Fuck you is mijn natuurlijke neiging

Roos Vonk maakte een fout en werd daar hard op afgerekend. Te hard, vond ze. Maar ze leerde veel. Haar jaar in zes psychologische termen.

H oe krabbel je op, nadat je bent meegesleept in de grootste wetenschapsfraude die Nederland ooit kende? Wat doe je met de kritiek? Hoe kijk je in zo’n turbulent jaar naar jezelf en anderen, als je heel veel weet over de eigenaardigheden en gebreken van de mens?

Hindsight bias

Maart, een dag na de eerste resultaten van de commissie-Levelt, die de fraude van sociaal psycholoog Diederik Stapel onderzoekt. Bekend was al dat het niet gepubliceerde onderzoek naar de ‘hufterigheid’ van vleeseters van Roos Vonk, Marcel Zeelenberg en Diederik Stapel op fraude berust.

Aan de telefoon: „Ze vonden dat ík had kunnen zien dat de resultaten te mooi waren om waar te zijn. Maar dat gold ook voor de andere co-auteurs van Stapel. Maar ik ben bekend in de media, en ik kwam zelf naar buiten met dat het onderzoek fake was, dus naar míj werd wel een onderzoek ingesteld. We zijn er allemaal ingetrapt. Maar waarom ben ík de enige die shit over zich heen krijgt?”

April, lunch in Nijmegen, voor een college psychologie. Vonk draagt een strakke broek en een jasje met een nepbontkraag. Ze bestudeert de menukaart. „Ik ben tot mijn vijfendertigste strikt vegetariër geweest. Bij de varkenspest zag ik al die beelden van geruimde varkens en dacht ik: iedereen vindt dit maar best, en ik zit heel streng te zijn voor mezelf. Nu eet ik soms biologisch vlees. Misschien is het de leeftijd. Nu ik ouder word, word ik minder strak. Makkelijker.

„Ik ben van nature kritisch. Ik vind mensen als soort niet heel leuk. Mensen dichten zichzelf vaak betere bedoelingen toe dan ze hebben. Ik niet. Ik vind mezelf wel bovengemiddeld slim, maar aardig en sociaal? Dat ben ik niet. Ik ben niet altruïstisch, ik moet soms een correctie naar de nobele kant maken.

„Hoe dit dan kon gebeuren als ik zo kritisch ben? Ik kende Stapel al zo lang, ging ieder jaar met hem eten. Hij had wel een groot ego, maar dat je data zit te verzínnen, ik ben gewoon helemaal niet op de gedachte gekomen. Ik vond een paar dingen wel raar, maar je maakt de stap niet in je hoofd.

„Ik vind niet dat ik heb zitten suffen. Het is de hindsight bias. Als je eenmaal iets weet, kijk je met een andere bril en is het evident. Sommige psychologen zeggen nu: dat zou mij niet zijn overkomen. Dat vind ik stuitend. Zij kennen die vertekening uit onderzoek!”

Diffusion of responsibility

Nog steeds april. Op de fiets naar college, Vonk springt achterop. Ze is half hoogleraar, half „eigen ondernemer”. In die tijd geeft ze lezingen – „ik word nu wel minder geboekt” – en schrijft ze boeken en columns voor Intermediair en Psychologie Magazine.

Een auto trekt hard op. „Mensen hebben een andere rol als ze in de auto of op de fiets zitten. Het actor-observer-effect. Vanaf de fiets kijk je anders naar een auto dan als je er zelf in zit.” De fiets slingert verder. „Ik zit soms te dicht achter iemand die te langzaam rijdt, maar ik heb ook weleens een bumperklever. Ik ken dus beide perspectieven. Als je altijd maar een bumperklever bent, of er altijd één hebt, dan doe je iets verkeerd. En als je altijd gefrustreerd bent, moet je in therapie. Hier zit wel een column in, wat denk jij?

„Afgelopen week was ik op vakantie en werd ik elke ochtend heel vroeg wakker van een kraaiende haan. Toen ben ik weggegaan. Die vrouw zei: dat is raar, niemand heeft last van die haan. Dat zeg je dus niet tegen een klant, je moet de klant altijd gelijk geven. Als je zegt: ‘jij bent de enige die er last van heeft’, zeg je in feite: je bent een zeikerd, volgens de attributietheorie van Kelley. Daar schrijf ik dan een column over. En die stuur ik haar dan toe. Dan weet zij weer: oh, dat was die vrouw. Lekker puh.

„In september wil ik de revisie van mijn boek De Eerste Indruk afhebben. Dan hoop ik met mijn boek bij Pauw en Witteman te zitten. Natuurlijk willen zij het over Stapel hebben, maar dan zeg ik: veel mensen hebben door die zaak nu een negatieve eerste indruk van mij, en dat is heel moeilijk te veranderen. Dat staat in mijn boek: het negativiteitseffect.”

Voor het gastcollege stift ze haar lippen. Aan de zaal vol eerstejaars: „Wie van jullie kent mij van de Stapelzaak?” Tientallen handen de lucht in. „Ik ben ten prooi gevallen aan diffusion of responsibility. Ook als psycholoog met al je kennis van menselijke gebreken kan je dat overkomen. Diederik stuurde data en Marcel dacht: Roos kijkt er wel naar. Ik dacht: Marcel kijkt er wel naar. Zo ging het fout.”

Planning fallacy

Juli. Vonk voert een oud croissantje aan haar kippen, achter haar ruime huis aan het bos, in de buurt van Nijmegen. Ze woont er alleen, met haar kat, de kippen en twee hondjes. Die gaan overdag naar de hondenopvang. Haar ouders leven niet meer, haar broer reist door Azië. Ze is niet getrouwd, heeft geen kinderen.

De berk in de achtertuin laat z’n blaadjes in de zwemvijver vallen. „Zal ik ’m nou wel of niet om laten zagen?” Ze twijfelt. „Ik vraag het iedereen, het is nu vijf voor, twee tegen.”

Hoe gaat het met de revisie van het handboek voor sociale psychologie, waarvan zij de editor is? De deadline is inmiddels ruim verstreken. „Slecht! Ik heb er nog twee weken voor. Dan moet ik werken aan de revisie van De Eerste Indruk, en daarna moet Liefde, Lust en Ellende af, een bundel columns en artikelen.

„Ik heb last van de planning fallacy. Ik onderschat hoeveel werk iets is, ook al weet ik dat ik het onderschat.

„Ik reviseer nu een stuk in het handboek over emotie. De vraag is of emotie enkel een puur lichamelijke reactie is, of dat er ook nog een mentale reactie bijzit. Bij angst én boosheid gaat de hartslag omhoog, hoe weet je dan wat je voelt? Sommigen zeggen: je eigen interpretatie, anderen zeggen: er zijn wel kleine fysiologische verschillen. Vooral de laatste tien jaar zijn die verschillen meer bekend geworden, maar de auteur had dat nieuwe onderzoek niet verwerkt. Dat moet ik dan uitzoeken. Dan zit ik wel te vloeken. En na een hele dag werken denk ik: moet het er wel in? En dan gooi ik het toch maar weg.”

Sociometer

Eind september, Vonk spreekt op een dag over beïnvloeden. Ze toont resultaten van haar eigen onderzoek. „Slijmen werkt als de ander dom en ijdel genoeg is. En dat is altijd zo.” De zaal lacht.

Later, in de foyer. „Het aantal lezingen trekt aan, ik geef er nu elke week wel één. Mensen vergeten heel snel. Ik zei in de lezing: dit is niet zomaar een stápeltje, dit is een hele berg onderzoek. Mensen snappen dat niet meer.

„Het handboek is nog niet af, nee. De deadline is verplaatst naar 1 november. De herziening van De Eerste Indruk is bijna af. Nee, ik heb besloten dat ik er toch niet mee naar Pauw en Witteman ga. Wat schiet ik er mee op? Het gaat toch weer over Stapel. Ze willen alleen maar een relletje.

„Ik heb geleerd verstandig te zijn. Toen de Stapelzaak vorig jaar begon, dacht ik: ik zal uitleggen hoe het zit, dan wordt duidelijk dat ik ook gedupeerd ben, net als andere collega’s. Ik heb die behoefte nog steeds. Ik ben onrechtvaardig behandeld, het is buiten proportie uitgemeten. We zijn allemaal stom geweest, maar ik ben niet stommer geweest dan anderen.

„Maar zo werkt het niet. Als je in de media een bepaalde rol hebt, ben je de regie kwijt, weet ik nu. Ik ben een beetje mijn onbevangenheid kwijt. Ik kwam nooit voorbereid bij media-optredens, maar die zelfoverschatting is nu wel bijgedraaid. Niet alles komt goed terecht.

„Volgens de sociometer-theorie is zelfwaardering een metertje dat aangeeft hoe je valt in de groep. Mijn eigen sociometer kwam afgelopen jaar aardig in de min. Ik dacht: au au, de meter is aan het wiebelen. Mensen met een laag zelfvertrouwen hebben een schommelende sociometer, die gaat op en neer met wat anderen van hen denken. Dat had ik afgelopen jaar ook.

„Soms zat ik wel een potje te janken. Ik heb me vaak klein gevoeld door commentaren. Nu denk ik over al die mensen met hun oordelen: get a life, bedenk zelf iets om over te schrijven. Er zijn mensen die opleven van anderen die op hun bek gaan. Pathetic. Ik snap nu wel beter dat mensen in de onderste lagen van de samenleving gefrustreerd zijn. Het gevoel dat de hele wereld over je heen dendert. Maar ik heb het overleefd.

„Ik heb geen aanleg voor depressie. Ik doe leuke dingen, ga uit eten met vrienden. Ik word blij van de honden, de natuur, de koeien achter het huis. Die herkennen me. Op vrijdagavond kijk ik naar de Voice of Holland samen met een vriendinnengroepje.

„Ik ben wel lastig, denk ik. In universiteitsblad Vox stond een stukje over de revisie van De Eerste Indruk. Dat ik „alle sporen van mijn samenwerking met Stapel had gewist”. Dat was gewoon niet waar! Stapel kwam helemaal niet voor in dat boek. Ik heb getwitterd: journalisten mogen blijkbaar wel onzorgvuldig zijn en feiten niet checken. Toen wilde de hoofdredacteur mij bellen hoe dit stukje tot stand was gekomen. Daarop heb ik een hele boze mail gestuurd: dat moet je niet aan mij vragen, hoe jullie feiten uit je duim zuigen. Niks meer op gehoord.

„Niet handig dus, maar op zo’n moment denk ik daar niet aan. De strijd aangaan ligt voorop. Ik ben niet zo relatiegericht. Ik vind het helemaal niet erg om ruzie te hebben. Soms denk ik: ha lekker.”

Prisoners of compassion

„Het ergste gevolg van de Stapelkwestie vind ik dat ik me nu niet meer kan inzetten tegen de bio-industrie. Want telkens als ik daar iets over zeg, zeggen mensen: ‘daar heb je haar weer, van die fraude’; ‘doe nog een onderzoekje met Stapel.’

„Ik vind het verwijtbaar dat mensen hun kop in het zand steken voor leed. Bijvoorbeeld voor het leed achter hun biefstukje. Of de kinderen in Syrië, daar word ik heel verdrietig van, maar dat is iets wat iedereen erg vindt. Als het om dieren gaat, hebben veel mensen helemaal niet dat gevoel van compassie. Als je dat wel hebt, voel je je zo vaak verdrietig en machteloos, zoals bij beelden van overvolle veewagens, varkens in megastallen.

„Charlotte Mutsaers noemt dat prisoners of compassion. Zo voelt het voor mij, je kunt het niet uitzetten. Dierenbeschermers kennen het allemaal.”

Hedonistische relevantie

Begin december, de honden uitlaten in het bos. „Het was geen leuk jaar. Door de hele affaire, en door dat handboek dat ik maar niet af krijg. Dat komt ook doordat ik alle referenties naar Stapel moet controleren.”

Eind november is het rapport van de commissie-Levelt uitgekomen. „Ik werd niet genoemd in het rapport, maar allerlei mensen vonden dat ik wél genoemd had moeten worden. ‘Die Vonk is gewoon overgegaan tot de orde van de dag!’

„Ik moet blijkbaar nog minstens drie jaar boooeeeh roepen. Ik héb mijn stommiteit toegegeven. Al denk ik dat het echte inzicht pas later kwam: dat ik mijn wetenschapsbril had afgezet en mijn activistische bril had opgezet. Dat was niet goed. Dat inzicht kwam pas toen ik niet meer zo onder vuur lag. Dan pas kom je toe aan zelfreflectie.

„Door de hele Stapelzaak heb ik scherper lelijke kanten van mensen gezien. Blijkbaar roep ik veel agressie op. Misschien zou ik er als buitenstaander met mildheid naar kunnen kijken. Misschien is het onzekerheid van mensen, of behoefte aan houvast. Maar nu kan ik dat niet. Hedonistische relevantie heet dat. Als iemand iets doet wat jouzelf schaadt, oordeel je er sterker over.

„Mijn neiging is om me af te wenden van dingen die niet leuk zijn.” Ze steekt haar middelvinger op: „Fuck you, dat is mijn natuurlijke neiging. Maar ik heb ook gemerkt dat ik mijn collega’s echt heel leuk vind. Zij oordeelden niet, ze zeiden: jezus, dat had mij ook kunnen overkomen. Nu heb ik besloten wat meer aan sociale evenementen mee te doen. Naar barbecues, lunches. Ik ga binnenkort mee eten voor het afscheid van de secretaresse. Ik hou niet zo van etentjes, de kans is te groot dat je de hele avond naast de verkeerde zit. Maar ik heb me gerealiseerd dat ik mensen nodig heb.”

    • Carola Houtekamer