Of beleggers KPN ooit gaan belonen is de vraag

‘KPN laat dividendbelegger vallen’, kopte deze krant afgelopen dinsdag. Het telecombedrijf maakte een week geleden na de beurs bekend het dividend drastisch te verlagen van 85 cent per aandeel in 2011 tot 12 cent dit jaar, en 3 cent in 2013. De maandag daarna verloor het aandeel KPN 15 procent van zijn waarde. Inmiddels schommelt de koers rond de 3,60 euro; een jaar geleden was dat nog 9,24 euro.

Vanaf 2003 verhoogde KPN ieder jaar het dividend. Aandeelhouderswaarde ging vóór investeringen. Maar intussen kampt KPN met hevige concurrentie van kabelaars als UPC en Ziggo, die ook internet- en beldiensten verkopen. In die omgeving veilde de overheid de vergunningen voor de frequenties die de fourth generation (4G) mobiele communicatie mogelijk maken.

KPN betaalde uiteindelijk 1,35 miljard euro voor vijftien vergunningen, bijna drie keer zo veel als analisten hadden verwacht. „De continuïteit van onze hele mobiele bel- en databusiness stond op het spel”, zo verklaart KPN deze prijs. Leuk voor Vadertje Staat, maar economie is een zero sum game: de winst van de één is het verlies van de ander. De parallel dringt zich op met de veiling van de HSL-concessie in 2001. NS betaalde zo veel geld dat de hogesnelheidslijn van meet af aan zwaar verliesgevend was. Wat willen we nou als belastingbetalers? Een meevaller voor de schatkist, of modern openbaar vervoer en de beste mobiele communicatie? „Een terechte vraag”, aldus KPN. De VS, Duitsland en zelfs India hebben allang 4G.

Er is nog een andere parallel. In 2000 veilde de staat licenties voor UMTS, de nieuwe mobiele techniek van toen. De opbrengst was 6 miljard gulden, een kwart van wat te verwachten viel. Tot overmaat van ramp werd UMTS in Nederland niet of nauwelijks toegepast: 6 miljard was achteraf misschien eerder te veel dan te weinig. „Maar wie had toen kunnen weten dat anno 2012 60 procent van de Nederlanders een smartphone heeft, waarmee je snel kunt internetten?”, vraagt de woordvoerder van Agentschap Telecom, organisator van de 4G-veiling.

Het Agentschap trok zijn les uit het UMTS-verhaal. Dit najaar veilde het „niet techniekgebonden” vergunningen met lange looptijden tot zeventien jaar, waarmee de bieders kunnen inspelen op 4G en alle standaarden die nog komen gaan. Doel was niet de hoogst mogelijke opbrengst, maar de introductie van de nieuwste en beste communicatietechniek en meer concurrentie. „De politiek wilde graag een nieuwkomer”, aldus het Agentschap. Dat werd Tele2. De winnende bieders, onder wie KPN, betaalden second

price, ofwel per pakket het bod van de één na hoogste bieder. „Als remedie tegen de winner’s curse, de neiging van partijen om altijd te hoog te bieden om het gedroomde pakket maar in de wacht te kunnen slepen.”

De lange looptijd dempt de afschrijvingen voor KPN tot zo’n 80 miljoen per jaar. Het concern denkt goed te gaan verdienen aan deze langetermijninvestering. Of de belegger KPN ooit gaat belonen blijft een open vraag.

Journalist Joost Ramaer schrijft elke zaterdag over beleggingszaken.

    • Joost Ramaer