Haagse Bartje is graag buiten gebaande paden

Na zijn vertrek bij TVM traint Bart Veldkamp ijshockeyers en de voormalige inlineskater Swings uit België. „Ik heb het beter naar m’n zin.”

L-R Bart Veldkamp, Bart Swings during the Essent ISU World Cup at the Thialf Heerenveen on November 16, 2012 in Heerenveen, The Netherlands. VI IMAGES / Andre Weening

Daar stond hij dan, de olympisch schaatskampioen van 1992 op de tien kilometer. „In mijn spijkerbroekje, op veel te scherpe ijshockeyschaatsen.” Met voor zich een groep ijshockeyprofs van het Zwitserse HC Davos. Of Bart Veldkamp wilde uitleggen hoe hij de mannen beter ging leren schaatsen, had de hoofdcoach gevraagd. „Hij dacht dat ik een powerskater was, vaak voormalige ijshockeyprofs die wat schaatstrucjes doen. Maar dat is mijn product helemaal niet. Ik wilde de schaatsbewegingen gaan testen met individuele spelers. En ineens stond ik tegenover twintig gasten, die verwachtten dat ik ging vertellen wat ze moesten doen. Dat was wel heel erg buiten mijn comfortzone.”

Na een lange schaatscarrière en twee jaar als bondscoach in de VS kwam hij in 2010 in dienst bij TVM met Sven Kramer en Ireen Wüst. Twee jaar assistent van Gerard Kemkers, daarna hoofdcoach, werd hem destijds voorgespiegeld. Maar toen eind vorig seizoen bleek dat Kemkers eerste man bleef, stapte hij op. Nog twee jaar assistent-coach zag hij niet zitten. Liever zelfstandig ‘schaatsconsultant’ van Zwitserse ijshockeyers. Of trainen met een groepje Belgische schaatsers rond kopman Bart Swings, de najaarssensatie met wereldbekerzilver op de 1.500 meter. „Ja, nu gaan we met Swings straks in Sotsji Kramer te lijf”, zegt Veldkamp (45) met een knipoog.

Nieuwe dingen, Haagse Bartje was er altijd al voor in. „Buiten de gebaande paden denken, doet de wereld ontwikkelen.” Als schaatser begon hij naast het gebaande pad van Jong Oranje, in combinatie met wielerkoersen en marathons. Hij richtte de eerste internationale schaatsploeg op en werd ‘schaatsbelg’. Raakte overtraind en gooide in de herfst van zijn carrière zijn aanpak rigoureus om – onder coach Kemkers. En als schaatstrainer in de VS leerde hij van inlineskaten en shorttrack. „Wij denken in Nederland dat we het schaatsen hebben uitgevonden. Ik ben daar zelf ook mee op mijn bek gegaan in Amerika. Terwijl ik juist op zoek ben naar andere dingen. Ik heb het nu beter naar mijn zin dan bij TVM.”

Rancuneus, omdat hij geen hoofdcoach is? „Gerard zou doorgroeien binnen TVM, dat is niet gebeurd. Dus blijven mensen op hun plek en ontstaat niet waarvoor je hebt getekend. Maar je kunt moeilijk zeggen dat Gerard thuis moet gaan zitten. Ik wilde een leidinggevende positie, dat zit in mijn karakter. Nou, dan scheiden de wegen.”

Toen Veldkamp na de Spelen van 2010 bij TVM begon, trof hij een ploeg in verval. „Het was daarvoor al een beetje ingestort. Met Kramer werd gescoord, maar niet zoals het moest. Pech met die rare wissel. Sven en Ireen zijn megatalenten, maar TVM moet zorgen dat mensen die erbij komen ook hard rijden. Dat hebben ze in 2007 en 2008 gedaan. Daarna minder. TVM is vooral Sven, en daarna Ireen. Al is dat nooit direct naar mij uitgesproken.”

Zijn inbreng was groot. Zeker na de Spelen, toen Kramer ontbrak. „Ik heb rust gebracht. Ik ben goed in het werken aan de basisconditie, dat was hard nodig.” Vooral Jan Blokhuijsen, vorig jaar tweede op EK en WK, liep weg met Veldkamp. „We hadden een goede klik. Ik was ook graag met Sven doorgegaan, maar hij zat meer richting Gerard. Daar was minder speelruimte.”

Toch speculeerde Kramer vorig jaar openlijk over een breuk met Kemkers, tot hij na zijn vijfde wereldtitel alsnog bijtekende. „Sven moest zijn marktpositie uitspelen. TVM is erg Kemkers-Wouters [teammanager Patrick Wouters van den Oudenweijer, ook zaakwaarnemer van Kramer]. Dat zit aan elkaar vast, met meer lijnen dan iedereen lief is. En uiteindelijk wordt er met Ireen, Sven en Gerard op zondagavond geproost. Dan zie je dat er toch een hechte vriendschap blijkt te zijn, zakelijk maar ook persoonlijk.”

Echt? „Ireen vertrouwt op Gerard. En de buitenwereld zegt: hoe kan Kramer na zo’n wissel bij Kemkers blijven? Ze zullen hun redenen hebben. Anders houdt het geen jaren stand. Daar is die wereld te intensief voor. Sven zegt: ‘het maakt niet heel veel uit wat ik doe, ik rijd altijd hard.’ En Gerard weet zijn wereld zo te maken, dat Sven sporttechnisch tevreden is. Of de buitenwereld het raar vindt, maakt niet uit.”

Over Kramer: „Wat hij presteert snapt niemand. Een groot kampioen heeft ook twijfels. Steeds weer de angst overwinnen dat het fout gaat. Je krijgt kleine blessures die de techniek beïnvloeden. Hoe simpel het er ook uit ziet, dat is het nooit.”

Volgens Veldkamp heeft Kramer veel geleerd van zijn postolympische burn-out. „ Er zijn maar weinig Nederlanders die zich zo binnenstebuiten kunnen keren. Echt gevaarlijk voor je lichaam. Daar heeft hij een jaar voor betaald. Na zijn comeback is hij verstandiger, weet dat hij niet meer die veelvraat kan zijn.”

Als coach van Bart Swings is Veldkamp nu een rivaal op de kruising. Bij TVM waarschuwde hij al voor de meervoudig wereldkampioen skeeleren. „Ik zei tegen de jongens: ‘kijk hoe Swings de bochtjes loopt en haal daar wat uit’. Wie het best zijn lichaamszwaartepunt raakt, kan potentieel het hardste schaatsen. Swings heeft in de bocht die basiskwaliteit. Daarbij komen mentale kracht en fysieke ontwikkeling. Maar dat heeft hij al laten zien bij het inlineskaten. Hij is pas 21 jaar.”

Zijn aandeel in het succes? „Technisch en racetactisch geef ik tips. Maar hun coach Jelle Spruyt is dag en nacht op weg, al vijftien jaar. De Belgen gaan puur voor een ideaal, zonder geld. Het zijn echte pioniers, die heilig geloven in wat ze doen. Succes in het inlinen gaf hun meer motivatie. Don Quichottes zijn het, met een ongekende drive.”

Zelf leert hij van de inlineskaters, net als van de ijshockeyers in Davos of de shorttrackers van bondscoach Jeroen Otter. „In Amerika zag ik uitsluitend onorthodoxe dingen. Daar zijn schaatsers niemand, ze hoeven ook aan niemand verantwoording af te leggen. Dan komen individuen ineens omhoog. Bij ons zit het behoorlijk vast. Trainers als Orie en Kemkers doen het op hun manier, hebben al jaren succes. Stabiliteit is ook een succesfactor. Maar je moet soms naar buiten kijken om een volgende stap te kunnen maken.”