Depardieus vertrek toont het failliet van Europa

De belastingvlucht naar België van de Franse acteur Gérard Depardieu past helemaal in deze tijd, waarin slechts het geld (le fric) telt, schrijft Tinneke Beeckman.

Protest voor het vermeende nieuwe huis van Depardieu. Foto AFP

Gérard Depardieu wordt binnenkort misschien mijn landgenoot, een Belg.

Hij wil belastingen ontvluchten en verhuist naar Néchin, een Waals gehucht vlak over de Franse grens. Meteen ontstaat een politieke storm van verontwaardiging. Hij krijgt geen krediet van de premier, Ayrault, die hem minable (‘ellendig’ of ‘meelijwekkend’) noemt. President Hollande wijst op de ethische plicht om bij te dragen. Een Franse politicus wil hem de nationaliteit ontnemen – een felle stelling die strikt gezien geen kans maakt. Maar het conflict escaleert. Depardieu wacht wellicht niet tot iemand actie neemt. Hij wil misschien zelfs afstand doen van zijn Franse nationaliteit.

Eigenlijk hoeft Depardieus verhaal niemand te verbazen. Het past perfect in het politieke failliet van rechts én links als het over Europa gaat. Dat is het echte drama.

Depardieu zelf is politiek gezien rechts. Toch weerspiegelt zijn houding de toenemende spanning tussen onverzoenbare rechtse posities: tussen een conservatieve voorliefde voor traditie enerzijds en een moderne hang naar geld anderzijds. Traditioneel staat ‘rechts’ voor trouw aan de natie en de gemeenschap. Dat rechts heeft een precieze kijk op moraal, dus ook op financiële bijdragen. Verhuizen om fiscale redenen vindt dan geen genade. Anderzijds staat de tegenwoordige rechtse ideologie steeds meer in het teken van een ongegeneerd streven naar winst. Ieder individu heeft dan op elk moment het volste recht om de meest voordelige keuze te maken, zelfs al betekent die keuze een verandering van nationaliteit. Depardieu slaat die weg in.

Nochtans toont Depardieus carrière een indrukwekkend stuk Franse geschiedenis, alsof hij ‘rechts’ is in de eerste betekenis. Zo schittert hij in Truffauts Le Dernier Métro, een film over een Joodse theaterregisseur die onderduikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij kreeg de titeltrol in Fort Saganne, over Frankrijks Algerijnse verleden. In de cultfilm Les Valseuses doorkruist hij Frankrijk, als een jonge werkloze samen met zijn vriend. Overal ridiculiseren ze de brave burger. Later speelt Depardieu literaire figuren, zoals Rostangs Cyrano de Bergerac. Depardieu verbeeldt ook Alexandre Dumas’ helden, zoals Le comte de Monte-Cristo en de musketier Dalton. Als gourmand heeft de acteur ook restaurants en ondernemingen. Kan iemand meer Frankrijk vertegenwoordigen?

Nu blijkt dat Depardieu niet voor trouw aan Frankrijk, maar voor winstbejag zonder vaderland kiest. Maar ideologisch rechts heeft de strijd om de natie allang verloren. Verdient Depardieu dan zo veel kritiek? Ik denk het niet. Tenslotte past zijn houding gewoon binnen het Europese klimaat: Europa als vrije zone voor kapitaalkrachtigen.

En hebben linkse politici niet evengoed boter op het hoofd? De voormalige president Mitterrand, zijn premier Rocard, voormalig premier Jospin en de huidige president Hollande hebben het competitieve Europa mede georganiseerd. Franse socialisten legden een Frans ‘neen’ tegen de Europese Grondwet in 2005 naast zich neer. Natuurlijk staat een verenigd fiscaal beleid en een socialer model al langer op hun agenda, maar wanneer komen ze er? Voorlopig blijft het sociale Europa een schim.

Ten tweede heeft de linkerzijde het politieke belang van culturele verankering even goed veronachtzaamd. Sinds de jaren tachtig benadrukken sociaal-democraten vooral het sociaal-economisch beleid. Met belastinggeld voeren ze een politiek van sociale herverdeling: huisvesting, ziekteverzekering, werkloosheid, onderwijs. Maar welk cultureel beleid voeren ze? Werd de Franse cultuur niet vereenzelvigd met een voorbije Franse natie?

Waarover klagen de Fransen dan? Dat iemand beter dan wie ook de morele code van vandaag begrijpt? Die is eenvoudig: Le fric, rien que le fric.

Tinneke Beeckman is blogster en columniste in België.