Elke agent moet kunnen schieten

Hij heeft er een jaar lang over moeten vergaderen, maar op 1 januari is de Nationale Politie onder leiding van Gerard Bouman een feit.

Schier oneindig is het uitzicht. Vanaf de 27ste verdieping van de Hoftoren in Den Haag kan Gerard Bouman op deze lentemiddag 27 maart zelfs het Noordzeestrand zien. Toch wekt de kwartiermaker en beoogde eerste korpschef van de Nationale Politie niet de indruk dat hij deze dagen veel voor het raam zit te turen. Bouman oogt vermoeid. „We werken ons het leplazerus.”

Zijn kantoor is kaal. Alleen een geschilderd portret van echtgenote Heleen springt in het oog en de foto’s van de drie kleinkinderen. „De drie mini’s”, noemt Bouman ze. De portretten hangen op zijn kamer omdat hij het nageslacht anders vrijwel niet ziet. „Vroeger zei ik altijd dat mannen die avond aan avond doorwerken een relatieprobleem hebben. Laatst nam ik met Heleen de komende weken door en toen bleek dat ik bijna iedere avond een praatje heb. Dus ze vroeg me meteen: gaat het nog wel goed tussen ons?”

In mei 2011 werd Gerard Bouman, toenmalig hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), door minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) aangesteld om, zoals hij het zelf noemt, „de meest gecompliceerde reorganisatie van een Nederlandse rijksdienst ever”, te leiden. Vijfentwintig regiokorpsen en één landelijk korps met elk een eigen korpschef worden samengevoegd tot één centraal aangestuurde politieorganisatie. De idee is dat één organisatie efficiënter en slagvaardiger kan werken. Als alles goed gaat is de man die op zeventienjarige leeftijd begon als agent bij de Rotterdamse politie straks de baas van een politieapparaat van 50.000 agenten en 15.000 medewerkers met een budget van 5 miljard euro.

De nieuwe organisatievorm is hoogst noodzakelijk, zegt Bouman. „Als korpschef in Haaglanden merkte ik dat de politie als los zand aan elkaar hing. Het oude systeem was een gruwelijk poldermodel, er werden nooit harde besluiten genomen. Iedereen deed in zijn eigen regio toch wat hij zelf wilde. Nu zijn we wel besluitvaardig. Ik kan als kwartiermaker ook eindelijk knopen doorhakken.”

Naar verluidt wilde Opstelten u als eerste korpschef omdat u een rouwdouwer bent die als geen ander in staat is 26 koninkrijkjes samen te voegen.

„Ik heb de reputatie dat ik hard en confronterend ben. Ik heb ook nooit de behoefte gehad om me mateloos populair te maken binnen de politie. Ik ken de politie van binnenuit en heb tegelijkertijd voldoende distantie ten opzichte van de huidige leidinggevenden. Maar ik ben niet alleen een doorpakker. Soms verbazen mensen zich erover dat ik een agent bezoek die in coma raakte na een aanrijding.”

Waarom ambieerde u deze baan?

„Ik word dit jaar 60 jaar en toen de minister mij vroeg als kwartiermaker heb ik serieus moeten nadenken of ik wel ja zou zeggen. Ik had het perspectief om na zeven jaar op mijn 62ste op te houden als hoofd van de AIVD. Dan heb ik 45 jaar gewerkt. Mijn plan was meer tijd te besteden aan mijn vrouw en kleinkinderen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik te weinig tijd heb gehad voor mijn zoon en dochter. ”

Bouman is uiteindelijk toch gezwicht omdat het een „uiterst eervolle” klus betreft. Hij vindt het wel jammer dat hij „geen politie ruikt” in deze ambtelijke wolkenkrabber. De kwartiermaker vertelt enthousiast over een werkbezoek aan Enschede, waar hij zag hoe te weinig agenten het moesten opnemen tegen „motorjongens die de hele dag staal pompen in de sportclub. Kleerkasten die de binnenstad terroriseren”. Bouman heeft er gepleit voor meer inzet van agenten tegen motorclub Satudarah. „Ik heb geregeld dat onze spierballen op straat kwamen. Later hoorde ik dat politiemensen er nu weer met een rechte rug lopen.”

Het dagelijkse werk van Bouman bestaat vooral uit vergaderen. Heel veel vergaderen. Over het inrichtingsplan, het ontwerpplan, het realisatieplan, over ICT, over de locaties van het politiedienstencentrum, over personeelsbeleid, inkoop, catering en communicatie.

Op 1 juli, zo is de planning in maart nog, moet de Nationale Politie een feit zijn. Bouman hoopt dat de besluitvorming op tijd is afgerond en dat het kabinet niet tussentijds valt. „Dat zou een heel vervelend effect kunnen hebben, omdat de Nationale Politie dan waarschijnlijk controversieel wordt verklaard. Dan verdwijnt de energie uit dit proces.”

Uitschelden

Mierenneuker. De enige keer dat Gerard Bouman echt boos wordt tijdens de vier lange gesprekken die we het afgelopen jaar voerden, is het om dit scheldwoord. Het is 22 mei en de hoogste rechter heeft een week eerder geoordeeld dat je een agent in Nederland ‘afhankelijk van de context’ straffeloos mag uitmaken voor mierenneuker.

„Ik vind het uitschelden van een agent voor mierenneuker volstrekt ongepast. Dat kan echt niet, nooit. De politieagent wordt door de maatschappij op pad gestuurd om normen te handhaven. Ik respecteer de Hoge Raad, maar ik vind dat het systeem de diender moet beschermen.”

Bouman is terug van twee weken vakantie in het zuiden van de Verenigde Staten. Met zijn vrouw reisde hij in een jeep langs New Orleans, Graceland en Nashville. „Mij viel vooral de armoede op. Dikke armoede, letterlijk. Ik zag overal kolossale mensen. Iedereen die tien kilo te zwaar is, raad ik aan: ga naar het zuiden van de VS en je wordt weer helemaal vrolijk.”

Het kabinet-Rutte I is inmiddels gevallen. De Eerste Kamer heeft tot opluchting van Bouman de nieuwe Politiewet niet controversieel verklaard, zodat de reorganisatie in principe door kan gaan. De verwachting is dat de senaat in zal stemmen met de vorming van het Korps Nationale Politie. „Ik hoop maar dat het lukt voor de zomer. De politieorganisatie is al lang klaar met de discussie. De gemiddelde diender wil gewoon aan de slag. Ik zou echt heel verdrietig worden als we nog langer moeten wachten dan 1 januari 2013.”

Scheurkalender

Nog 133 nachtjes slapen. Bij aanvang van het derde onderhoud toont Bouman een enorme scheurkalender. Elke dag begint de kwartiermaker met het scheuren van een tekening die een cartoonist gemaakt heeft over het reorganisatieproces van de politie. Vanavond 21 augustus, vertelt Bouman, zal hij het lijstje met de topbenoemingen met minister Opstelten bespreken. Bouman zegt dat er „over een heel beperkt aantal personen nog een discussie gaande is”.

In zijn omgeving valt te beluisteren dat er over die belangrijkste benoemingen de laatste dagen stevige ruzies zijn geweest tussen Bouman en de top van het ministerie. Zo zou Justitie hebben voorgesteld Leon Kuijs, een van de vier leden van de nationale korpsleiding, te vervangen door een topambtenaar. Bouman sprak zijn veto uit: als Leon Kuijs eruit gaat, dan ga ik ook weg.

„Daar kan ik beter niet op reageren. Ik beaam noch ontken het”, zegt Bouman. Vervolgens relativeert hij de onenigheid. „Het aantal issues is beperkt. Ik kan best begrijpen dat de minister over een enkele kandidaat een veto uitspreekt. Maar het kan niet zo zijn dat de minister mensen in de leiding van de politie zet waar wij geen vertrouwen in hebben. De minister heeft het laatste woord, maar wij moeten een aanzienlijke stem hebben.”

Krijgen we nu op 1 januari een betere politie?

„De politie is dan net zo goed als de politie op 31 december. Maar ik ben er tot op het bot van overtuigd dat we over twee jaar de grootste slag hebben gemaakt. Als dit apparaat echt één korps is geworden dat eenduidig kan worden aangestuurd, dan zal het rendement blijken.”

Dan vangt de politie meer boeven?

„Dan zal de politie alerter reageren, burgers beter informeren, betere prestaties verrichten en in zijn algemeenheid een grotere bijdrage leveren aan een veiliger Nederland.”

Lichtbalk

Mist en regen belemmeren op donderdag 29 november het uitzicht. In een hoek brandt nu een lichtbalk waar per seconde wordt afgeteld. Over 32 dagen, 7 uur, 56 minuten en 44 seconden is het Korps Nationale Politie officieel geboren. Bouman zegt dat hij zich al enige tijd afvraagt hoe hij de jaarwisseling zal doorbrengen. „Ik kan moeilijk op het moment dat de Nationale Politie van start gaat thuis op de bank champagne gaan zitten drinken. Dat lijkt me niks.”

Bouman wil met Oud en Nieuw terug naar de plek waar hij 41 jaar geleden voor het eerst nachtdienst deed: het hoofdbureau van de Rotterdamse politie aan het Haagseveer. „Ik vind dat de gehele strategische leiding van de politie, 48 mensen, op dat moment op straat hoort te zijn. Dat strookt met mijn opvattingen over operationeel leiderschap. Je bent bij de troepen en niet achter het bureau.”

In december moet Bouman eerst nog de individuele beroepsvaardigheidstraining ondergaan. Hij wordt getest op zaken als schietvaardigheid, verdachten aanhouden, het gebruik van pepperspray en handboeien. Ook krijgt hij speciale amoktraining: hoe pakken agenten een groot incident aan? „Ik wil dat alle agenten goed kunnen schieten. Ook de leidinggevenden. Als er echt gedonder is, wil ik naast mijn mensen staan. Niet als opgepoetste hoge baas maar als een feitelijke baas.”

En dan blijkt u straks glorieus te zakken voor het schietdiploma?

„Natuurlijk blijkt dat niet. Het is ondenkbaar dat ik niet slaag voor de schiettoets. En anders mag ik niet gewapend de straat op. Dat zou ik erg vinden. Je moet als leidinggevende snappen wat agenten op straat meemaken. In het verleden is de leiding te veel vervreemd van het politievak. Dat moet een stuk beter.”

Vier weken voor de jaarwisseling ligt de reorganisatie op koers. De topfunctionarissen zijn benoemd. Er is alleen nog enig gesteggel met de politiebonden die in november het overleg opschorten uit onvrede over het personeelsbeleid. Het lijkt een rituele dans. „Er zat een haar in de soep. Een beetje lange haar maar die kun je er ook weer makkelijk uithalen.” In beslotenheid zijn er dan inmiddels weer gesprekken gaande met de vakbondsleiders. „We zijn allemaal met hetzelfde ding bezig: de beste politie maken.”

Was dit jaar een eindeloze vergadering die een jaar duurde?

„Nee gelukkig niet. Inmiddels lukt het af en toe een dag in het weekend vrij te houden van vergaderstukken. Soms heb ik wel piket in het weekeinde. Vorig weekeinde was er bijvoorbeeld een incident met een collega uit Den Bosch. Hij had een kerel aangesproken op zijn gedrag in de uitgaanswereld. Dat werd een geweldige matpartij. De collega valt op straat en wordt door de hulptroepen van de verdachte lelijk in elkaar geschopt en geslagen. Dan denk ik: die moet ik bellen. ”

Hebt u dat weekeinde ook gebeld met de diender die op Holland Spoor een zeventienjarige jongen doodschoot?

„Nee, die spreek ik volgende week. Ik begrijp dat de hele buitenwereld bezig is met een 17-jarige jongen die om het leven is gekomen door een politiekogel. Ik snap dat er veel verdriet is en dat het verschrikkelijk is voor zijn familie wat er is gebeurd. Maar ik weet dat er ook een jonge diender is die verschrikkelijk met de situatie is begaan. En dat hij wordt bedreigd. Er staat op een tegel op het station: We will kill this cop, promise. Ik zal de agent zeggen dat als hij hulp nodig heeft, hij op mij kan rekenen. Ik kan mij eenvoudigweg niet voorstellen dat een agent intentioneel fout handelt.”

Kan de Nederlandse agent eigenlijk wel goed schieten?

„Nederland heeft een van de beste politiekorpsen van de hele wereld. Dat durf ik te zeggen. De schietvaardigheid van agenten staat op een hoog peil.”

Verandert uw leven na de jaarwisseling?

„Nee, nauwelijks. Ik heb thuis tegen mijn Heleen gezegd dat het na 1 januari wel rustiger wordt. Want zij zei: zoals het nu is, dat is gekkenwerk. Maar het wordt natuurlijk niet rustiger. Gelukkig is het altijd fantastisch leuk met mij. Elk uur met mij is een feest”, lacht hij. „Nou ja, bijna elk uur.”

    • Marcel Haenen