Oranje ging zachtjes ten onder aan onbehagen

Na het EK kreeg Bert van Marwijk een totaal ander leven. ‘Beetje fietsen, beetje lummelen, soms een terrasje. Het bevalt mij prima.’

Nederland, Meerssen, 19 december 2012 Bert van Marwijk Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Hij zit goed in zijn vel, als opa. De kleinkinderen komen eten, blijven slapen, rijden met hem mee in de auto en stellen moeilijke vragen. Ze hebben talent voor sport: het meisje met tennis, de jongens met voetbal. De genen doen hun werk.

„Ik voel me heel erg opa, nu. Ben ongekend trots op die kinderen. Vroeger had je andere relaties met je oma en opa. Afstandelijker. Hooguit tweewekelijks. Nu denk ik wel eens: hoe lang blijft dit geluk duren? Een kleinzoon is acht, de tweeling tien. Over drie, vier jaar zitten zij op de middelbare school, en dan doen ze alles alleen. Dan ben je ze eigenlijk alweer kwijt. Terwijl ik nu in mijn kleinzoons mezelf terugzie: talent, onberekenbaar, eigenzinnig aan de bal, bravoure. Soms ga ik met de oudste, Thomas, fietsen – vindt hij prachtig. Zoveel mogelijk heuvels op.

„Strenge opa? De jaren hebben me milder gemaakt. De scherpe kanten zijn er nu wel af. Niet in het voetbal, wel als opa. Marian zegt altijd: ‘Ga wat zachter, Bert.’ Dat doe ik ook, maar niet naar mezelf toe, niet naar de Umwelt. Alleen de kleinkinderen mogen aan mijn strenge hand ontsnappen.”

Bert van Marwijk: een voetbalgekke heer van zestig. Na het rampzalige EK koos hij als bondscoach voor de aftocht. „Ik had net mijn contract met de KNVB verlengd tot 2016. Op het EK ging het mis. Er zouden een paar evaluatiegesprekken volgen. Dat is nu modern. De KNVB zei dat ze met me door wilde. Maar er is een verschil tussen spreken en voelen. Op een nacht, in mijn bed, dacht ik: de echte warmte in het ja-woord van Zeist ontbreekt. Die ochtend was ik klaar: wegwezen.

„Terwijl het mij vier jaar lang niet aan respect heeft ontbroken. Niet van de staf, niet van de spelers. Maar ik heb wel een gevoelstemperatuur die zelden liegt. En daarom nam ik het besluit om op te stappen. Ik kan het niet in woorden zeggen. Jij zegt het nu: er zaten te weinig zilverdraden in de gesprekken.”

Eigenlijk heeft hij niet veel zin in terugkijken. De aanvechting om zich te verdedigen is er al helemaal niet. „Ik heb al te veel spookverhalen gehoord over het Nederlands elftal op het EK in Polen en Oekraïne.” Maar weglopen voor zijn verantwoordelijkheid wil hij ook niet. Dus met frisse tegenzin toch maar even terug naar de zomer 2012. In kurkdroge zinnen, zonder emotie in de stem.

„Wat jij misschien niet weet, is dat ik ook wel kan genieten van slechte dingen, van tegenslag. Vooral als bevestiging van wat ik al dacht en voelde. Je zou het een sadistisch trekje kunnen noemen, al kan ik dat zelf niet echt uitleggen. Tijdens het EK werd dat nog aangemoedigd door scherprechters van de buitenwacht.

„In de ogen van heel Nederland waren we 48 maanden het beste team van de wereld. Altijd goed getraind, passie, liefde voor het spel, resultaat. Oranje stond als een huis. De onderlinge sfeer in de selectie was prima. Een jaar voor het toernooi heb ik de spelers verwittigd: jongens, de eerste wedstrijd is het allerbelangrijkste. Die verloren we dus met 1-0 van Denemarken. De tweede wedstrijd tegen Duitsland speelden we de eerste twintig minuten hartstikke goed. Na een succesvolle tegenaanval zag je het zelfvertrouwen inzakken – de verdediging wist het even niet meer. Het veld werd te groot, niet te belopen. Je kan het ook slijtage van de groep noemen.”

Nog steeds ingetogen: „Het succes van het WK in Zuid-Afrika heeft ons gegijzeld. Het verwachtingspatroon was onrealistisch hoog. Natuurlijk zou Oranje Europees kampioen worden. In die nationale hymne heb ik me niet begeven, maar zo leefde het wel om me heen. Ik wist dat Van Bommel, Heitinga, Kuijt en anderen niet meer beter zouden worden. Misschien hadden spelers als Sneijder, Van der Vaart, en de Robbens van deze wereld daar ook wel hun hoogtepunt bereikt. Ook daarom ging ik hardnekkig op zoek naar aanstormend talent en wou ik de selectie graag aanvullen met jongens als Van der Wiel, Pieters, Strootman, Afellay. Verder hoopte ik dat we het met de ‘oudjes’ van Johannesburg nog één keer zouden flikken.

Bankzitters

„Nog voor het EK kondigde het noodlot zich aan. Gregory van der Wiel bleef sukkelen met blessureleed. Erik Pieters was out en Kevin Strootman kende een aanslepende terugslag. Toen ook Ibrahim Afellay nog aan de kruisband moest geopereerd worden, wist ik: nu moet het wel heel erg gaan meezitten. Dat zat het dus niet in de eerste wedstrijd tegen Denemarken. Na verlies komen altijd verhalen naar buiten, spelers hebben lijntjes naar de media. Het elftal ging zachtjes ten onder aan een vertrouwenscrisis.”

Welnee, zijn trots is niet gekrenkt. „Van de 48 maanden dat ik bondscoach was, zijn er twee weken niet goed gegaan. Als het niet loopt, worden spelers humeuriger. Zeker bankzitters. Maar ik kijk je nu recht in de ogen als ik zeg: er is niet gevochten in Polen, niet door Huntelaar, niet door anderen. Het enige incident dat mij bekend is, was een discussie tussen Bouma en de dokter. En dat ging over wel of niet veel water drinken voor de dopingcontrole. Waar hebben we het dan over?

„Achteraf zeg ik: hadden we maar een incident of een vechtpartijtje gehad. Het was er niet. Schelden, ja, dat heb je altijd in voetbal. Ik kon er ook wat van in mijn tijd bij Go Ahead. Rivaliteit tussen spelers is zo oud als de weg naar Rome. Dat zie je overal terug. Maar nogmaals: de discipline overheerste bij Oranje.

„Er was gedoe rond de persboycot van Robin van Persie. Dat heeft ons het EK niet gekost, hoor. Dat Robin terughoudend was naar de pers had te maken met zijn situatie bij Arsenal. De club had hem gevraagd zich op de vlakte te houden. Nou, dat respecteer ik dan. Het is trouwens niet zo dat hij helemaal niets gezegd heeft. Mijn relatie met Van Persie is uitstekend. We spreken elkaar nog geregeld. Er is een band tussen ons. Vergeet niet dat ik hem al ken van zijn zeventiende, bij Feyenoord.”

Ik zeg hem dat Louis van Gaal in de pers toeterde dat hij een elftal vol onrust heeft geërfd. Hij zegt dat hij het niet heeft gelezen. Afgemeten: „Ik spreek nooit over een voorganger, en ook niet over mijn opvolger. Dat is een moreel principe. Je hoort soms een coach zeggen: ‘Mijn opvolger komt wel in een gespreid bedje terecht.’ Of andersom: ‘Ik moet eerst puinruimen.’ Ik vind dat verwerpelijk. Wat is onrust? Die zie ik vandaag op de bank van Oranje ook terug, hoor. Teleurgestelde spelers heb je altijd. Alleen bij topclubs blijven reserves vrolijk lachen naar hun huizenhoge salaris dat er toch iedere maand aankomt. En altijd wordt van buitenaf onrust gecreëerd. Toen ik coach van Dortmund was, hing er elke dag een fotografe van Bild om me heen. Op een dag vroeg ik haar wat daar de bedoeling van was. Zij zei dat ze alle plooien van mijn gezicht moest vatten, het liefst een neerslachtig gezicht. Voor het geval dat het mis zou gaan.”

Een laatste oordeel over het mislukte EK. „Wij hebben in Zuid-Afrika boven onze stand geleefd. In intrinsiek talent kan Nederland niet concurreren met Spanje. In verbetenheid ook niet. Wij zijn mentaal zwakker. En we hebben maar één wereldvedette: Robin van Persie. Hij laat het nu wekelijks zien bij Manchester. Na het succes in Zuid-Afrika viel voetballend Nederland in de valkuil van arrogantie: zie maar hoe wij iedereen van de mat spelen.

„We hadden negen kwalificatiewedstrijden op rij gewonnen. Het oefenduel tegen Engeland op Wembley was een kroonjuweeltje. In de aanloop verloren we wel tegen Duitsland – toen zag ik al dat er in de hoofden iets van twijfel was geslopen. Voetballers zijn nog altijd mensen.”

En nu? „Ik voel me erg op mijn gemak. Als ik naar een tennistoernooi van mijn kleindochter ga, ben ik meer opgewonden dan voor een wedstrijd van het Nederlands elftal. Idem dito voor het voetbal van mijn kleinzoons. Beetje fietsen, beetje lummelen, soms wat zon en een terrasje… het bevalt mij prima. Maar natuurlijk blijft het voetbal trekken. Als mijn naam bij een club valt, ontstaat een opstoot van adrenaline. Dan sta ik er meteen weer middenin.

„Ik heb met Liverpool gesproken, een paar Duitse clubs hebben belangstelling getoond. Maar ik wil mijn toekomst rustig overdenken. Stel dat ik ergens teken en twee weken later komt AC Milan – het zou zomaar kunnen. Ik ben niet gehaast. Maar anderzijds: als het intermezzo te lang blijft duren wordt de kans groter dat ik helemaal kap met voetbal. Ga ik wat meer analyseren of wat andere dingetjes doen.

„Ik blijf niet wachten. De woestijn had gekund voor veel geld, maar dat wil ik mijn familie niet aandoen. Dan was ik beter op een lekker terras in Portugal gaan zitten als coach van Sporting Lissabon. PSV? Ik moest glimlachen bij al die speculaties. Ik had allang uitgemaakt dat de kans dat ik naar PSV zou gaan nihil was. Vorig jaar heb ik wel een gesprek met het bestuur gehad. Vergeet PSV.”

Dat hij zestig is, is hem niet aan te zien. Nog steeds dat soepele slangenlijf met die door wind en hagelslag geboetseerde mooie grijze kop. „Ik voel me fit, doe alleen wat krachttraining. Mijn knieën zijn kapot, mijn rechterenkelband is weg, ik heb met hernia leren leven. Ik ben nog steeds dankbaar dat ik tot mijn 36ste heb kunnen voetballen, terwijl mijn knieën en enkels het allang hadden opgegeven.

„Een paar weken geleden stond ik in de kantine van het voetbalveld te wachten op mijn kleinzoon die net een wedstrijdje had gespeeld. Ja, hij schitterde. Toen ik daar zo stond, moest ik ineens denken aan mijn vader die mij na mijn debuut bij Go Ahead ook aan de tribune opwachtte. En hoe we toen samen wegliepen. Zo liep ik nu ook met mijn kleinzoon weg. Vervuld van trots en liefde. Mooi dat ik dat nog mag meemaken.”

Vergrootglas

Vanavond gaat hij kaarten. „Vaak hoor ik dat ik zo’n vriendelijke, aardige man ben. Dan denk ik: je moest eens weten. Ik kan niet tegen mijn verlies. Dan blijft er van die aardige man weinig over. Gelukkig kunnen de muren van de kleedkamer niet spreken.

„Na het EK ben ik onder een vergrootglas terechtgekomen. Dat mag. Iedereen mag mij de schuld geven. Het loopt zoals het loopt. Voor mezelf weet ik dat ik weinig had kunnen veranderen. Er zijn geen wapens om in te breken in een combinatie van arrogantie en slijtage. Zelfvertrouwen is al helemaal irrationeel. Je moet het uitzitten. Na het WK in Zuid-Afrika werden we te hautain. Terwijl zowat het hele Nederlandse voetbal wel was weggevaagd in Europese competities.”

Roberto di Matteo wint met Chelsea de Champions League en luttele maanden later wordt hij ontslagen – hoe absurd wil je het hebben als coach? „We leven in een rare wereld. Bestuurders van voetbalclubs kennen te weinig de werkvloer. Je ziet het ook bij PSV: het golft op en neer. Dick wordt de hemel in geprezen en na twee verliespartijen ontstaat rumoer. Ik heb [schoonzoon] Mark van Bommel gewaarschuwd: besef dat je bij PSV in een kwetsbare positie komt. Jubel en afbranding liggen dicht bij elkaar, in de voetbalwereld. Voor je het weet loop je gebukt over straat.”

Spijt heeft Van Marwijk niet. „Ik ben als bondscoach altijd mezelf gebleven. Er lopen in het voetbal veel toneelspelers rond, vooral voor de camera. Daar kan ik niet tegen. De vreugde van een coach ligt soms in een klein hoekje. Arjen Robben kreeg veel kritiek. Voor de wedstrijd op Wembley zei ik tegen hem: ‘Arjen, ga vanavond lekker op links spelen, dan krijg je een ander gevoel.’ In de rust fluisterde hij me toe: „Trainer, ik voel me bevrijd.”

„Moet dat in de krant? Niet uit mijn mond, op dat moment. Als er iets is waar ik spijt over zou kunnen hebben, is dat ik me misschien niet genoeg geprofileerd heb. Maar ik erger me aan mensen die zich overdreven profileren. Gewone jongen, weet je wel.”

Hij zegt het niet, maar in zijn ogen lees ik dat iets meer waardering welkom was geweest.