Er is een verschil tussen bezuinigen en gierig zijn

Als alleenstaande moeder kan ik minder luxe leven dan ik zelf ben opgegroeid. Ik zit met het dilemma: zal ik vaker goedkoop inkopen, waardoor ik minder geniet, of minder vaak iets duurders kopen, waar ik wel veel van geniet?

Eenoudergezinnen lopen, net als bijstandsontvangers, alleenstaande 65-minners en allochtonen extra kans op armoede. Zeker in deze tijd. In 2011 steeg het risico erop fors ten opzichte van 2010, toont het jaarlijkse Armoedesignalement van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor 2012 en 2013 verwacht men dat onze welvaart verder slinkt. Dit nog afgezien van de maatregelen uit het regeerakkoord.

Veel huishoudens moeten dus, net als bedrijven, snijden in de kosten. Maar associëren we bedrijfsbesparingen met efficiency en concurrentiekracht; huishoudelijke zuinigheid roept weerzin op. Het herinnert babyboomers aan de grauwe naoorlogse jaren, toen de koektrommel na één keer presenteren in de kast verdween. De generatie na hen heeft nooit sober hoeven leven. Voor hen lijkt welvaart een mensenrecht.

Maar misschien is welvaart wel geen recht en kan het economisch een tijdje minder gaan. Misschien moet ook jij beknibbelen, besparen en zuinig doen. Als je daar tegenop ziet, realiseer je dan dat er niet één, maar vier soorten soberheid bestaan. Twee daarvan zijn onaangenaam. Maar de andere twee zijn prima, soms zelfs leuk.

De akeligste vorm van zuinigheid is gierigheid. Een gierigaard probeert, ongeacht inkomen en vermogen, altijd gratis weg te komen. Hij rijdt mee op jouw kosten, leent boeken om ze in te pikken, en legt visites af met lege handen. Zo’n klaploper komt elke crisis door.

Een tweede negatieve soort spaarzaamheid is bestedingsangst. Dat ontstaat door een overdreven vrees ooit aan de grond te zullen zitten. Dat kan bizarre vormen aannemen. In de voormalige Vrekkenkrant beweerde een Drentse vrouw ooit jaarlijks slechts vijftig gulden te besteden aan eten. Haar menu bestond uit duivenvoer.

Er zijn ook prima redenen voor karigheid. Sommige mensen vinden shoppen leeg, overbodig, zonde van de tijd en slecht voor het milieu. Ze kopen liever één duur meubelstuk dan tien goedkope wrakken. Ze eten liever soms biologisch vlees dan elke dag een brok kiloknaller.

Tot slot is er een groeiende groep mensen die, net als jij, beknibbelt uit noodzaak. Men heeft een wurghypotheek, staat als moeder alleen, of zit met een knellend budget na baanverlies. Soberheid is dan je redding, want een hoger inkomen zit er lang niet altijd in. Desondanks je levenskwaliteit handhaven, vraagt om warenkennis, creativiteit en het afrekenen met valse schaamte. Je zult dan ontdekken dat het verband tussen geld en kwaliteit allesbehalve recht evenredig is.

Nieuwe vraag: Mijn moeder overleed in 1981. Ons erfdeel werd vastgesteld en is nu 25.000 euro per kind. Mijn vader hertrouwde en overleed in 1989. Onze stiefmoeder verkocht ons ouderlijk huis en heeft al het geld opgemaakt. Heeft ze nu een schuld aan ons die kan overgaan op haar kinderen, waarvan één zeer vermogend is? Mail uw antwoord en/of nieuwe vragen voor dinsdag aanstaande naar ericaverdegaal@nrc.nl.

    • Erica Verdegaal