Elke middag de slappe lach of een huilbui

Sex, drugs & rock-’n-roll. Vergeet het. Laura Jansen staat om half acht in de sportschool om daarna aan haar nieuwe cd te werken.

Nederland, Amsterdam, 11 december 2012 Laura Jansen zangeres Foto: Merlijn Doomernik Merlijn Doomernik

Laura Jansen schrijft elke dag zo’n vijftien minuten in haar dagboek. Uit die gedachten, gedichten en flarden van aantekeningen ontstaan nieuwe liedjes. Het afgelopen jaar werkte Jansen aan haar tweede cd. Deze opvolger van de succesvolle debuut-cd Bells (2009), ontstond in Londen, Los Angeles en Nederland. Tussendoor vloog Jansen naar China waar ze ontdekte hoe hartstochtelijk de Chinese muziekfans zijn.

Burn down the prison within. It’s not enough now to keep me in. I’m leaving all of the lies. Giving up on the ties, I begin.

(Een tekst van de nieuwe cd)

Londen, januari

Een tweede cd is een zware bevalling, hoor ik van iedereen. Want het publiek heeft al verwachtingen van je. Maar ik laat me niet afleiden: ik heb haast, er moet een plaat komen. Geen groots statement, eerder een impressie van hoe ik me nu voel. En het roer moet om. Met verdrietige pianoliedjes, zoals op mijn debuut, kan ik nog vier platen vol schrijven – ik wil meer.

Op 3 januari vlieg ik vanuit Los Angeles voor een paar weken naar Londen, om samen met anderen te gaan componeren. Mijn mede-auteurs zijn grote namen als Jimmy Hogarth (bekend van zijn werk voor Sia en Duffy) en zanger Ed Harcourt. Ik schrijf voor het eerst samen met anderen en het is een wonder hoe goed het lukt. We zitten samen in een kamer met het idee ‘we gaan muziek maken’ en dan kómt er muziek. Ik sta achter de microfoon, roep wat me invalt, en na een paar uur is er een nummer.

Ik probeer groot te denken. Mijn computer heeft software voor allerlei instrumenten en ik schrijf met een symfonieorkest in gedachten. Vorige week maakte ik een arrangement voor 88 instrumenten. „Doe mij nog maar een extra dwarsfluit”, zei ik tegen de technicus.

Los Angeles, februari

De eerste week van februari ga ik met drie muzikantenvriendinnen (onder anderen mijn vriendin Sara Bareilles) naar een huisje in de bergen, vlakbij Los Angeles. We willen een side project doen en samen optreden – als we ooit tijd hebben. Als hippies zingen we rond het kampvuur, en in een week schrijven we zes nummers.

Eind van de maand logeer ik nog even in Londen, voor verdere samenwerking met andere songschrijvers. Terug in LA werk ik weer in mijn eentje. Dat vraagt discipline: vroeg op, koffie drinken, e-mail checken, een wandeling in de buurt en dan mijn huisstudio in.

Ik vlieg veel heen en weer. Jetlag went nooit, maar het helpt dat ik gezond eet, goed slaap, geen drugs gebruik en nauwelijks drink.

China, april

Op 27 april vlieg ik met mijn Nederlandse band naar Shanghai voor optredens. We spelen op het terrein van de World Expo, aan het water. Alles is hier groot, maar het regent, dus alles is ook nat. Technici proberen met föhns de stekkerdozen droog te krijgen. Als we op het hoofdpodium onze set beginnen, klappen de fans en zingen ze alle liedjes mee. Bells is hier sinds kort verkrijgbaar via Universal Beijing. Mazzel dat het maar drie maanden kostte om door de censuur te komen; Bob Dylan en Nirvana zijn er nog steeds niet door.

Na afloop doe ik een meet & greet – mijn favoriete moment van de dag. Ik heb bijzondere ontmoetingen met Chinese fans die in gebrekkig Engels iets liefs komen zeggen. Op straat worden we overal herkend (vooral doordat de jongens uit mijn band zo lang zijn). Als je in China herkend wordt, is het niet door één fan, maar meteen door honderd. Ik verberg soms mijn gezicht in mijn kraag om even alleen te zijn. De kids blijken hier net zo hip als in bijvoorbeeld Amsterdam, met dezelfde kleren en kapsels, en ze zijn net zo goed geïnformeerd over muziek.

De volgende dag spelen we in Beijing, voor 40.000 mensen. Dit optreden is minder goed georganiseerd. Halverwege valt het licht uit, fans worden door de bewaking – militairen! – tegen de hekken gedrukt. Ik ben bang dat er iets misgaat. In mijn beste Chinees vraag ik „Willen jullie ons licht zijn?” Tienduizenden aanstekers en mobieltjes gaan de lucht in. Na afloop, als alles goed is gegaan, kost het me moeite me los te maken van dit magische samenzijn. Ik moet even huilen, maar ga dan snel naar de meet & greet. Terug in het hotel gaan we een potje bowlen, om de emoties van ons af te slingeren.

Los Angeles, juli en augustus

Nu moet ik de officiële opnamen gaan voorbereiden. Thuis neem ik demo’s op van alle liedjes, ik maak afspraken over beschikbaarheid van muzikanten, en overleg met mijn producer, Matt Hales. De eerste week van juli beginnen de opnamen, in de tot studio omgebouwde garage van Matt, in Pasadena.

Werken in de studio is een stuk minder romantisch dan het klinkt. Zeker als er midden in de snikhete Californische zomer geen airconditioning aanwezig is, en je producer, zoals in mijn geval, een stijve Brit is. Om het gezellig te maken breng ik een lelijke maar dierbare lamp van mijn oma mee. Ik heb nu eenmaal sfeer nodig.

Ik sta elke dag om half zeven op, en ben om half acht in de sportschool voor een uurtje pilates. Daarna rij ik naar Matt, drinken we om 10 uur Engelse thee, en beginnen. ’s Avonds eten we met zijn gezin en gaan dan door tot een uur of tien.

Matt en ik spelen bijna alle instrumenten zelf in, alleen drums en viool laten we aan anderen over. Sommige partijen worden door mijn eigen muzikanten ingespeeld. Zij zitten in een studio in Nederland, en Matt en ik, midden in de nacht (tijdsverschil!), hier in LA. Via een livestream kunnen wij ze horen, en via Skype geven we aanwijzingen. Zo ontstaat het ‘trans-Atlantisch musiceren’.

Ik begin langzamerhand te snappen waar de plaat naartoe gaat. Het thema van de teksten is voor mij: het vinden van je eigen kracht. De liedjes op Bells gingen over pijn en onzekerheid, maar nu is mijn uitgangspunt: bepaal wat je voelt en kom daarvoor uit. Ik zie kracht in eerlijkheid. De eerlijkheid om niet altijd iedereen tevreden te willen stellen en geliefd te willen zijn. Ook de minder mooie kanten van mezelf mogen meedoen. Dat is een nieuw idee voor me. En ik ben al oud!

Een van de inspiraties voor dit album is Elba. Elba was het ballingsoord van Napoleon (die daar overigens heel comfortabel verbleef, met volop minnaressen en een eigen paleis). Voor mij staat Elba voor een vrijwillige ballingschap. Ik zing onder meer over iemand die zichzelf uitroept tot koningin van haar eigen ballingsoord. Die grootspraak bevalt me wel.

Ook ik voel me soms een banneling, verdreven uit het gewone leven. Als muzikant ben je veel afwezig, letterlijk – op tournee – of geestelijk, als je aan je liedjes werkt.

Vroeger stapte ik met twaalf complete composities de studio in, nu ontstaan tijdens het opnemen nog nieuwe nummers. De wisselwerking met Matt is zo vruchtbaar dat we binnen twee dagen een nummer bedenken en opnemen. Zanglijnen ontstaan spontaan: wat zal ik nu zingen, roep ik naar Matt. We overleggen even, ik doe de volgende zin, en zo verder tot de partij erop staat. In één keer, met nauwelijks overdubs. Dat er ook niet-perfecte noten tussen zitten, stoort ons niet.

Maar nu gebeurt er iets dat mijn leven op zijn kant zet. Mijn relatie wordt verbroken. Verwarring, verdriet. Ondertussen zit ik in de studio en probeer te werken. Elke middag om een uur of vier krijg ik een uitbarsting van emoties: de slappe lach of een huilbui.

De nieuwe liedjes gaan over deze ontwikkeling. Ik schrijf de regel ‘one more round around the sun’. Het is een verwijzing naar de liefde. Ik hoop op een volgende mogelijkheid op liefde, nog één ronde om de zon. Maar misschien heb ik mijn kansen verspeeld.

De eerste weken van augustus had ik willen besteden aan clips en foto’s, maar ik besluit even rust te nemen om mijn privéleven op orde te krijgen. Intussen krijg ik elke dag mails en telefoontjes met meningen, vragen en adviezen over de nieuwe liedjes. Er zijn veel mensen betrokken bij het uitbrengen van een cd: van platenmaatschappijen in verschillende landen en radio- en tv-afdelingen tot promotie- en marketingmedewerkers.

Uit Nederland krijg ik plotseling het verzoek om een themanummer te schrijven voor de actie Serious Request, die jaarlijks in december door 3FM-dj’s wordt gevoerd. Het onderwerp is dit jaar babysterfte. Hoe kun je daar een goed liedje over schrijven? Ondanks het onderwerp en mijn eigen situatie besluit ik dat het een optimistisch nummer moet worden. En, om het breder te maken, een duet. Ik vraag Tom Chaplin van Keane voor de mannenstem en tot mijn geluk stemt hij in. In ‘Same Heart’, zingen we: ‘Underneath it all/ Beats the same heart.’ Ook mijn cd is zo goed als klaar. Opgenomen, gemixt, bijgeschaafd. Morgen nog één dag voor de puntjes op de i.

Londen, oktober

Eind oktober vlieg ik naar Nederland en van daaruit een paar keer op en neer naar Londen, voor overleg op het hoofdkantoor van Universal International.

Ik praat met allerlei mensen: dit is de getting to know me-fase. De promotiemedewerkers willen alles horen over mijn ideeën zodat ze die straks bij de promotie van de cd kunnen gebruiken. Ik bemoei me overal mee. Ik overleg over de keuze voor de singles en zoek fotografen en regisseurs voor de foto’s en de videoclips. Ik weet precies welke sfeer ik wil: mysterieus, met mezelf als een warrior princess.

Mijn debuut-cd verscheen eerst in Nederland en twee jaar later pas in Amerika; deze cd komt begin 2013 in een aantal Europese landen tegelijk uit. Hier in Londen wordt bepaald hoe mijn leven er de komende twee jaar uitziet: in welk land ik wanneer zal optreden en waar ik interviews geef.

Amsterdam, december

Terug zijn in Nederland betekent: patat eten, vrienden zien, genieten van de gele blaadjes en het herfstweer. Op vier december verschijnt de single ‘Same Heart’. ’s Ochtends presenteer ik het nummer in de studio bij Giel Beelen. En nu maar hopen dat veel mensen het liedje zullen downloaden, want de opbrengst is voor het Rode Kruis.

De volgende dag begin ik aan een intensieve repetitieperiode. Met mijn muzikanten studeren we op de arrangementen van de nieuwe nummers om ze straks live te kunnen spelen. Ik zing voor het eerst een paar liedjes staand achter de microfoon, weg van de piano. Dat is eng. Hoe ziet het er uit? Moet ik dansen?

Mijn muziek is veranderd, omdat ik zelf veranderd ben. Mijn leven is niet meer hetzelfde als een jaar geleden. Mijn relatie is verbroken, ik woon niet meer samen. Tegelijk is er winst: ik durf meer.

Op de cd hoor ik de gebeurtenissen van het afgelopen jaar terug. Toen ik vorige week een van de nummers draaide, in mijn eentje in de auto, kon ik het niet verdragen. Het verdriet is nog rauw. Zoals in de regel: ‘I never meant to let you down’. Ik heb degene van wie ik hield teleurgesteld. Die tekst beschouw ik als een hint aan mijn vrienden en dierbaren: ik ben ook maar een mens, ik ben niet perfect.

Inmiddels heb ik meer eigenschappen van mezelf onder ogen gezien. Ik ben minder sociaal dan ik zou willen, ik heb een melancholische neiging. Vroeger verzette ik me tegen mijn behoefte aan afzondering, nu zie ik het als een nieuwe mogelijkheid. Vandaar: Elba.

Met medewerking van Hester Carvalho.

    • Laura Jansen