‘In rechtspraak is altijd ruimte voor twijfel’

Rechtspsycholoog Peter van Koppen volgt de rechtsgang al 35 jaar kritisch. De heropening van de zaak van de Zes van Breda is grotendeels aan hem te danken.

Absoluut bewijs bestaat niet volgens rechtspsycholoog Peter van Koppen. Er is altijd ruimte voor twijfel. Nou ja, op dat ene voorbeeld na. Als Eva was doodgeslagen in het paradijs, kon niemand anders dan Adam het gedaan hebben. „De paradijspolitie bestond uit engelen onder leiding van aartsengel Gabriël. Zij waren boven elke verdenking verheven. En de Alwetende Getuige kwam in het geheel niet als verdachte in aanmerking.”

Deze week oordeelde de Hoge Raad dat de zaak tegen de Zes van Breda over moet. Drie mannen en drie vrouwen werden in 1993 veroordeeld tot celstraf voor de moord op een Chinese restauranthoudster. Het besluit van de Hoge Raad is grotendeels te danken aan het werk van Van Koppen.

„Rechtspraak is gokjes wagen”, zei Van Koppen (59) vier jaar geleden in een interview met Psychologie Magazine. „Je moet proberen die gok zo klein mogelijk te houden, maar toch. Daarom zou ik ook geen rechter willen zijn. Ik zou blíjven twijfelen.”

Abdeslam T. is een van de zes veroordeelden in de zaak rond de moord op de Chinese vrouw. Hij had zijn straf al uitgezeten toen zijn vrouw via de media hoorde van het project ‘Gerede Twijfel’ onder leiding van Van Koppen. T. legde het strafdossier voor aan de hoogleraar. Die dook er in, met zijn studenten van de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Conclusie: het had nooit tot een veroordeling van de zes mogen komen. Getuigenissen rammelden. Ontlastende verklaringen werden buiten het dossier gehouden.

Met Hans Crombag en de inmiddels overleden Willem Albert Wagenaar schreef Van Koppen Dubieuze zaken. De psychologie van het strafrechtelijk bewijs. Bij verschijning in 1992 werd het boek door de juridische wereld vijandig ontvangen, zegt Harald Merckelbach, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Maastricht. „Er werd echt op de man gespeeld. De zelfgenoegzaamheid was groot: het rechtssysteem functioneerde toch prima? Wat moest dat dan met die pottenkijkers? Het waren ook nog eens rechtspsychologen, niet eens juristen!”

Socioloog en jurist Kees Schuyt zette destijds vraagtekens bij Dubieuze zaken. „Ik vond dat de auteurs te weinig onderscheid maakten tussen juridisch en wetenschappelijk bewijs. Bovendien werden op basis van een beperkt aantal waarnemingen vergaande conclusies getrokken over de stand van de rechtspleging in Nederland. Dat vond ik wat te kort door de bocht.”

Schuyt is het werk van Van Koppen van afstand blijven volgen. „De generaliserende toon van toen is weg”, zegt Schuyt. Hij prijst Van Koppen om de manier waarop hij, eerder dan anderen, zijn nek uitstak in de Schiedammer Parkmoord – ook een zaak met een onterecht veroordeelde. „Van Koppens volharding is belangrijk. Het strafrecht kan falen doordat schuldigen vrij rond blijven lopen óf doordat onschuldigen veroordeeld worden. Dat laatste is vele malen erger. Van Koppen bevraagt het systeem op de juiste manier. In de media blijft hij bescheiden, zonder triomfantelijkheid.”

Ook deze week weigerde Van Koppen mee te gaan in de superlatieven rondom de heropende zaak. De Zes van Breda de grootste gerechtelijke dwaling in Nederland ooit? Een „journalistenkwalificatie”, vond hij.

Minder diplomatiek en voorzichtig is Van Koppen ritchting universiteitsbestuurders. „Aan het orakeljargon van die mensen heeft hij een broertje dood”, aldus Harald Merckelbach. Andersom proeft hij bij deze onderwijsmanagers weinig waardering voor Van Koppen. „Je zou bijvoorbeeld verwachten dat ze een project als Gerede Twijfel, met zoveel maatschappelijke relevantie en zoveel aandacht, ruimhartig steunen. Of dat ze Van Koppen eens zouden voordragen voor een lintje. Niets van dat alles.”

    • Paul van der Steen