Ik zou me prima in de VVD thuis voelen

PVV-Kamerlid Roland van Vliet vertelt over de oplopende spanningen in zijn partij. ‘Ik maak zelf wel uit met wie ik een biertje drink.’

Roland van Vliet wacht me glunderend op, glaasje fris in de hand. Man van middelbare leeftijd met een bonkig lichaam. Het is donderdagmiddag 6 december, ons laatste gesprek.

We zitten in Luden, aan het Plein. Hetzelfde café waar we eerder de ‘arrogante betweterigheid’ van sommige PVV’ers bespraken, de ‘fraude’ waaraan hij als accountant moest meewerken, zijn vriendschap met een GroenLinks-Kamerlid, de wurgende onzekerheid over de kandidatenlijst in de zomer.

„Vandaag zet ik een grote stap in mijn parlementaire carrière’’, zegt hij, nog steeds glunderend. Het nieuws is vers. Enkele uren eerder heeft de commissie die door de Vestia-affaire een enquête naar woningcorporaties voorbereidt, hem tot voorzitter gekozen. Van Vliet (43) is de eerste PVV’er die dit bereikt.

U bent de komende tijd bevrijd van de PVV-fractie?

Hij glimlacht en herpakt zich meteen. „De sfeer is nu echt goed. Mensen in de fractie zijn opener. Actiever. De spanning is eraf. Maar het is waar: ik zal het komende anderhalf jaar bijna geen tijd voor de fractie hebben.” En weer glundert hij. „Dit is de kroon op mijn parlementaire werk.”

Bij onze eerste ontmoeting, in maart, gedoogt de PVV het kabinet-Rutte I. Het Catshuisberaad, waarover het kabinet later valt, is een paar dagen op gang. Zijn partij is voor de meeste verslaggevers een onneembare vesting. Niet Roland van Vliet – hij staat open voor journalisten. „Ik ben een extraverte man. Toen ik in de Kamer kwam was er de fractie van negen die er sinds 2006 zat. Ze vonden het niet erg als paria behandeld te worden. Ze waren er zelfs een beetje trots op. Maar een deel van de mensen die er in 2010 bijkwam, zoals ik, staat anders in het leven. Ik zie niet iedereen buiten de PVV als vijand. De eerste niet-PVV’er met wie ik in Den Haag contact kreeg was Elbert Dijkgraaf van de SGP. Leuke man. Later kwam daar Bruno Braakhuis van GroenLinks bij, met wie ik nu bijna elke week een biertje drink. En Wouter Koolmees van D66, met hem ben ik vorig jaar op studiereis naar de VS geweest.”

Maar als ze in de PVV zeggen: zulke contacten willen we niet?

„Dan zeg ik terug: ik maak zelf wel uit met wie ik een biertje drink. Ik begrijp dat sommige mensen oprecht bezorgd voor me zijn, dat waardeer ik. Maar ik luister niet naar arrogante betweterigheid. Als iemands toon mij niet bevalt, pik ik dat niet. Collega’s moeten niet denken dat ze mij even gaan vertellen wat ik doe. Ik scheid het persoonlijke van het politieke. Andere partijen, vooral linkse, zijn daar niet goed in. Je hebt mensen in de ChristenUnie die tegen alles van de PVV zijn, omdat het van de PVV komt. Een man als Samsom is een heethoofd die te pas en te onpas aankomt met zijn kind van vijf. Ineke van Gent van GroenLinks – altijd zuur.”

Hoe bent u hier beland?

„Ik was tax director bij DAF Trucks en kwam in 2009 op de website van de partij terecht. Ik stuurde een mailtje dat ik de financiële paragraaf mager vond. Een paar dagen later hing de secretaresse van Wilders aan de lijn. In Den Haag ontving Geert me met Fleur Agema, na afloop van het gesprek zeiden ze: denk eens na over het Kamerlidmaatschap.

„Ik heb ingeleverd voor deze baan, ik verloor mijn bonus en mijn auto. Kon me niets schelen. Ik was uitgekeken op het werk als fiscalist, ik had dat jaren bij grote bedrijven gedaan. Ik kwam veel op Financiën om gecompliceerde fiscale arrangementen te bespreken. Constructies waarbij ik nu vanuit de PVV vraagtekens zet.

„Ik weet dat de politiek eindig en onzeker is. Ik sta er anders in, losser, dan collega’s in de PVV die nooit zoveel verdiend hebben. Zij denken misschien eerder: ik hou vast aan deze baan. Ik heb mijn schaapjes niet op het droge, al kan ik het eventueel wel een paar jaar zonder inkomsten uitzingen.”

U komt uit een gegoed milieu?

„Nee hoor, mijn vader was machinist bij NS. Ik kwam op het gymnasium terecht, en zal nooit vergeten dat mijn vader tegen mijn moeder zei: ‘Roland is de eerste in mijn familie die dit bereikt. En in jouw familie.’ Hoe grootsig ze waren werd me pas duidelijk toen ik op de universiteit van Maastricht belastingrecht had afgerond. De decaan stapte op ze af en zei dat ze trots mochten zijn. Mijn moeder pakte hem bij de arm en zei: ‘Maar meneer, we zijn ook trots op onze Roland’.’’

Uw eerste baan was bij Moret Ernst & Young in Middelburg. Wat ging er mis?

„Ik leerde dat het er in de accountancy niet altijd integer aan toe gaat. Je had uren die je niet besteedde aan één klant, maar aan, laat ik zeggen, zaken van een meer algemeen karakter die op kantoor geregeld moesten worden. Die uren moesten we schrijven op rekening van klanten voor wie we niet aan het werk waren. Ik was net begonnen in het vak, ik deed eraan mee. Maar achteraf heb ik geconcludeerd dat hier iets grondig mis was: dit was fraude. En ik heb het sterke vermoeden dat dit niet om een incident ging.

„Ik ben na drie jaar vertrokken en kwam terecht bij de beleggingspoot van Van Lanschot in Luxemburg. Ik werkte voor rijke Nederlanders die in België wonen, en een deel van hun beleggingen in Luxemburg wegzetten omdat dit fiscaal gunstig is. Het bracht me in contact met rijkdom waarvan ik geen voorstelling had. Dan belde zo’n man: ‘Ik heb hier 600 miljoen gulden, wil je dat even voor mij stallen?’ Dan ging ik met hem eten of een glas wijn drinken. Een bank verdient zijn geld vooral aan de fees op beleggingen, dus je probeerde het zo te plooien dat in elk geval een deel van het vermogen werd belegd.”

U kent alle trucs om belasting te ontlopen?

„Ik heb verstand van fiscaal beleid, zodat ik invloed in de Kamer heb. Ik heb tot nu toe zes amendementen en twaalf moties binnengehaald. Ik ben ervan overtuigd dat dit succes mede te danken is aan het feit dat ik een netwerker ben.”

Bent u wel een echte PVV’er?

„Ik ben op een aantal punten altijd ontzettend rechts geweest. Ook rechtser dan de gemiddelde PVV’er, en rechtser dan het partijprogramma. Zo’n Bijstandswet. Luister eens, denk ik dan: zoek werk, mensen, voordat je om een uitkering komt vragen. Ik zie er weinig in dat mensen geld van de staat krijgen voordat ze iets aan de maatschappij bijdragen.

„Maar ik ben een pragmaticus, ik zou me ook prima in de VVD thuis kunnen voelen. Bolkestein vind ik een supervent. Hetzelfde niveau als Fortuyn en Wilders. Wilders zie ik één keer per week in de fractie, en misschien één of twee keer bilateraal om iets af te stemmen. Dat gaat heel zakelijk en prettig.”

Gaat het dan ook over de tussenformatie?

„De tussenformatie is vier dagen aan de gang en ik zeg je eerlijk: ik weet helemaal niks. Nul.”

CDA’ers zeggen: dit is het moment waarop wij de PVV gaan inkapselen.

„Ze vergissen zich. Wij behoren niet tot de elite. Wij doen niet mee aan de baantjesmachine. Wij communiceren op een manier waarmee we de aandacht vasthouden. Zie het hoofddoekje van de majesteit, de terugkeer van de gulden, het Polenmeldpunt. Bovendien zijn wij in staat nooit ver van ons verkiezingsprogramma af te wijken. En ideaal zijn media die ons uitkotsen. Zolang dat gebeurt zitten wij goed.”

Eind april, ons tweede gesprek, is het kabinet een paar dagen eerder gevallen. De PVV ligt onder vuur, vooral bij de VVD, omdat Wilders een ‘wegloper’ zou zijn, en omdat er na het vertrek van Hero Brinkman ‘LPF-achtige toestanden’ zouden dreigen. Een hardnekkig Haags gerucht wil dat Van Vliet onderdak bij de VVD heeft gezocht.

Als ik bij hem aanschuif gaat zijn telefoon. Hij drukt hem weg. Met pretoogjes vertelt hij dat er zojuist in de Kamer, ondanks de kabinetscrisis, is besloten de bankenbelasting te verdrievoudigen. Weer gaat zijn telefoon, hij neemt nu op. „Of ik tijd heb voor de heer Moerland? Straks, mevrouw, straks. Als de heer Moerland om half vijf belt, heb ik vijf minuutjes.”

Waar ging dit over?

„O, dat was de baas van Rabobank, Piet Moerland. Hij is tegen de deal over de bankenbelasting. Hij wil me bewerken, denk ik. Helaas is het te laat voor hem. Ik ben in de politiek gegaan om de regenten te bashen, de banken vallen daar voor mij ook onder. Maar bellen kan altijd. Ik moet na dit gesprek op de radio. Daarna heb ik wel even.”

Zag u de val van het kabinet aankomen?

„Ik heb altijd geweten dat het alle kanten op kon. Het eindresultaat was voor de PVV niet acceptabel. Er worden 500 zielige miljoentjes bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking terwijl we als PVV wel allerlei zaken van CDA en VVD moeten slikken, zoals bezuinigingen op de AOW. Wij laten ons niet door Brusselse bureaucraten de wet voorschrijven.”

En die LPF-achtige toestanden?

„Die vergelijking gaat totaal niet op. Er is wel eens een incident, maar dat lijkt in niets op de onttakeling van de LPF. Dit zegt de VVD alleen maar omdat ze hopen dat het blijft hangen.”

Wilde u naar de VVD overstappen?

„Onvoorstelbare onzin. Een misselijke beschadigingactie. Ik heb mijn carrière voor de PVV opgegeven, dan stap ik na anderhalf jaar toch niet over naar de VVD?”

Het moet af en toe een heksenketel zijn. Hoe reageert u zich af?

„Als ik donderdags na het Kamerwerk in mijn Mercedes Benz terugrijdt naar Limburg, ga ik niet naar mijn vriendin, die advocaat in Venlo is. Ik rijd naar mijn eigen appartement. Ik steek een sigaar op, schenk een cognac in, en zet muziek op. Ik ben helemaal weg van Keltische muziek. Het is emotie: ik voel mij een Kelt, Schots of Iers, beide vind ik goed. Het is niet alleen omdat ik rossig ben zoals Schotten en Ieren dat zijn. Het is hun houding, hun levenspijn.”

De PVV-leiding maakt begin juli de kandidatenlijst bekend, de weken ervoor is Van Vliet bloednerveus. Nog voordat de lijst vrijkomt stappen Wim Kortenoeven en Marcial Hernandez uit de partij. Ook Jhim van Bemmel doet dat, Van Vliets beste vriend in de fractie, nadat hij van de lijst is verwijderd. Zelf wordt Van Vliet gehandhaafd, op 13. Maar onze afspraak gaat mis: wegens aanhoudende pijn – „alsof er een ijzeren staaf in mijn arm zit” – wordt hij vijf uur geopereerd aan zijn nekwervel. Daarna moet hij zes weken rusten. We kijken eind september, na de verkiezingen, op de zomer terug.

„Het gedoe rond de lijst was zenuwslopend. Ik hield er rekening mee dat ik eruit viel. We moesten zeven weken wachten; veel te lang. De partijtop wilde elk risico vermijden, dat begrijp ik wel: je wilt niet dat de partij vlak voor de verkiezingen ontploft. Maar dit ging gewoon te ver. De spanning heeft zeker bijgedragen aan de pijn in mijn arm.”

En toen kwam verkiezingsavond.

„Een schok. Een totale schok. Ik zag de eerste prognose – VVD, 41 – en dacht: dit bestáát niet.”

Was het verstandig in de campagne vertrek uit de euro te bepleiten?

„Dat thema kwam te vroeg voor ons. Als we alle consequenties kennen, zal ons gelijk vanzelf blijken. Mensen voelden zich onzeker, dan trekken ze weg van de flankpartijen. En de heibel binnen de PVV was natuurlijk ook niet goed voor ons.”

Mede veroorzaakt door Jhim van Bemmel, uw vriend?

„Jhim is mijn vriend, jazeker, en hij zal altijd mijn vriend blijven. Ik sta niet achter het boek en de tweets die hij sinds zijn vertrek publiceerde. Maar Jhim heeft hard gewerkt voor de fractie. Hij stak boven de middelmaat uit. Het was een schok voor mij dat hij eruit viel. Ik mis hem nog steeds. Ik heb destijds meteen tegen de PVV-top gezegd: verwacht niet dat ik Jhim nu ga mijden.”

Hoe verklaart u het heftige vertrek van Kortenoeven en Hernandez?

„Hun giftigheid heeft me verbaasd. We kregen een nieuwe laag rotzooi over ons heen. Ook zij waren van oudsher maatjes van me. We zaten in hetzelfde PVV-klasje voor kandidaatpolitici; we waren de enige uit dat klasje die naar de Kamer doorgroeiden. We dronken wel eens wat, dus toen ze uit de fractie waren gestapt kreeg je weer verhalen dat ik ook zou opstappen – want ik had toch met ze op een terrasje gezeten?”

Zij klaagden dat ze door de fractietop, Agema en Bosma, kort werden gehouden in contacten met de media. Dat probeerden ze met u toch ook?

„Maar ik heb me nooit laten muilkorven. En dat heb ik dus overleefd. Ik ben altijd loyaal gebleven aan de partij. Maar ik heb er ook voor gezorgd dat ik als zelfstandig denkend mens kon blijven opereren. Ik heb zonder veel moeite een netwerk in de media aangelegd. En mijn ervaringen met journalisten zijn ook helemaal niet slecht.”

Bij het openbare afscheid van Kortenoeven en Hernandez weigerde de fractietop te klappen. Alleen Lilian Helder was ongehoorzaam.

„Hoho! Ik heb óók geklapt. Ik ben bevriend met die mensen. Het is een basisfatsoensnorm om op zo’n moment te klappen.”

Denkt u, door alles wat is gebeurd, aan een leven na de Kamer?

„Heel concreet zelfs: als motorrijder valt het mij op dat er altijd een tekort aan monteurs is, het lijkt mij mooi een motorfietsenwerkplaats te beginnen. Na al die jaren weer met mijn handen werken, heerlijk. Mijn hoofd leeg maken. En ik zou er iets bij kunnen doen. Spreker of zo. Of commissaris bij een middelgroot bedrijf. Ik ga zeker niet terug naar de fiscaliteit.”

In het laatste gesprek, 6 december, kijken we vooruit op de periode dat hij als voorzitter van de enquêtecommissie dagelijks op tv komt.

Een voorzitter draagt een das en verschijnt in onberispelijk kostuum. Als een ware regent.

Hij lacht. „Nee hoor. Dat hoeft niet meer. En misschien gaan we wel afrekenen met de regenten – maar dat is een grap natuurlijk. Weet je wat het is? Als ik dit goed doe, is dat ook goed voor de PVV.”

    • Tom-Jan Meeus