Je verheugen op de kerstomzet

Voor Colette van Eerd is het wennen dat Jumbo nu echt een miljardenconcern is geworden. ‘Ik vraag de chauffeur mij twee straten verderop af te zetten.’

De woensdagochtenden in haar agenda zijn al tot het voorjaar van 2015 ingevuld: het openen van nieuwe Jumbo’s. Even voor negenen ’s ochtends de medewerkers toespreken, om negen uur met veel herrie de winkel officieel voor geopend verklaren en daarna appeltaart en bloemen uitdelen aan de klanten. Precies wat Colette Cloosterman-Van Eerd de afgelopen jaren óók al deed op woensdagen. Toen waren het omgebouwde Super de Boer-filialen, nu zijn het voormalige C1000-winkels.

Of het nooit gaat vervelen? Nee. „Dit blijft súperleuk om te doen.” Of ze er nooit eens eentje overslaat? „Ben je gek? Voor de opening van onze nieuwe Jumbo in Emmen moest ik om vijf uur wegrijden. Ik weet heus wel dat zo’n winkel ook opengaat zonder mij, maar toch ben ik dan al om drie uur wakker.”

Jumbo – de supermarktketen die halverwege de jaren negentig met een handjevol winkels begon in het zuiden van het land – is nu de grootste supermarkt na marktleider Albert Heijn. Het familiebedrijf uit het Brabantse Veghel verraste in 2010 al door het veel grotere Super de Boer over te nemen, en toen kwam daar het afgelopen jaar C1000 nog bij. Jumbo groeit van 300 naar 600 supermarkten. Van 30.000 naar 60.000 werknemers.

Alle drie de kinderen van oprichter Karel van Eerd werken bij Jumbo. Colette (46) en Frits (45) zitten in de directie, Colette als formule- en marketingdirecteur en Frits als algemeen directeur. Hun jongste zus Monique (43) is verantwoordelijk voor sponsoring en evenementen. Karel van Eerd is intussen 74, maar als president-commissaris nog nauw betrokken. Samen met zijn vrouw Kitty gaat hij als het even kan iedere woensdag langs bij de net geopende Jumbowinkels, al liggen die honderden kilometers bij elkaar vandaan.

2012 is het jaar waarin het Brabantse supermarktbedrijf definitief uitgroeide tot een miljardenonderneming. ING, ABN Amro en Rabobank leenden 900 miljoen euro om C1000 te kopen. Opwindend, maar ook spannend. „We zijn met de familie bij elkaar gaan zitten en hebben elkaar goed aangekeken. Gaan we dit doen? Weten we zeker dat het kan werken? Het is niet zomaar iets. Het gaat over bijna 1 miljard euro.”

Bovendien kwam de kans om C1000 over te nemen sneller dan gedacht; de laatste Super de Boer was nog niet eens getransformeerd tot Jumbo. Toch hoefde de ondernemersfamilie Van Eerd niet lang na te denken. „Wij zien altijd kansen. Dat hebben we van mijn vader.” Eind februari stortten de banken het geld en was de overname officieel. Toen kon de familie Van Eerd aan de slag. Het eerste dilemma waar ze voor kwamen te staan, was de keuze: geel of rood? Of allebei? Wat te doen met die honderden C1000-winkels? Allemaal omtoveren in Jumbo’s en het straatbeeld geel laten kleuren? Of de naam C1000 in stand houden?

Een echt dilemma was het natuurlijk niet. De familie Van Eerd ís Jumbo, denkt in ‘geeldrukken’ in plaats van blauwdrukken. Na een paar maanden van analyse besloten de Brabanders het aantal Jumbo’s te verdubbelen. Dat zou meer rendement opleveren en hun positie in de markt verstevigen.

In april maakte Jumbo bekend dat C1000 zou verdwijnen. „We wilden zorgvuldig te werk gaan”, verklaart Colette. „Het is natuurlijk niet de bedoeling dat elke dag driehonderd voormalig C1000-ondernemers aan de telefoon hangen om te klagen dat hun oude formule beter was.”

Want dat de C1000-ondernemers tevreden waren met hun oude formule, dat was duidelijk. Een heel verschil met het eerder overgenomen Super de Boer. Waar die ondernemers vaak opgelucht waren dat ze hun (te dure) formule kwijt waren, zijn de C1000-ondernemers veel trotser en vinden zij het moeilijker over te stappen naar Jumbo.

Themadenken

Aan het einde van de zomer presenteerde Colette de vernieuwde Jumboformule, met de „verrijkende elementen” van C1000. Jumbo blijft zijn eigen laagsteprijsgarantie hanteren, maar neemt van C1000 de aandacht voor huismerken in het assortiment over. En het ‘themadenken’: „Als de bloemkolen net van het land komen zijn ze het goedkoopst. Dan moet je ze vooraan in de winkel zetten. Wonen in een wijk veel Amerikanen? Dan moet je ook Amerikaanse producten kunnen neerzetten.”

De rol van de lokale ondernemer wordt belangrijker. Waar bij C1000 de naam van de franchisenemer prominent op de pui stond, mocht dat bij Jumbo niet. Dat is nu veranderd. „Maar we stellen wel grenzen. De naam van de ondernemer komt echt niet op iedere vlag te staan.”

De slagerijafdeling komt nu meer voorin de winkels, de prijzen worden opvallender gepresenteerd. Dat was typisch C1000, terwijl Jumbo ook een ambachtelijke slager had. „Als je weet dat Albert Heijn voorverpakt vlees heeft, moet je juist die slager in de schijnwerpers zetten. Ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan: waarom hadden wij daar niet veel meer mee uitgepakt?”

Ze beantwoordt haar vraag zelf. Door de snelle groei van Jumbo was er nooit tijd om de formule echt goed tegen het licht te houden. „We werkten altijd door op de manier die we gewend waren, met soms een kleine aanpassing. Pas dit jaar zijn we echt alles opnieuw gaan bekijken. De overname dwong ons om te kijken: waarom doen we het op die manier? Is er een betere manier? Wij willen echt niet per se star vasthouden aan onze gebruiken.”

Een gevolg van de overnames van Super de Boer en C1000 is dat Jumbo sneller moest professionaliseren. En dat is best lastig voor het bedrijf dat gewend was in de luwte te opereren. „Jarenlang had niemand door waar wij mee bezig waren, gewoon omdat er niet zo op ons werd gelet. Vanaf nu wordt alles wat we doen gezien. Er komen veel krachten op je af en het lastige is dat je zelf ook niet altijd weet hoe iets gaat lopen. Als familie moet je die rots in de branding zijn. Dat is een hele verantwoordelijkheid.”

Om misverstanden te voorkomen wordt nu álles vastgelegd. Zo is van a tot z beschreven welke vrijheden een ondernemer zich mag permitteren. Mag hij op eigen initiatief producten opnemen in het assortiment? Hoe om te gaan met lokale sponsoring? „Soms verbaasden we ons erover dat collega’s dat soort dingen vroegen. Dan dachten we: zo doen we dat al jaren bij Jumbo, dat wéét je toch! Nee dus. Intussen begrijpen we: met zo veel werknemers kun je niet verwachten dat iedereen alles weet.”

Jumbo heeft ook de functiebeschrijvingen en salarisschalen opnieuw laten vastleggen. „In de begintijd konden we bij wijze van spreken zeggen: jij hebt zo hard gewerkt, jij krijgt een auto van de zaak. Dat gaat al lang niet meer. Nu kunnen we alleen nog maar zeggen: bij die functieschaal hoort een auto. Bij die niet. Helaas.”

Het „minst leuke” aspect van de overname: Jumbo moest mensen ontslaan. Doordat de twee hoofdkantoren worden samengevoegd, verdwijnen zo’n vijfhonderd banen. „Dat is heftig. Mensen ontslaan, daar zijn wij als familiebedrijf niet voor in de wieg gelegd. Wij zouden het liefst iedereen willen houden. Maar dat gaat helaas niet.”

De familie Van Eerd wil „groot worden door klein te blijven”, maar het is onontkoombaar dat ze zelf meegroeien met Jumbo. „Een auto met chauffeur past gewoon niet bij ons, maar toch maak ik er nu wel eens gebruik van. Dan vraag ik de chauffeur mij twee straten verderop af te zetten.” Voorheen belde Colette zelf naar een winkel als ze had gehoord dat iets niet goed was gegaan. „Maar laatst had ik dat gedaan en toen hoorde ik later dat die mensen zich rot geschrokken waren. Je beseft het niet zo, maar naarmate het bedrijf groeit, krijg je steeds meer invloed.”

Boodschappen doen

Zowel Colette als haar man Raymond Cloosterman, de baas van cosmeticaonderneming Rituals, hebben drukke levens. Op zondagavond hebben ze ‘agendaoverleg’: wie heeft wat die week, hoe doen ze het met hun kinderen? Ze hebben er vier, van 14, 12, 10 en 7 jaar. „Gelukkig hebben we een nieuwe, fijne hulp thuis. Iemand die ons helpt, met de kinderen, met boodschappen doen, met koken, met poetsen. Ze komt rond één uur ’s middags en blijft tot zeven of acht uur ’s avonds.”

In het weekend en op woensdagavonden kookt Colette zelf. Die woensdag rijdt ze toch het hele land door vanwege de winkelopeningen – dan kan ze op de terugweg meteen bij andere Jumbo’s haar boodschappen doen. „Dat is de beste manier om een winkel te ‘keuren’. Kan ik alles vinden? Staan de producten op een logische volgorde? Hoe reageren de klanten?”

De familie Van Eerd is een hechte familie. Tijdens de vakanties zoeken ze elkaar op in de Belgische badplaats Knokke of in het zuiden van Spanje, vlakbij Marbella. De kinderen – tien in totaal: Frits en Monique hebben ieder drie jongens, Colette heeft een jongen en drie meisjes – kunnen goed met elkaar overweg en zitten samen op golfles. Vader en moeder Van Eerd hebben een golfbaan in Nistelrode, vandaar. Colette heeft samen met de vrouw van Frits de marathon van New York gelopen en als Frits dit jaar met zijn band optreedt bij de Toppers, gaan de „trotse zussen” Colette en Monique daar „natuurlijk” naartoe. Moeder Kitty schiet direct in haar moedersrol als Colette bij een winkelopening met een lekkende pen een inkttekening op haar witte spijkerbroek heeft gemaakt. „Geef die maar aan mij mee, die vlek krijg ik er wel uit.”

Ruzies of irritaties komen zelden voor in de familie Van Eerd, bezweert Colette. „Iedereen heeft zijn eigen rol en we vertrouwen elkaar blind. Mijn vader hangt er als een soort pater familias boven en mijn moeder houdt ons scherp. Dan klaagt ze dat de vleeswaren te dik gesneden zijn.”

Op eerste Kerstdag komt de familie samen. „Mijn moeder vindt het heerlijk om te koken. Wij zeggen al jaren tegen haar: ‘Laat ons nou ook een gerechtje maken.’ Voor achttien man koken is niet niks. Maar ze is vroeger kooklerares geweest, dus die krijg je echt niet achter dat fornuis weg. Mijn vader verheugt zich het meest op de kerstomzetten die altijd op eerste Kerstdag binnenkomen. Hij maakt daar een soort quiz van: raad eens welke winkel de meeste omzet per klant heeft behaald? En ondertussen rennen de kleinkinderen alle kanten op en hangt de pudding in de gordijnen.”

    • Barbara Rijlaarsdam