Nul moraal of gewoon akelig realistisch

Praat de film Zero Dark Thirty, over de jacht op Bin Laden, marteling goed? In de VS is daarover een fel debat ontstaan.

„Het is alsof de geschiedenis is geschreven in licht”, zou de Amerikaanse president Woodrow Wilson hebben gezegd na een vertoning in het Witte Huis van het epos over de Amerikaanse burgeroorlog The Birth of a Nation (1915) van D.W. Grifftith. Zelden is die geschiedenis in licht met zoveel vaart geschreven als in Zero Dark Thirty van regisseur Kathryn Bigelow en schrijver Mark Boal, die eerder samen de Oscar-winnende Irak-film The Hurt Locker maakten. Anderhalf jaar na de opsporing en executie van Osama bin Laden komt hun film uit over ‘de grootste klopjacht in de historie’.

In de VS, waar Zero Dark Thirty pas in januari in première gaat, maakt de film onder journalisten, politici en deskundigen al een fel debat los. De Amerikaanse senator John McCain, die zelf als krijgsgevangene in Vietnam is gemarteld, waarschuwde dat de film ten onrechte de indruk wekt dat de ‘verzwaarde verhoormethoden’ van de CIA direct informatie zouden hebben opgeleverd die resulteerden in de opsporing en uitschakeling van de Al-Qaeda-leider. Historisch volstrekt incorrect, aldus McCain, die fel gekant is tegen praktijken als waterboarding (bijna-verdrinking) en opsluiting van verdachten in kleine zwarte kisten, waar president Obama een einde aan maakte. Onderzoeksjournalist Jane Mayer, die over de CIA-martelpraktijken het boek The Dark Side schreef, verweet de filmmakers „gewetenloosheid”, omdat Bigelow het standpunt verdedigt dat ze de kijker als regisseur geen moreel oordeel wil opdringen.

Dat lijkt een volkomen respectabel standpunt, waaruit blijkt dat ze haar kijkers – ook moreel – serieus neemt. Maar in de politiek sterk gepolariseerde VS werkt dat niet zo. Wie zelf geen duidelijke politieke agenda heeft, krijgt die agenda door anderen in de schoenen geschoven.

Mayer verwijt Bigelow dat ze zich kritiekloos met het standpunt van de CIA identificeert. Maar zo simpel zit Zero Dark Thirty echt niet in elkaar. De film laat zien wat de ‘verzwaarde verhoortechnieken’ in de praktijk betekenen, langdurig en in alle mensonterende details. Om daar louter een pleidooi voor marteling in te zien, vergt een zekere vooringenomenheid. Dergelijke scènes weglaten zou pas echt laakbaar zijn geweest, want ze zijn onlosmakelijke verbonden met de geschiedenis.

Of de methoden ook effectief waren, is in de film geen uitgemaakte zaak. Er komt soms waardevolle informatie uit dergelijke verhoren, maar andere opsporingsmethoden en analyses zijn evenzeer van cruciaal belang. Bovendien: ook als marteling werkt, is de morele discussie erover niet meteen beslecht.

Zero Dark Thirty bekijkt de wereld door de ogen van een CIA-agent(Jessica Chastain) die tien jaar op Bin Laden jaagt. Dat doet de film consequent en effectief.

Zero Dark Thirty heeft zijn eigen geschiedschrijver in dienst: onderzoeksjournalist en scenarist Mark Boal, die na de executie van Bin Laden tientallen gesprekken voerde met zijn CIA-bronnen. Daarmee kwam hij volgens sommige critici in dezelfde positie als journalisten die ‘embedded’ met het leger optrekken. Uiteraard kent dat perspectief beperkingen. Maar dat maakt het nog niet waardeloos. Integendeel. Het gevoel voor sfeer binnen leger en veiligheidsdiensten, de weigering om een simpel narratief de overhand te laten nemen, het scherpe bewustzijn van de prijs van de oorlog tegen terreur, dat alles maakt Zero Dark Thirty tot de grote favoriet voor de eind februari uit te reiken Oscar voor beste film.