Ik ben geen kleine jongen meer Op straat voelt het niet als vijftien zetels

Het eerste jaar van Diederik Samsom als PvdA-leider: verkiezingen, crisis, kabinetsformatie, weer crisis. ‘We moeten dit acht jaar doen, de volgende keer met jou als premier, zei Rutte.’

Samsom en Rutte op 29 oktober, nadat de Tweede Kamerfracties van VVD en PvdA hebben ingestemd met het concept-regeerakkoord. Novum

‘Jezus, wat was ik die avond chagrijnig. Stom hè? De mooiste avond van je carrière en nul minuten genieten. Nul. De eerste exitpoll was 40 voor ons, 41 voor hen. Dan weet je dat je niet wint, want die polls zijn altijd te voordelig voor ons.”

We zitten op de werkkamer van Diederik Samsom, partijleider van de PvdA. Het is vrijdag 19 oktober. De formatie tussen VVD en PvdA loopt al meer dan een maand. Prominenten van beide partijen voorspellen ellenlange onderhandelingen, een moeizaam akkoord en een ‘vechtkabinet’. Het feest dat in september losbarstte in het Amsterdamse Paradiso toen duidelijk werd dat de PvdA 38 zetels had behaald, lijkt lang geleden.

„Terwijl de rest mij zoenend om de nek viel, juichend en huilend van geluk, begreep Wouter dat het geen pure vreugde was voor mij. Er was ook pijn. Bos maakte in 2003 hetzelfde mee. Een enorme surge, en dan net te weinig. Hij zei: ‘Wacht maar tot je straks die zaal inloopt, dan voelt het echt anders.’

„Mijn aankomst in Paradiso was onwerkelijk. Ik voelde daar vooral de oneindige opluchting dat de partij nog bestaat. De dankbaarheid was natuurlijk enorm, die avond. Dat is wel heel lekker, daar is niks mee.”

Begin dit jaar zegde Diederik Samsom zijn medewerking toe aan een dagboek van 2012, voordat duidelijk werd in welke maalstroom de PvdA-leider zou worden meegetrokken. Het minderheidskabinet-Rutte leek nog stabiel, de PvdA schommelde in de peilingen ergens rond de twintig zetels. De gesprekken vonden plaats onder de voorwaarde dat pas aan het eind van het jaar publicatie zou volgen. Ze geven een inkijkje in de grote gebeurtenissen in een politiek leven: verkiezingen, crisis en kabinetsformatie. En weer crisis, over de inkomensafhankelijke zorgpremie.

Bij de gesprekken was Saar van Bueren aanwezig, formeel voorlichter, in werkelijkheid veel meer: adviseur, imagobewaker en degene die hem waarschuwt als slechte eigenschappen komen bovendrijven.

Rutte was in zijn overwinningsspeech vriendelijk voor u, maar u viel hem die avond hard aan.

„Die Mark stapt zo’n podium op, doet een potje lullepotten en doet dat dan enorm goed. Maar ik heb een plan. Ik moest wel hard zijn. Vergis je niet, ik begeef mij op zijn terrein. Wij zijn tot elkaar veroordeeld, maar Rutte heeft gewonnen, hij rijdt gewoon door. Het begrotingsakkoord is gemaakt, net als de plannen voor 2013 en verder. Dan moet je hard aan het roer trekken om een andere kant op te gaan.”

Opeens staat informateur Wouter Bos in de kamer. Het interview wordt onderbroken voor spoedoverleg. Als we het hervatten, is Samsom zichtbaar chagrijnig. Hij wil niet zeggen waarom. „We koersen niet helemaal recht op de finish af. Maar dat vertel ik later wel.”

Al op de avond na de verkiezingen legden Rutte en Samsom de contouren van de formatie vast: „Er ontstond een soort jongensboekromantiek die mij voor de rest van de formatie veel moed en vertrouwen geeft. We zeiden bijna letterlijk tegen elkaar: we moeten dit gewoon acht jaar doen. Rutte zei: ‘De volgende keer natuurlijk met jou als premier.’ Wat ik grappig vond, want ik wilde dezelfde opmerking maken. En hij voegde daaraan toe, typisch Rutte: ‘Over acht jaar is het land af, nemen we het vliegtuig en gaan we in Afrika een land redden.’ Ik zei: ‘Met jouw agenda op ontwikkelingshulp is dat wel nodig ook.’”

Waarom zo optimistisch?

„Deze constellatie kan twee vormen krijgen. De lelijkste die de politiek kent: als jij nou dit niet doet, doe ik dat niet, doen we elkaar geen pijn. Leuk, alleen het land wordt er niet beter van. Of je doet het tegenovergestelde. Dan sta ik straks in zaaltjes tomaten terug te koppen, en Rutte parelkettingen. En dan zien we wel wie er over vier jaar nog leeft. Het wordt uiteindelijk: hoe ver durf je te gaan bij het uitvoeren van het programma van de ander?”

Bent u niet bang voor het verhaal dat de PvdA slechts VVD-plannen wat afzwakt?

„Dat is het grote risico. Dat heeft alles te maken met hoe wij organiseren. De Wet Werken naar vermogen wil mensen met een handicap van de sociale werkplaats afsluiten. Als wij die deur daar dicht doen, maar voor iedereen die naar vermogen bij kan dragen ergens anders een deur openen, namelijk bij een bedrijf – dan plak je twee dingen aan elkaar en heb je het beste van twee werelden.”

Lukt het u dat uit te leggen?

„We gaan van sommige mensen zekerheden afnemen. Dat is onvermijdelijk. Ik voel mij betrokken bij die mensen, maar ik weet zeker dat het land er beter van wordt. Als ik een juiste balans kan vinden tussen hun zekerheden en de verbetering van Nederland, doe ik het goed. En dat lukt met de VVD.”

Het klinkt te mooi om waar te zijn.

„Dat vrees ik ook weleens. Dat we over een jaar zeggen: het was mooi, jammer dat het over is.”

Woensdag 24 oktober

Terwijl journalisten speculeren dat een regeerakkoord nog wel een maand op zich laat wachten, bereiden VVD en PvdA de presentatie al voor. Voor het eerst heeft Samsom het over de inkomensafhankelijke zorgpremie. „Ik wil gewoon zeggen: jongens, dit is een hoge rekening, maar hij wordt wel eerlijk betaald. We hebben verschillende opties onderzocht. Er zit één knop waarvan we zeker weten dat die een groot effect heeft, en dat is de ziektekostenpremie, dus die hebben we gepakt.”

Het akkoord vergt van Rutte het breken van verkiezingsbeloften. Van u?

„Ik heb geen beloften gedaan. Rutte zei dat hij niet aan bestaande hypotheekgevallen wilde komen, want dat had hij beloofd. Toen zei ik: ‘Het kan natuurlijk niet zo zijn dat jij vanwege allemaal onhaalbare beloften niet meer kan bewegen, terwijl ik mij in de campagne kwetsbaar en verantwoordelijk heb opgesteld.’”

Neemt u geen enorm risico met dit uitruilen van thema’s?

„Het zou kunnen dat deze chronische zelfoverschatting in de geschiedenisboeken komt, maar ik denk dat dit regeerakkoord goed valt. Toen ik mij drie weken geleden terugtrok voelde ik ongelofelijk sterk dat idee: ga iets doen! Los de problemen op. Mensen denken: hard bezuinigen in de zorg, het inkorten van de WW-duur, het is vast erg maar ik weet dat het moet. Als het maar eerlijk gaat.”

Weet u het zeker?

„Het is wel een nadeel dat ik niet meer op straat ben, ik werd er zeker van. Mijn intuïtie wordt al drie weken niet gevoed. Misschien verwachten mensen gewoon een hard links verhaal, willen ze dat we weer de klassieke loopgraven induiken. En wordt mijn gevoel van een doorbraak, eindelijk uit die tien jaar rotpolitiek van middenpartijen, niet gedeeld.”

Donderdag 8 november

De zorgpremiestorm is losgebarsten. De VVD wankelt, het kabinet lijkt te vallen voordat het überhaupt zit. Maar de PvdA-leider straalt vooral ontspanning uit. „Weet je nog dat Bos ons gesprek onderbrak? Hij kwam toen met cijfers over het koopkrachteffect van die zorgpremie op hogere inkomens. Ik was er beduusd van. Ik had niet ingeschat dat de nivellering zó heftig zou zijn. Die dag dacht ik: het zou hier wel eens spaak kunnen lopen. Dit trekt de VVD niet, dat hele plan valt in duigen. Maar bij de VVD zeiden ze, oké doen we.”

Hadden jullie het niet door?

„Onzin. Dat gelul over haastwerk, daar moeten we vanaf. We zijn in Nederland wel wat manisch depressief. Eerst was het: goh, wat goed, wat snel. Nu is het: door al die snelheid ging het mis. We kenden de cijfers precies. Misschien werd de sociologische inschatting ervan door de VVD niet goed gemaakt.”

Door u wel?

„Ik ben vooral bezig met de mensen voor wie ík in de politiek ben gestapt. Dat is niet in eerste instantie de groep die twee keer modaal verdient, eerder de bijstandsmoeder. Ik zei nog tegen ze: dit is wel heftig. Min of meer suggererend: ga eens terugonderhandelen.”

Waarom ging het mis?

„Het begon al met de communicatie op de eerste dag. De VVD wilde de cijfers die we hadden niet openbaar maken. Wij hebben heftig geprobeerd ze om te praten, maar dat is niet gelukt. Rutte was toen niet beschikbaar, een premier heeft duizend andere dingen te doen. Regel het maar met Stef Blok, zei Mark.”

Die wilde niet?

„Nee, die sloeg toen in de ‘dicht-modus’. Begrijpelijk, maar een verkeerde inschatting. Je had in ieder geval een basis voor duidelijkheid gecreëerd. Nu is er een soort ongefundeerde, alle kanten opschietende boosheid.” >>

>> Jullie krijgen het verwijt de feiten te verdoezelen.

„De brief van minister Asscher met koopkrachtplaatjes is ongehoord uitgebreid. Alle ambtelijke adviezen waren: Niet doen. Stuur ze het bos in.”

Ik had een woedende Samsom verwacht.

„Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat dat niet verstandig is. Maar alles in mij... Als ik alles loslaat... Maar ik heb geen tijd om mij te verliezen in dat gevoel. En anders zegt mijn team wel dat ik mij gewoon normaal moet gedragen. Niet geïrriteerd doen tegen journalisten.”

Toch was u gisteren boos.

„Ik kan het beter dan vroeger onderdrukken, maar nog niet helemaal. Wij legden in die brief van Asscher alles wat we hadden op tafel, zo hoor je politiek te bedrijven. En het enige dat journalisten deden, was proberen hun eigen gelijk terug te pakken en bedrog bij politici aan te tonen. Ik was er echt ontdaan van. Ik vraag heus niet om een parade. Maar enige waardering dat zo’n brief zoveel informatie heeft mag best. Bestudeer hem, kom niet binnen vijf minuten al met de eerste schreeuwende koppen.”

Als oppositiepartij vergrootte u toch ook wel eens een cijfer uit?

„Ik doe het nooit meer. Echt niet. Serieus.”

Dat is makkelijk praten.

„Je mag het nu opschrijven.” Samsom tikt per woord met zijn vingers op tafel. „Ik. Doe. Het. Nooit. Meer. Ik blijf zitten in die bankjes, ik ga niet om een Nibud-onderzoek vragen omdat de cijfers van de minister niet zouden kloppen. Wat een flauwekul, dien dan een motie van wantrouwen in. CDA-leider Buma zegt dat de koopkrachtachteruitgang een schande is. Zijn eigen programma is vele malen slechter voor de koopkracht van álle groepen. Sorry, maar hoe serieus ben je dan? Ik heb er zo’n hekel aan gekregen. In de oppositie moet je mooie verhalen vertellen, andere perspectieven schetsen. Niet dit.”

Hoe wordt het probleem opgelost?

„Zal ik een scenario schetsen? We dumpen de zorgpremie, helemaal, en nivelleren via de inkomstenbelasting. Dan moet ik wel een kroonjuweel loslaten, met die premie dempten we de marktwerking in de zorg. Ik ga er zo met Mark over praten, hij is terug uit Turkije. Het moet wel allemaal passen en kloppen, en ik moet er een goed gevoel bij hebben.”

Dat heeft u niet?

„Nou ja, het nadeel is: Sjuul Paradijs zet wat chocoladeletters in zijn Telegraaf en wij buigen meteen. Dat is toch raar? Dan beloon je media voor slecht gedrag. Maar goed, het gaat om meer. Bij de VVD hebben ze per ongeluk hun eigen huis in de fik gestoken.

„Ik herkende de angst in de ogen van hun Kamerleden, net als de onbeheersbare woede van hun achterban in die zaaltjes. Meestal overkomt het ons. Ik ben niet van plan mijn partner ten onder te zien gaan, ik ga helpen. Het helpt dat nivelleren via de inkomstenbelasting inhoudelijk een grotere schoonheid kent dan via de zorgpremie. Ik had het al in de formatie gedaan, als het toen niet onbespreekbaar was geweest voor de VVD.”

Denkt u dat dit de laatste crisis is?

„Daarom heb ik ook wakker gelegen van de vraag: houd je vol of niet? Want er moeten nog twintig van zulke moeilijke maatregelen door. Als dit al niet lukt... ”

Woensdag 11 april (peilingen: 24-26 zetels)

Een half jaar eerder. Samsom heeft haast. Op zijn eerste dag als leider verving hij leden van het fractiebestuur van de PvdA door zijn eigen mensen. ’s Middags eiste hij van premier Rutte verkiezingen, omdat de coalitie van VVD, CDA en PVV na het vertrek van Hero Brinkman uit de PVV-fractie geen meerderheid meer had. De dag voor het gesprek heeft hij zijn ‘tienpuntenplan’ gepresenteerd, volgens commentatoren een ‘ruk naar links’.

Samsom lijkt stijf te staan van vrolijkheidsadrenaline. „Sinds gisteren weet ik hoe goed het voelt als je gewoon zegt dat de belasting omhoog moet voor inkomens boven de 125.000 euro. Ben je het daar niet mee eens, dan stem je niet op ons. Het is geen nieuwe keuze, maar we durfden er niet voor uit te komen. Dat is het mooie van leiderschap. Je hoeft er niet meer omheen te draaien, te calculeren. Je kan precies zeggen wat je wilt.”

Wat maakte in uw eerste weken de grootste indruk?

„In Meppel was ik voor het eerst als partijleider op straat. Dat was magisch. Mensen leggen al hun hoop en verwachting in je: ‘Nu gaat het weer beter, ik weet het zeker.’ Terwijl ik denk: ‘Ik weet het nog helemaal niet zo zeker.’ Saar zegt wel eens tegen mij: ‘Het is niet het einde van de wereld als dit niet lukt.’ Ik denk het bij heel veel dingen wel.”

Zoals?

„Ik sprak 15.000 demonstranten op het Malieveld, met SP-leider Emile Roemer naast mij. Dat moest in één keer goed. Mensen zeggen: PvdA en SP samen op een podium, daar komt de SP het beste vanaf.” Samsom lacht verlegen. „Ik had die dag het omgekeerde gevoel.”

De technocraat die het niet leuk vindt met mensen om te gaan?

„Dat beeld had ik zelf ook van mijzelf. Ik had kunnen weten dat het onterecht is. Heel lang geleden organiseerde ik in Delft feesten, als voorzitter van een studentenvereniging. De muziek vond ik zelf vreselijk, maar als mensen het leuk vonden was mijn avond geslaagd. Ik vind het leuk om een zaal te veroveren. Dat is de essentie van politiek.

„Bij het Malieveld moest ik om één uur het podium op, maar ik was er al om twaalf uur. Ik had bedacht dat ik helemaal van achteren naar voren wilde lopen. Als je tussen die vijftienduizend mensen van de sociale werkplaats hebt gestaan, is het op dat podium helemaal niet ingewikkeld meer. Je kunt het altijd nog slecht doen, maar je weet wat ze verwachten.”

Bent u nog wel eens thuis?

„Minder dan ik zou willen. Maar het gaat goed. Als er iets mij meevalt, dan is dat het.”

Waar was u bang voor?

„Voor een boos en teleurgesteld thuisfront. Mijn vrouw vergeleek het een beetje met mijn eerste maanden als Kamerlid. Elke dag was een totale oorlog, vooral met mijzelf trouwens. Toen vergat ik haar verjaardag. Dat was een big thing. 26 maart 2003. Dat vergeet ik nooit meer. En dat was niks vergeleken met nu. Maar toen was ík ook niets vergeleken met nu. Nu lach ik over waar ik mij toen druk over maakte. De uren weg zijn niet het punt. Het is wat je doet als je thuis bent. Je moet daar niet steeds afwezig zijn omdat je hoofd ergens anders is. Tineke zei: ‘Je mag wennen, maar wel sneller dan toen je Kamerlid werd.’”

Dinsdag 8 mei (peilingen: 20-23 zetels)

Het kabinet-Rutte is gevallen. D66, GroenLinks en de ChristenUnie sluiten het Lenteakkoord met VVD en CDA. Samsom blijft afzijdig, net als PVV en SP. Hij oogt geërgerd en vermoeid, heeft het over de „verschrikkelijke collectieve ontgroening van Diederik Samsom”. En: „Moeten we hierover napraten?” Hij speelt met zijn telefoon, tikt continu op tafel. Aan het eind van het gesprek vraagt hij: „Zie ik er getergd uit?” Saar van Bueren heeft wat dagen vrij, Samsom grapt dat hij haar nu al heeft afgebrand.

Waarom bleef u afzijdig?

„De ochtend na de val van het kabinet kwamen de drie met het lijstje van Wouter Koolmees, de financieel specialist van D66. Ik vond het broddelwerk, er stonden zes fouten in acht getallen. Duidelijk was dat het AOW-akkoord waar wij voor getekend hadden eraan moest van D66. En er moest een nullijn voor ambtenaren en een btw-verhoging komen. Voor ons was het weggeven van deze drie onvergeeflijk, maar ze waren onbespreekbaar. Dan weet je dat ze ons er niet bij willen.”

Achteraf twijfels over uw opstelling?

„Alleen over hoe ik had kunnen voorkomen dat de beeldvorming als een trein over mij heen kwam. Paradoxaal genoeg: als ik direct fuck you had geroepen, was mij misschien helemaal niet verweten dat ik niet wilde meedenken. Maar ik wilde niet à la Roemer de deuren direct sluiten.

„Weet je, afwegingen hier zijn nooit zwart-wit. Meestal zit je met dilemma’s. Elke keer overvalt het mij: we staan in die plenaire zaal op elkaar in te praten alsof we precies weten hoe het moet. Terwijl het niet zo is. Natuurlijk is het niet zo. Maar hoe complex het ook is, uiteindelijk moet je voor of tegen stemmen.”

Wat doet u eraan?

„Ik weet het niet. Ik heb soms halverwege het debat de aanvechting om te zeggen: jongens, wat zijn we nou aan het doen? Neem onze discussie over de crisis. De economische theorieën van Keynes en Hayek staan al honderd jaar recht tegenover elkaar. En dan zouden Mark Rutte en Diederik Samsom even zeker weten dat het gelijk 100 procent aan hun kant ligt? Flauwekul. Dat weten zowel hij als ik.”

Hoe was de dag na het debat?

„Wouter Bos belde mij op, of hij langs kon komen. Hij was nog nooit bij mij thuis geweest. Toen hij binnenkwam smeet hij eerst alle kranten in de prullenbak. Ik legde uit wat er was gebeurd, hij legde uit dat het wel weer voorbijgaat. Wouter heeft honderd keer erger meegemaakt, wekenlang in dit soort stormen gestaan. Ik piep om niks.”

Woensdag 20 juni (peilingen: 20-24 zetels)

Samsom heeft voor het eerst gegeten met Mark Rutte, die de nieuwe PvdA-leider wilde leren kennen. Hij praat in eerste instantie wat aarzelend over een ontmoeting die duidelijk indruk maakte. Het gesprek ging voor een groot deel over hun bijbanen. Samsom was een jaar lang straatcoach in Amsterdam. Maar het gesprek ging verder, zo blijkt. „Hij wil weten of regeren met ons een optie is. Ja natuurlijk. Als het moet zou je met hem binnen een week een minderheidskabinet van PvdA en VVD kunnen maken.”

Dat lijkt nogal onwaarschijnlijk. De buzz is dat u van Emile Roemer gaat verliezen.

„Dat gaat niet gebeuren. Straks komen mensen voor de keuze te staan: stemmen we op degene die weet waar hij het over heeft, die weet waar hij naartoe wil en een partij heeft met bestuurskracht? Of op die gezellige oom aan tafel?

Dinsdag 3 juli (peilingen: 19-23 zetels)

De verkiezingsvoorbereidingen zijn in volle gang. In het verkiezingsfilmpje van Samsom speelt zijn gehandicapte dochter Benthe een prominente rol.

Geen spijt van die spot?

„Nee. Ik ben er eigenlijk erg tevreden over. Ik krijg veel mail, sommige mensen vinden het heel mooi. Anderen zeggen dat je dat niet mag doen, ze vinden het niet kies. Het is heel oprecht gemaakt, maar het is spannend. Je levert je ook uit aan vijanden en engerds.”

Is het ongemakkelijk over uw privéleven te praten?

„Als je zover gaat dat je je dochter op televisie laat zien, hoef je er niet meer echt over na te denken. Het hoort gewoon bij mij. Zeker in Nederland is er een overweging om er maar niks mee te doen. Maar hoe langer ik er over nadenk, hoe vreemder ik dat vind. Mijn vrouw zei tegen mij: stel dat ze olympische medailles wint, ga je het dan ook niet zeggen?”

Waarom doet u het eigenlijk?

„Ik moet nog ingekleurd worden. Rutte heeft 98 procent naamsbekendheid. Alleen wie niet goed van geest is, kent hem niet. Ik zit in de categorie tachtig procent, net als Roemer. Mensen kennen ons oppervlakkig. Het is de goedmoedige brabo versus de snelle slimmerik. En dat is de positieve connotatie. Je kunt het ook de slome en het betweterige mannetje noemen.”

Donderdag 23 augustus (peilingen: 18-22 zetels)

Sommige PvdA’ers zijn de wanhoop nabij. Met nog drie weken voor verkiezingsdag zijn de peilingen slechter dan ooit.

Hoe voelt het om al als kansloos te worden afgeschreven?

„Verklaar mij voor gek, maar mijn gevoel zegt me dat we gaan winnen. Dat we groter worden dan de SP, misschien wel de grootste.”

Dat meent u niet.

„Ik kan het niet goed omschrijven, maar het voelt op straat niet als vijftien zetels. Ik kan niet geloven dat die signalen zo verkeerd zijn. Er is echt iets anders gaande. Mensen staan open voor de PvdA.”

Dat straatgevoel, wat is dat waard?

„Ik blijf een romanticus over de democratie. Het werkt. Je moet gewoon met mensen spreken, ze overtuigen. Dat is het uiteindelijk.”

Wat gaat u doen om op de SP in te lopen?

„Wat kan ik doen? Niks anders dan wat ik op straat doe, gewoon mijn eigen verhaal vertellen. Ik voer trouwens geen campagne tegen de SP. Mijn tegenstander is Rutte.”

Hoe wilt u de debatten winnen?

„Eerst dachten we dat ik mijn tegenstanders kon overtreffen in feitenkennis. Maar dat is het niet. Kijk, met een avondje Pauw & Witteman bereik je een miljoen mensen. Op straat lukt dat niet, maar toch win je daar de verkiezingen: alle vragen die ik op tv kan krijgen, heb ik daar al duizend keer gehoord, en veel indringender. Mijn verhaal wordt steeds beter, net als mijn intuïtie.”

Woensdag 12 september (peilingen: 34-36 zetels)

Verkiezingsdag. De geafficheerde tweestrijd tussen Rutte en Roemer is al voorbij voor hij ooit begon. In de peilingen gaan VVD en PvdA laatste dagen bijna gelijk op.

Vier weken geleden was u geen premiersmateriaal, een milieuactivist die niet in het landsbestuur paste. Wat is er veranderd?

„Bij het eerste premiersdebat stond ik tussen Rutte, Roemer en Wilders. Voor het eerst dacht ik: ik ben geen kleine jongen meer. We stonden in een cirkeltje met z’n vieren, allemaal te doen alsof we helemaal niet zenuwachtig waren. Toen zonk het opeens in. Ze leken allemaal zenuwachtiger dan ik, en in mijn ogen slechter voorbereid.”

Waar baseerde u dat op?

„Dingetjes. Sommigen wisten niet eens wie er in een bepaald blokje mocht beginnen. Ik zei tegen Rutte: ‘Jij mag het tweede blokje. Balen, had ik gewild.’ Zag ik hem kijken, ‘goh, is dat zo?’ Anderen leken veel minder op de details te letten. Bij het debat gisteren hadden we

’s middags al uitgezocht dat je op die rare barstoeltjes moest zitten. Dus ik zit op het eerste stoeltje, met sokken van de juiste lengte, want het is een beetje lullig als ze te kort zijn. Het is niet moeilijk, je moet gewoon harder werken.

„Onze voorbereiding maakte mij zelfverzekerd. Daarom gaf ik een ander antwoord op de vraag bij het premiersdebat of er nog geld naar de Grieken moet. Alle peilingen zeggen dat je dood gaat als je niet onmiddellijk zegt: geen cent meer. Dat deden de anderen. Maar ik merkte op straat dat als je het uitlegde, iedereen zei: ‘Klote van die Grieken, maar het moet dan maar.’

„Ik snap niet dat Rutte pas zo laat de premier is gaan spelen. Hij liet die rol over aan mij, diegene van wie je dat het minst zou verwachten.”

Uw echte doorbraak was bij het debat van Knevel en Van den Brink, toen u Rutte van leugens betichtte.

„Ik wist 120 procent zeker dat hij binnen anderhalve zin een fout zou maken als hij over ons programma begon. Dat de staatsschuld onder ons toeneemt zei hij al dagen. Ik hoefde alleen te wachten op het moment. Toen ik het deed dacht ik zelf: wow, this is too big. Ik voelde het ook om mij heen: ooooh . Afijn, het viel uiteindelijk goed.”

Heeft u zich nog kwetsbaar gevoeld tijdens de campagne?

„Eigenlijk niet. Hoewel ik terugkijkend geen enkel debat helemaal goed heb gedaan.

„Wij hebben ingezet op die avondprogramma’s waar je één op één je verhaal kunt vertellen. Die gingen allemaal subliem. Er is niks beter dan dat Frans Bauer of Peter van der Vorst tegenover je zit en zegt: ‘Nu ik u zo spreek, u doet het eigenlijk heel goed’.”

Woensdag 12 december

Voor het eerst in maanden is het rustig. Tijdens het gesprek dwalen Samsoms ogen af naar de tv, met beeld en geluid uit de plenaire zaal. Zo kan hij zijn Kamerleden en bewindspersonen bestuderen.

Bent u nog wel eens thuis?

„Het is zwaarder geworden. Niet alleen vanwege de tijd, ook omdat de twijfel die ik hier niet kan uiten, er daar wel is. Nu zeg ik elke twee weken: ‘Over twee weken, dan is het écht weer normaal.’ Vorige week zei ik het weer, en toen kwam Co Verdaas.”

U zei een half jaar geleden: als je in de uren thuis maar niet afwezig bent. Lukt dat?

„Minder goed. Ik praat graag over de romantiek van thuis. Maar de Kerst is deze keer geen moment te laat.”

De afgelopen maanden beschreef u als een jongensboek. Nu komt het echte regeren.

„Na tien jaar van eerst ontkenning en daarna onmacht moeten we nu Nederland klaar maken voor een nieuwe realiteit. Dit decennium hebben we nog, anders stormen we de afgrond in. We moeten de maatschappij voorbereiden op lagere groei, een vergrijzende bevolking, klimaatverandering en de energiecrisis.”

U legt graag uit waarom wat u doet goed is. Maar dat helpt de mensen die u treft niet.

„Dat is de dunne lijn waarover ik de komende vier en een half jaar ga lopen. We weten dat als politici optimistisch praten over het land en wat ze doen, dat het land er beter uitkomt. Wij moeten zekerheid bieden, mensen geruststellen.”

Een verhaal redeneert de pijn niet weg.

„Ik redeneer het niet weg. Ik zeg keer op keer dat het moeilijke jaren worden, dat het pijn gaat doen. Op de een of andere manier landt dat niet. Maar ik geef toe. Ik zoek naar de juiste balans: tussen optimisme en daadkracht, empathie en realisme. Misschien is er soms bij mij te weinig twijfel en onzekerheid zichtbaar.”

Is het niet onmogelijk een samenhangend toekomstbeeld te schetsen als u zo verschilt van uw regeringspartner?

„VVD en PvdA overlappen elkaar voor een heel groot deel. Waar we elkaar niet overlappen, daar gaan de verkiezingen over. Datzelfde geldt in de hele Kamer. Het verschil tussen partijen die zogenaamd ‘kapotbezuinigen’ en partijen die vooral stimuleren is 0,2 procent van het bbp. Dat is niet veel.”

Waarom deed u dan zo moeilijk tijdens het Lenteakkoord? Het verschil tussen uw partij en de vijf was toen niet groter.

„Misschien moet ik daar wel van leren. De verschillen tussen partijen zijn niet groot. Waarom maken we er zo’n enorm punt van?”

Zegt u het maar.

„Het is je taak in de oppositie om verschillen te vergroten, dan houden mensen rekening met je. En sommige verschillen zijn wel fundamenteel: wel of geen tentenkamp van illegalen toestaan in Amsterdam. Als een groot deel van de samenleving zegt weg met die tenten, en een groot deel zegt: houd ze erbij, wat doe je dan? Het kan niet allebei tegelijk. Dus je móét iets verzinnen. Daar is toch niks mis mee? De schoonheid van een land regeren is niet de schoonheid van gelijk krijgen.”

De afgelopen tien jaar waren een reactie op de depolitisering en technocratie van de jaren onder Paars. Daar stuurt u nu weer op aan.

„Zou er geen smaak tussenin zijn? Dat je ideologische verschillen benoemt, maar in een poging elkaar te benaderen? Dat probeer ik, en dat komt misschien soms wat schizofreen over.

„Ondanks deze mooie houding die ik wil aannemen, ontspoor ik nog vrij eenvoudig, zeker als Pechtold mij gaat lopen zieken over principes. Ik ga met feiten terugmeppen, wat wel indruk maakt, maar na een tijdje heel irritant is. Of gewoon arrogant. Dat leer ik nooit helemaal af.

„Maar we moeten durven beter politiek te bedrijven, zoals ik het in de campagne probeerde. Niet beter dan de ander, maar beter dan wat we zelf zijn.” <

    • Derk Stokmans