Manneke Paul is geliefd in België

Hij is een ‘zotte schreeuwer’ maar je kunt wel om hem lachen. Paul de Leeuw doet het goed op de Belgische televisie. „Hij is vertrouwd en tegelijk vreemd genoeg voor de Vlamingen.”

Het had ook helemaal mis kunnen gaan met de televisieshow van Paul de Leeuw in Vlaanderen. Bij VTM, de commerciële zender die ‘Manneke Paul’ twee keer in de week uitzendt, weten ze hoe Vlamingen vaak denken over Nederlanders: grote mond, luidruchtig, overdreven zelfverzekerd. En kon je dan iemand bedenken die nóg Hollandser was dan Paul de Leeuw?

Maar het mislukte niet. VTM vindt het geweldig om laat op de avond, van half elf tot half twaalf, nog tussen de drie- en vierhonderdduizend kijkers te trekken. Komende week is de laatste uitzending van het seizoen en in het voorjaar is Manneke Paul weer terug. Paul de Leeuw tekende een contract bij VTM voor tweeënhalfjaar, waardoor hij ook andere programma’s zou kunnen presenteren.

Het is nog steeds niet moeilijk om Vlamingen te vinden die Paul de Leeuw een ‘zotte schreeuwer’ noemen en het ‘nog geen vijf minuten uithouden’ als ze hem toevallig zien op televisie. Maar wat zien Vlamingen die wel langer kijken?

Advocaat Robby Lambrecht (33) uit de Oost-Vlaamse gemeente Waasmunster was vorig weekend in de VTM-studio voor de opnames van Manneke Paul. In Vlaanderen, zegt hij, heb je mensen als Jacques Vermeire: acteur, komiek, presentator. „Hij kan gekke bekken trekken en hij heeft humor. We hebben ook interviewers die op televisie emoties kunnen oproepen. Maar Paul de Leeuw kan het allebei, soms met brute overgangen en Vlamingen zijn er heel gevoelig voor.”

Er werd veel gelachen bij de opnames. Maar er klonk ook vaak ‘oh, oh, oh’ – bij grappen die steeds terugkwamen over de vroegere Vlaamse televisieheld Walter Capiau die kinderen seksueel had misbruikt. En er kwamen drie mannen op het podium die Antwerps dialect spraken. „Wat zeggen jullie toch?”, zei Paul de Leeuw. „Ik snap geen hol van deze oertaal.”

Op de eerste rij zaten Stefanie Vanderstraeten, Goele Tielens en Marieke Franken. Vriendinnen, allen 24 jaar, net afgestudeerd of bijna. Ze kregen tranen in hun ogen toen een jongen voor de camera’s een liedje zong voor zijn moeder die veel verdriet had meegemaakt. En ze hadden hard gelachen toen De Leeuw zei wat het e-mailadres was van de show: „Manneke Paul at VTM punt nl.” Het moest natuurlijk zijn ‘punt be.’

Goele Tielens had het mooi gevonden hoe een jongen de show gebruikte om aan zijn ouders op de tribune te vertellen dat hij homo was. „Zijn vader zei: ‘Als hij maar gelukkig is.’” Eén keer wist ze niet of ze wel kon lachen. Het publiek moest van zitplaats veranderen omdat de volgende show zou worden opgenomen – die moest er anders uitzien. De Leeuw zei tegen een jongen in een rolstoel, ook op de eerste rij, dat híj zeker ergens anders moest zitten. De jongen had een ernstige spierziekte. „Ik verschoot ervan”, zegt Goele Tielens. „Ik dacht: wat zou die jongen er zelf van vinden?”

Marieke Franken hoorde of zag niets waar ze van schrok. „Van een Hollander kun je het allemaal verwachten. Dat is ook het grootste deel van het plezier. Als een Vlaming zich zo hyper zou gedragen, zouden we het veel minder appreciëren. Dan zou je denken: ‘Doe toch eens rustig, manneke.’”

Muzikant Gaetan La Mela, freelance slagwerker in Vlaamse orkesten, vindt dat De Leeuw zelfs „onderbroekenhumor” leuk kan maken: „Hij heeft zo’n grote, grappige woordenschat. Volgens mij is dat eigen aan de Nederlanders.”

La Mela noemt zichzelf ‘corpulent’ en hoort graag de grappen van De Leeuw over zichzelf als dikke man. En als homo. „Vlamingen zijn veel sneller beschaamd. Dat zal wel te maken hebben met onze oerkatholieke achtergrond. Wij zouden ook eens iemand moeten hebben die hete hangijzers noemt zoals hij. Bij ons gebeurt dat of heel serieus of platvloers. De Leeuw heeft een mooie middenweg gevonden.”

Vorige week had De Leeuw een klein meisje met een hartkwaal in de studio. Ze heeft viagrapillen nodig die haar ouders niet kunnen betalen en De Leeuw verzamelde pillen voor haar – met veel grappen tussendoor over mannen en viagra. Een man die niet kon dansen deed een dansje voor, er was een groep autisten die tentspullen nodig had en de Belgische schrijfster Chika Unigwe, van Nigeriaanse afkomst, vertelde over haar boek.

Ariane Bazan, psychoanalytica en docent psychologie aan de Franstalige universiteit ULB in Brussel, keek naar de uitzending. Die deed haar denken aan de televisieshows die ze soms zag in de VS, waar ze drie jaar woonde. „Ze bevredigen de onbewuste driften zoals Freud die beschreef: voyeurisme, exhibitionisme, sadisme, masochisme. Mensen worden belachelijk gemaakt, het publiek kijkt en spot mee.”

Maar ze zag ook dat Paul de Leeuw er niet heel ver in ging. „Hij stopte steeds net op tijd. Met die autisten had hij makkelijk kunnen spotten. Ze moesten stangen opvangen en dat lukte niet. Maar hij deed alles om het niet te laten opvallen. Hij veranderde de spelregels, ging zelf meevangen.”

Kijkers kunnen door de shows van De Leeuw hun primaire driften „een beetje botvieren”, denkt Bazan, en dat tegelijk voor zichzelf goed praten omdat er ook goede doelen in de show zitten. „Misschien bewijst hij Vlaanderen wel een dienst. Als je toch tegemoet wilt komen aan die driften, dan maar beter zo: met een zekere elegantie.”

Luc Devoldere, hoofdredacteur van het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift Ons Erfdeel, had het idee dat Paul de Leeuw een „platte schreeuwlelijk” was. Nadat hij een hele uitzending heeft bekeken, is hij nog steeds geen fan. Maar het viel mee. „Er zitten didactische elementen in, zoals met de schrijfster Chika Unigwe. Ik zag eerder al een paar minuten met schilder Luc Tuymans. Die staat niet bekend als een makkelijke man, maar De Leeuw benaderde hem met respect, waardoor hij iets kon zeggen over schilderkunst.”

En er is nog iets, zegt Devoldere: De Leeuw heeft zelfspot. „Dat hebben de Vlamingen graag: dat je jezelf kunt relativeren. De manier waarop hij dat doet, vinden Vlamingen ontwapenend.” Het is ook niet meteen een eigenschap die Vlamingen vaak zien bij Nederlanders – ze vinden dat die zichzelf nogal serieus nemen. Devoldere: „Hij is vertrouwd en tegelijk vreemd genoeg voor de Vlamingen. Ze hebben hem aanvaard als de gekke Hollander die meer durft dan wij.”

    • Petra de Koning