Lekker om weer eens los te gaan op een virus

Een wetenschapper die niet de boer op mag met zijn onderzoek. Vogelgriepprofessor Ron Fouchier had genoeg om zich dit jaar kwaad over te maken.

Nederland, Rotterdam, 29 NOVEMBER 2012 Ron Fouchier, viroloog Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Vogelgriepprofessor Ron Fouchier moest zijn prachtige, in 2011 gemaakte vogelgriepvirus dit hele jaar in de diepvries laten liggen, gedwongen door Amerikaanse terrorismebestrijders. Zijn onderzoek lag stil, terwijl het veel informatie kan leveren over dreigende, wereldwijde griepepidemieën.

In 2011 veranderde zijn onderzoeksgroep een vogelgriepvirus in een virus dat ook makkelijk van zoogdier naar zoogdier overspringt. Vijf tot negen genetische veranderingen bleken voldoende om zo’n vogelvirus te veranderen in een bedreiging voor de mens. Het H5N1-vogelgriepvirus waart al sinds 1997 in Azië rond. Soms worden mensen er ziek van, en gaan er dan vaak aan dood, maar er is nog geen mens-op-mensbesmetting.

Toen Fouchier eind 2011 zijn resultaat wilde publiceren, maakten Amerikaanse terrorismebestrijders bezwaar. Schurkenstaten en terroristen zouden het virus kunnen namaken om aanslagen mee te plegen. De National Science Advisory Board for Biosecurity (NSABB) blokkeerde de publicatie in het internationaal vermaarde wetenschappelijke tijdschrift Science.

Begin 2012 was Fouchier daardoor wereldnieuws. De eerste maanden trok hij de wereld over om iedereen te overtuigen van het ongelijk van de NSABB. „Die velde een oordeel op grond van een misinterpretatie van de manuscripten”, zei Fouchier er begin dit jaar over. Zijn nuchtere optreden trok de aandacht. Time Magazine zette Fouchier in april op zijn lijst van honderd invloedrijkste mensen van de wereld.

Henk Bleker

Vogelgriepdeskundigen en infectieziektenbestrijders protesteerden tegen de Amerikaanse bioterrorismebestrijders. Zij zeiden: Fouchier geeft antwoord op de vragen die iedereen beantwoord wil zien. Zoals: kan het H5N1-vogelgriepvirus dat in Azië en delen van Noord-Afrika in pluimvee rondwaart evolueren tot een griep die van mens op mens overspringt? Dat kan, toonde Fouchier aan.

De Nederlandse overheid negeerde het protest. Toenmalig staatssecretaris Henk Bleker overtrof de Amerikaanse bioterrorismebestrijders: hij verplichtte de Rotterdamse virologen een exportvergunning aan te vragen om de kennis over het veranderde griepvirus in het buitenland te verspreiden. Bleker gebruikte een Europese richtlijn die de export van strategische goederen kan verbieden. Zelfs voor toespraken over de details van het veranderde virus moest Fouchier een exportvergunning aanvragen. Fouchier: „Dat hebben we onder protest gedaan, want de EU-richtlijn sluit wetenschappelijk onderzoek nadrukkelijk uit.”

Om de onderhandelingen over het Amerikaanse publicatieverbod te smeren hadden alle betrokken vogelgrieponderzoekers, niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Europa, Australië en Azië, ingestemd met een vrijwillig moratorium. Het onderzoek aan het H5N1-vogelgriep lag wereldwijd stil.

Half februari trok de Wereldgezondheidsorganisatie de ruzie over de geheimhouding vlot. De NSABB herzag daarna zijn oordeel. Alle details over Fouchiers gevaarlijke vogelgriepvirus stonden eind juni in Science. „Tegen de zomer had ik schoon genoeg van die discussies over dual use research, over het nut en de gevaren van ons onderzoek”, zegt Fouchier eind november. „De eerste helft van het jaar was ik daar echt 80 procent van mijn tijd aan kwijt. Gelukkig hadden we een heerlijke zomervakantie. Maar na de zomer ging ik eigenlijk met een beetje tegenzin weer aan het werk, met het vooruitzicht dat het nog steeds over hetzelfde zou gaan.”

De juridische procedure rond de exportvergunning liep nog. Het moratorium was nog van kracht. De afspraak was dat de beveiliging van de laboratoria opnieuw zou worden beoordeeld. Dat was in Europa in het voorjaar al klaar. „Maar de Amerikaanse overheid houdt het eindrapport op, om te vertragen.”

Opeens dook toen een nieuw virus op. Het kwam uit een overleden patiënt in Saoedi-Arabië. Misschien een nieuw SARS-virus, dat in 2003 in Azië een epidemie met 800 doden had veroorzaakt. Met de mogelijkheid – je weet het nooit – van een grote epidemie. Fouchier, verontschuldigend: „Het klinkt misschien lullig, maar dat was een welkome afwisseling.” Fouchier kreeg het in zijn schoot geworpen. Het begon in juni, nog net voor zijn vakantie, met een telefoontje van Ali Mohamed Zaki, een Egyptische microbioloog die in een ziekenhuis in Jeddah werkt. „Hij is een goede klinisch microbioloog. Hij belde mij omdat hij die patiënt had waarbij hij het ziekmakende virus niet kon identificeren. Hij dacht aan een virusfamilie waarover wij net een nieuwe test hadden gepubliceerd. Of ik het virusmonster kon testen.”

Coronavirus

„Mijn eerste reactie was om er niet in te stappen, omdat ik het veel te druk had met andere zaken. Maar voor de promovendus die die test had ontwikkeld, was het wel leuk. Al snel zag hij dat het om een heel ander virus ging.”

Het was een coronavirus, uit dezelfde familie als het SARS-virus. Het virus dat deze zomer in Rotterdam lag, was nooit eerder bij mensen gevonden. „Alle virologen en infectieziektedeskundigen die de acute ontwikkelingen bijhouden, duiken er op zo’n moment vol in. Je weet niet wat er gaat gebeuren, of wat er al bezig is. We hebben als een speer de erfelijke code gesequenced. Het was echt lekker om weer eens helemaal los te gaan op een virus. Het was weer zoals in de vroege dagen van SARS. Telefonische vergaderingen met collega’s over de hele wereld. Nachten doorhalen in het lab.”

Of de duvel er mee speelt. Ook hier raakte Fouchier weer in diplomatieke en politieke zaken verwikkeld. „Een nieuw kwaadaardig virus, dat hoor je direct te melden aan infectieziektebestrijders. Die microbioloog in Saoedi-Arabië heeft het ook gedaan, maar hij kwam meteen in de problemen. De Saoedische overheid probeerde het tegen te houden. Meteen daarna kreeg ik telefoon en mail van hem, met de vraag of we konden helpen. Hij voelde zich bedreigd en is inmiddels ontslagen. We hebben alle diplomatieke kanalen ingezet om hem veilig het land uit te krijgen. Hij is nu weer in Egypte.” Het leverde Ali Mohamed Zaki en de groep van Fouchier op 17 oktober wel een bliksemsnelle publicatie in The New England Journal of Medicine op, het beroemdste medisch-wetenschappelijke tijdschrift. Details over een gevaarlijk virus dat in het wild opduikt mag iedereen publiceren.

In de laatste maand van het jaar wil Fouchier af van de twee problemen die zijn jaar bepaalden: de vergunningsplicht voor export van wetenschappelijke kennis en het moratorium op zijn H5N1-onderzoek. Als de Nederlandse overheid vasthoudt aan de vergunningsplicht, neemt Fouchier zich voor dat aan te vechten tot bij het Europese Hof. En na een door de Amerikaanse overheid georganiseerde conferentie over de gevaren van H5N1-onderzoek, eerder deze week, is Fouchier met de 40 oorspronkelijke ondertekenaars van het moratorium in overleg om het onderzoek te hervatten. „Mocht dat niet lukken, dan wachten we niet meer op de Amerikanen. Uiteindelijk word ik afgerekend op mijn onderzoeksresultaten en wetenschappelijke productie.”

Die waren in 2012 best goed, ondanks het stilliggende H5N1-onderzoek. „Ja, een stuk of twintig artikelen. Ik mag niet mopperen. Daarnaast schreef ik dit jaar wel zes commentaren in wetenschappelijke tijdschriften. Kijk, ik ga nooit een Nobelprijs winnen, maar door me één of twee jaar bezig te houden met vragen over de vrijheid van dual-use-onderzoek kan ik er waarschijnlijk wel voor zorgen dat het voor volgende generaties onderzoekers kan doorgaan zonder onnodige nieuwe wetten en regels.”