Huppetee, daar sta ik dan

Mona Keijzer begon het jaar als CDA-wethouder, werd een hype en eindigde met een verkiezingsnederlaag. Optimist tegen beter weten in.

Nederland, DEN HAAG, 28 NOVEMBER 2012 MONA KEIJZER Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Mona Keijzer houdt er een heel eigen wijze op na om zichzelf te beschrijven.

„Ik weet niet hoe het is om iemand anders te zijn dan mezelf”, zegt ze dan. Een andere keer zegt ze: „Ik ben een helder mens.” Of: „Ik ben optimistisch, van de afdeling doorpakken.” Of ze geeft dit als verklaring voor haar gedrag: „Ik weet wat ik kan. Ik weet ook wat ik niet kan.”

Keijzer, de politieke verrassing van 2012, stond dit jaar symbool voor de wanhoopspogingen van het decennia zo machtige maar inmiddels gedecimeerde CDA om te vernieuwen. Om een opgewekt geluid te laten horen. Om meer te zijn dan een bestuurderspartij waar dossiervreters carrière maken. Om überhaupt méé te doen.

Keijzers opkomst kent een duidelijke tijd en plaats: zaterdagmiddag 21 januari, congrescentrum De Fabrique in Maarssen. Daar zijn 1.700 CDA’ers bijeen die genoeg hebben van twee jaar intern geëtter, publiek geruzie en de tot dan toe vergeefse zoektocht naar nieuwe gezichten.

Keijzer, wethouder te Purmerend, wordt daar op het podium gehaald als lid van het Strategisch Beraad, een commissie die de nieuwe partijlijn moet uitstippelen. Commissie-voorzitter en oud-minister Aart-Jan de Geus zegt in zijn introductie dat ze het opvoeden van vijf zoons weet te combineren met een wethouderschap. Werk en privé samen. „Volgens mij doen de meeste mannen dat ook”, schiet Keijzer vrolijk terug, en daar smullen CDA’ers dan van. „Ik zei wat in me opkwam. Met een kwinkslag. Toen was de hele spanning eraf in de zaal. Dus dat was wel leuk.”

Bewindslieden op de eerste rij knikten instemmend: díe vrouw moesten ze in de gaten houden. „Het was wel echt bizar hoor. Ik kreeg sms’jes, buiten werd ik bijna besprongen door alles en iedereen. Ministers, partijleden, journalisten. Onwerkelijk.”

7 januari, Hotel Avegoor, Ellecom

Een paar weken voor dat congres loopt Keijzer een dag rond op een landgoed op de Veluwe. Zij en vijf andere jonge CDA-wethouders zijn op initiatief van deze krant samen om te praten over hun partij. Vaandeldragers van het nieuwe CDA, is de kop. Keijzer worstelt met alle aandacht die bij haar werk hoort. „Mijn kinderen willen geen boodschappen meer met me doen”, zegt ze. „Het duurt ze te lang. Ik word steeds aangesproken.”

Na een wandeling wordt een groepsfoto gemaakt. Als de Uggs-laarzen van Mona Keijzer maar niet in beeld komen. Ze wil jong en fris overkomen, maar er zijn grenzen. De zes wethouders horen in hun omgeving hoezeer hun partij de band met de burger zou zijn kwijtgeraakt. Keijzer: „Ja, een zekere onverstoorbaarheid moeten we wel hebben.”

Ze weet dan nog niet hoe de rest van het jaar zal verlopen. Dat ze van de ene op de andere dag een „hype” werd – haar woord – en een bloem naar zich vernoemd kreeg. Dat uit onderzoek bleek dat ook PVV-stemmers haar zagen zitten. Dat op tv gevraagd werd hoe ze het als premier zou doen. Dat ze de Thatcher van het CDA zou zijn. Dat Sybrand Buma, van wie ze de strijd om het leiderschap verloor, zei: „Mona kwam, zag en won de harten van alle Nederlanders.” Zelf omschrijft ze het avontuur zo: „Het was druk. Hectisch. Maar dit is geen klacht. Het was het jaar dat ik mezelf aangedaan heb.”

4 april, gemeentehuis van Purmerend

Haar positie binnen de partij verandert snel, zegt ze een paar weken na het congres. „Mensen kennen me nu. Als ik in Hoogeveen binnenkom, weten ze wie ik ben. Hoe dat voelt? Nou, wel leuk. Ik heb blijkbaar iets goeds gedaan. Maar weet je, ik ben misschien wereldberoemd binnen het CDA, dus we blijven wel normaal doen.”

Ze voelt het in haar „buik, zo rond m’n middenrif” hoe het met de partij gaat. „Als het slecht gaat, en met het CDA gaat het slecht, dan gaat dat me zeer aan het hart.”

Hoe wilt u weggelopen kiezers terughalen?

„Met de zorg. Die hangt van regels aan elkaar. Ik was in een verpleeghuis en daar zaten twee meiden met vijf oudere demente patiënten naast, ongelogen, zó’n ordnerkast. En die meiden maar formulieren invullen. Ook het CDA heeft meegedaan dit te organiseren, maar ik zat ernaar te kijken en ik dacht: mijn hemel! Hoe hebben we dit met elkaar kunnen doen?”

Minder regels, dat wil de VVD ook.

„De VVD wil minder regels, de markt gaat het wel doen. Nou, dat hebben we inmiddels gezien. Wij willen minder regels en de professionals hun werk laten doen. We willen die mensen weer vertrouwen en accepteren dat risico’s niet uit te sluiten zijn.”

16 mei, restaurant Het Packhuys, Breda

Aan de overkant van de straat is zo het slotdebat in de strijd om het partijleiderschap. Na „een zootje berichtjes en opmerkingen” besluit ze zich kandidaat te stellen voor het partijleiderschap. Bij haar geen persconferentie, zoals anderen hadden. Ook geen campagneteam om een strategie uit te stippelen. Na het eerste debat meldt de CDA-fractievoorzitter uit Leiden zich bij haar, hij wil helpen. Hij is een vreemde voor haar. Ze belt niemand om navraag te doen, ze zegt gewoon ja en ze heeft een campagneleider. „En dan is het goed. Ik had ook op dat moment niet zo heel veel tijd en keuze hè.” Ze positioneert zichzelf als uitgesproken en positief.

U dacht gewoon: dit kan ik?

„Dat zit in me. Op een gegeven moment stap ik er in. Ik vind het boeiend, leuk, en ik denk dat ik een kans maak. Dan doe ik het gewoon.”

Hoe heeft u uw snelle opkomst ervaren?

„Ik ben wel verbaasd. Ik had wel belangstelling verwacht, maar zoveel is wel veel, ja. Ik zat tv te kijken en ik zag een aantal camera’s in de gangen van de Tweede Kamer en ik zeg tegen mijn man: díe fotograaf ken ik, díe fotograaf, díe cameraman. Dat is wel bijzonder.”

Waarom dacht u Sybrand Buma, Liesbeth Spies en Henk Bleker te kunnen verslaan?

„Ik ben van de praktijk, niet-Haags, duidelijk, inspirerend. Dan moeten de leden maar zeggen of dat genoeg is.”

Hoe snel kunt u zich Den Haag eigen maken?

„Nou, hoe snel heb ik me dit spel eigen gemaakt? Razendsnel.”

Hoe kom je van de CDA-vertrekken in de Kamer naar de plenaire vergaderzaal?

Ze lacht – geen idéé. „Ik heb een routeplanner op m’n iPhone. Dat komt wel goed.”

U vindt 25 zetels haalbaar. Zou u een fractie van 25 man kunnen leiden?

„Tuurlijk.”

Waar loopt u zichzelf voorbij?

„Het gaat al 43 jaar goed.”

14 augustus, Café Van der Werff, Leiden

Zometeen moet ze naar Den Haag, het is „kandidatendag”. De kandidaat-Kamerleden van het CDA komen bijeen op het partijkantoor, zo midden in de verkiezingsstrijd. Wat er op het programma staat? „Iets van inhoud, iets van media, een barbecue.” Van haar schoenkeuze heeft ze nu al spijt. „Ze zijn beeldschoon, deze roze sandaaltjes met glinsterende steentjes van m’n zus. Maar ik heb nu al blaren.” Als de schoenen halverwege de dag uit moeten, heeft ze altijd de enthousiaste nagellak nog, voor het idee. Zilver? „Ja, glitter.”

Uiteindelijk wordt ze tweede in de strijd om het partijleiderschap. Buma krijgt 51 procent van de stemmen, exact genoeg om in één keer te winnen en een tweede ronde te voorkomen. Ik snapte er niks van”, zegt Keijzer, die zelf 26 procent haalde. „Potverdorie. Een tweede ronde was heel bijzonder geweest. Inhoudelijker, scherper. ik had nog kunnen winnen ook. Maar ik schakel razendsnel, daar ben ik mee geboren en dat is een geluk.”

Dan gaat haar telefoon. Het is haar zestienjarige zoon, de op een na oudste van de vijf. Keijzer is haar promotiemateriaal vergeten. „Die tas, die Bijenkorf-tas, die naast de schuifdeur staat. Zie je ’m staan? Die moet je meenemen.” Ze hangt op. „Kan hij meteen meefolderen. Heeft-ie wat te doen vandaag.”

Het politieke speelveld is vrij overzichtelijk, zegt ze. De VVD is afwezig. De SP „roept populistisch in het rond”. En verder „heb je de hardcore racisten, die zijn thuis bij de PVV. Maar de meeste PVV-stemmers zijn gewoon mensen met opgroeiende kinderen, met een baan en een huis. Zij denken: wat verandert het snel, wie komt er op voor mijn belangen? De PVV belooft dat alles bij het oude blijft, net als de SP. Dat geeft een gevoel van zekerheid.”

Dat gevoel kon het CDA vroeger geven.

„Ja, dat is dus geweest. Een andere tijd.”

Of zijn jullie veranderd?

„Nee, want de PvdA redt het ook niet meer.”

Dit worden jullie vijfde verloren verkiezingen op rij. Wil de kiezer jullie nog wel?

„Stel dat wij twintig zetels krijgen – ook al is dat niet genoeg – het is een vrij land. Wij hebben het nu op orde. Het CDA is terug.”

Wanneer bent u tevreden?

„Met meer dan winst, meer dan 21 dus.”

Wat voor Kamerlid wordt u?

„Het moet gemoedelijk zijn. Gezellig. Lachen.”

8 november, Hotel Corona in Den Haag

De verkiezingen verlopen – opnieuw – desastreus. Keijzer levert zelf wel een prestatie. Ze haalt 127.500 voorkeurstemmen. Er is maar één vrouw van de grote partijen (PvdA’er Jetta Klijnsma) met meer stemmen. Zelfs VVD-minister Edith Schippers scoort slechter.

„Natuurlijk”, zegt Keijzer, „teruggaan van 21 naar 13 zetels is niet fijn. Maar ja. Het is zoals het is.” Wanneer het weer goed komt? „Weet je, het is zo oubollig als ik weet niet wat, maar van het concert des levens krijgt niemand een program.”

Was u bij de kiezer wel bekend genoeg?

„Feit is dat we een lijst hadden zonder bewindspersonen – en Nederlanders kennen hun bewindspersonen. Sybrand was twee jaar fractievoorzitter, dus ook relatief onbekend, ik was uit het niets gekomen. Feit, dus.”

U trekt uzelf het verlies niet aan?

„Ik had misschien nóg meer campagne moeten voeren, al weet ik niet wanneer dan. Ik kon in m’n eentje natuurlijk niet die onenigheid van de afgelopen twee jaar en de onduidelijkheid van de afgelopen zes jaar goed maken.”

Wat had u dan wel anders kunnen doen?

„Niets. Ben ik de oplossing van alles?”

U was wel de grote belofte. U wilde partijleider zijn. U werd dé CDA-vrouw.

„Het zou wel heel arrogant zijn te denken dat ik dat had kunnen keren. Ik heb alles gegeven. Als dat niet geleid heeft tot meer zetels, tja, dan is dat maar zo.

„Ik probeer me altijd goed voor te bereiden, al was dat soms niet te doen. Zat ik in de auto op weg naar een verkiezingsdebat over een onderwerp waar ik nog nooit mee bezig geweest was, hoger onderwijs of zo. Huppetee, daar sta ik dan. Natuurlijk denk ik: gaat dit wel goed?” Nu is het tijd om Den Haag te leren kennen. Bijzonder hier, zegt ze. „Zoals wanneer je iemand aanraakt en je krijgt een elektrisch schokje.” En dan de media. „Ik ben nog nooit zo bezig geweest met m’n uiterlijk. Ik kijk nu hoe m’n haar zit. Als ik mijn kamer uitloop kan er een fotograaf staan.” De politieke top van de partij komt wekelijks bij elkaar in het bewindspersonenoverleg. Het eerste overleg na de verkiezingen, vertellen mensen die er waren, liet Keijzer zich meteen zien zoals ze is: optimistisch tegen de klippen op.

„U zei: dertien zetels is toch ook goed?”

„Hoe wéét u dat soort dingen? Al die mensen die al die vertrouwelijke dingen doorvertellen. Ik zei iets van: kom op jongens, schouders eronder.”

Het werd als belachelijk ervaren. U onderschat de ernst van de situatie.

„Ik ben een helder mens. Als ze dat vinden, moeten ze het tegen mij zeggen. Het heeft geen zin te klagen. We kunnen elkaar ook de put uít praten, van die afdeling ben ik.”

Binnen de partij wordt gezegd: de stap was misschien te groot.

„Ik vind het wel meevallen.” Ze kijkt boos. „Oh, kijk ik boos? Ik weet wat ik kan. Ik weet ook wat ik niet kan. Ik ben onder gigantische druk overeind gebleven, ik ben ook niet op m’n achterhoofd gevallen. Maar ik pas ervoor te blijven hangen in dat negativisme.”

Dat iemand zo snel van wethouder dé CDA-vrouw kan worden, wat zegt dat?

„Deze vraag is bijna impertinent. Misschien heb ik wel gewoon kwaliteit? Het is best goed gegaan dit jaar. Had je me een jaar geleden gezegd dat dít allemaal zou gebeuren, dan had ik je voorgedragen voor een pilletje. Ik zeg net tegen mijn man: eens kijken wat volgend jaar brengt. Zegt-ie: wat dan? Vond je het niet genoeg?”

    • Freek Staps