)staatssecretarissen Verdaas (PvdA) en Weekers (VVD) ook zo schadelijk voor dat imago.

Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) schreef vrijdag ware woorden op de Opiniepagina van NRC Handelsblad: „Elke integriteitsschending – groot, maar ook klein – is een directe aantasting van de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur.”

Daarom is het geen bijzonder nieuws dat tweederde van de politieke ambtsdragers de werkhouding van hun collega’s als integer beschouwt, zoals vorige maand bleek uit een onderzoek van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector. Het slechte nieuws is daarentegen wel dat één op de tien politieke bestuurders daar juist niet van overtuigd is.

Dat het Openbaar Ministerie de voormalige Noord-Hollandse gedeputeerde Hooijmaijers van corruptie verdenkt, evenals ex-wethouder en ex-Kamerlid Van Rey van Roermond, om twee actuele kwesties te noemen, versterkt de negatieve indruk. Zij overschaduwen al die vele wethouders, gedeputeerden en kabinetsleden die wel rechtschapen te werk gaan.

Beiden zijn lid van de VVD; de partij die zich weleens mag afvragen hoe het toch komt dat juist haar leden relatief zo vaak betrokken zijn bij zaken die rieken naar omkoping, belastingontduiking of gesjoemel met regels. Zo is er, onder meer, ook nog de zaak van de voormalige fractieleider van de VVD in Maarssen, die een veroordeling tot enkele jaren gevangenisstraf wegens fraude, corruptie en belastingontduiking aan zich voorbij liet gaan: hij is spoorloos.

Het is alvast verstandig dat het hoofdbestuur van de VVD nu nagaat of Weekers, met het aanvaarden van de royale gift die hij van Van Rey kreeg, niet de interne partijcode heeft geschonden.

Wellicht was de neiging om zulke kwesties als ‘klein bier’ te beschouwen of anderszins weg te polderen, lange tijd te groot.

Neem het voornemen om de financiering van politieke partijen te reguleren. Dat beleeft deze maand zijn tienjarig jubileum. Minister Remkes (VVD) kondigde in december 2002 wettelijke regels aan, die partijen zouden verplichten openbaar te maken hoe ze aan hun geld komen. Na hem hebben nog vier ministers van Binnenlandse Zaken zich ermee beziggehouden: Ter Horst (PvdA), Donner (CDA), Spies (CDA) en Plasterk (PvdA). De laatste verdedigt het voorstel binnenkort in de Eerste Kamer, zodat de wet in 2013 in werking kan treden. Te zeggen dat politiek Den Haag haast heeft gemaakt met deze regels, die de eigen partijen betroffen, zou schromelijk overdreven zijn.

Het voorstel is bovendien verre van volmaakt. Plaatselijke partijen vallen er bijvoorbeeld buiten. Het nieuwe kabinet heeft reparatiewetgeving aangekondigd, maar die zal niet voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen (2014) van kracht zijn. Ook partijen die aan provinciale verkiezingen meedoen, of die voor de waterschappen, vallen straks onder de nieuwe regels.

Erg streng is de nieuwe wet niet. Slechts giften aan partijen (van burgers, bedrijven of instellingen) van boven de 4.500 euro moeten openbaar worden gemaakt. De Europese Commissie bijvoorbeeld heeft laatst een voorstel gelanceerd om die drempel bij 1.000 euro te leggen, terwijl in een land als België donaties al vanaf 125 euro bekend moeten worden gemaakt.

Privacyoverwegingen liggen in Nederland ten grondslag aan de ondergrens van 4.500 euro; per definitie een arbitraire opvatting, want waarom geldt dat recht op privacy wel bij een gift van 4.499 euro en niet bij 4.501 euro? Er is niets mis met giften aan politieke partijen, mits aan de vereisten van maximale openbaarheid wordt voldaan en de schenker geen tegenprestaties claimt.

Niettemin is de toekomstige wet vooruitgang ten opzichte van de huidige situatie waarin vrijwel niets is vastgelegd. Zo zullen de regels voor schenkingen aan partijen ook gelden voor giften, in geld en natura, aan de kandidaten op een verkiezingslijst.

Zulke openbaarheid kan situaties zoals met kandidaat Weekers, die een reusachtige reclamezuil met zijn beeltenis erop ‘cadeau’ kreeg, hopelijk voorkomen. En zo ook het negatieve beeld dat politici te vaak over zichzelf en over de politiek als geheel afroepen.