De nieuwe kerk is vintage orthodox

God is terug in de stad, maar niet op een vrijblijvende, bijbelloze manier. De nieuwe stadskerk is los in de vorm maar streng in de leer. „Mensen zoeken iets waar je tegenaan kunt trappen. En wat dan niet wijkt.”

Amsterdam, Nederland, 18 September 2011 Stroom, jonge christelijke beweging tijdens wekelijkse dienst in bioscoop Kriterion. links voor: Petra van Roon foto: Marc Driessen/Hollandse Hoogte Marc Driessen/Hollandse Hoogte

Wat zoeken moderne gelovigen? Ze zijn uitgekeken op de traditionele kerk, maar niet los van het geloof. Ze willen iets met God. Maar wat?

Ze hadden altijd – kort door de bocht – twee keuzes. Linksaf, naar een vrijzinnige, humanistische variant. Denk Huub Oosterhuis en Carel ter Linden. Of rechtsaf, de evangelische pinksterhoek in.

Maar nu is er een derde optie. Kleine gemeenschappen die experimenteren met een nieuwe vorm van kerk-zijn, en die tegelijkertijd orthodox blijven. Ze breken niet los van hun moederkerk, zoals Oosterhuis dat deed, maar houden vast aan een traditioneel geloof.

Vooral in Amsterdam schieten veel van deze nieuwe gemeenschappen uit de grond. Zoals Stroom, dat mikt op jonge, stedelijke hoogopgeleiden. De nieuwe kerk is ontstaan uit de nogal traditionele gereformeerde kerk vrijgemaakt, waar ook voorganger Martijn Horsman vandaan komt.

Maar Stroom doet het helemaal anders. De groep, die inmiddels bestaat uit 120 man die soms of regelmatig komen, komt niet samen in een kerkgebouw, maar in filmhuis Kriterion. Moeilijke vragen mogen worden gesteld. Is er een God? Leidt geloof niet tot meer geweld in de wereld? Is de christelijke moraal niet willekeurig en middeleeuws? Er wordt meer geluisterd naar Johnny Cash dan samen gezongen.

Homo’s en twijfelaars

De nadruk ligt op hier en nu zinvol leven. Want, zegt Horsman, „God bekommert zich ook om deze wereld, dat is onze toekomst. Salvation is not a pie in the sky when you die.” Allerlei mensen die zich niet direct thuis voelen in een kerk – homo’s, atheïsten, twijfelaars – zijn welkom.

Maar tegelijkertijd houdt Horsman vast aan een onversneden, orthodox geloof. Het verhaal van Jezus, genade en God die zich met deze wereld bemoeit. „Mensen zoeken een ander geluid”, zegt hij. „Iets waar je tegenaan kunt trappen. En wat dan niet wijkt.” Ze zoeken een geloof dat je terugziet in hoe iemand handelt, zegt hij. „Anders is het niks waard.”

„Mensen zoeken een robuuste manier van geloven”, zegt ook Stefan Paas, bijzonder hoogleraar kerkplanting en kerkvernieuwing aan de Vrije Universiteit. „Vintagegeloof. Iets wat niet overal te horen is, dat maakt het spannend. Orthodoxie is nu vernieuwend.”

Paas was zelf een van de oprichters van het nieuwe Via Nova in Amsterdam, dat ook mikt op hoogopgeleiden, en veel ruimte maakt voor kunst en klassieke muziek in de kerkdienst. Hij ziet dat het de jonge generatie beter lukt om ‘robuust geloof’ te combineren met openheid. „Jonge mensen kunnen dat. Ze houden zich niet in, ze zijn eerlijk over wat ze geloven. Maar ze rekenen anderen er niet op af als die dat niet kunnen.”

Veel van deze nieuwe kerken zijn juist ontstaan uit behoorlijk orthodoxe kerken zoals de gereformeerde kerk vrijgemaakt en de christelijke gereformeerde kerken, zegt Paas. Deze kerken moesten toezien hoe de banken op zondag leger en leger raakten. „Toen ontstond het idee dat er wat moest gebeuren. En niemand liep dat in de weg.” Omdat het vaak te veel gevraagd is van oudere kerkgangers om het roer helemaal om te gooien, begonnen ze dochterondernemingen, die iets nieuws gingen proberen. De grote PKN (Protestantse Kerk in Nederland) stak vervolgens ook geld in ‘pioniersplekken’.

Inmiddels zijn er naast Stroom en Via Nova ook StroomWest, een werkplaats voor creatieven, de Thomaskerk voor „zingeving op de Zuidas” en de Binnenwaai op IJburg voor iedereen, „protestant, katholiek, moslim, boeddhist, hindoe, humanist, atheïst, nihilist, fatalist of positivist”. Er zijn nieuwkomers die zich richten op allochtone buurtgenoten, zoals het Amsterdamse multi-etnische Hoop voor Noord, of Oase voor Nieuw-West. En andere steden doen mee: ‘netunity’ (netwerk en community) Blossom030 in Utrecht, multiculturele kerk Boei 90 in Den Haag, Geloven in Spangen in Rotterdam.

Wat deze stadse kerken met elkaar gemeen hebben, is dat ze missionair zijn: ze willen ongelovigen trekken. Ze proberen multicultureel te zijn, al lukt niet alle kerken dat. Ze hameren op gemeenschapszin in een individualistische maatschappij en ze willen het geloof relevant maken, door zich in te zetten voor vluchtelingen of buurtbewoners. En ze zijn vrijwel allemaal protestants. In de katholieke hoek bestaan ook vernieuwende groepen, maar die vallen al snel buiten de moederkerk, zoals de leden van de San Salvatorkerk in Den Bosch die voor zichzelf begonnen.

Op zolder

De meeste nieuwe kerken (of communities, emerging churches, werkplaatsen, netunities – hoe ze zich ook noemen) zijn overal te vinden, behalve in een kerkgebouw. Ze zitten op zolders, in theaterzaaltjes, bij mensen thuis, in de bioscoop of debatcentrum de Rode Hoed. Daarmee hopen ze de eerste drempel voor zoekenden – wie stapt er nou een kerkgebouw binnen? – weg te nemen.

Daar gaat het Martijn Horsman van Stroom ook om: want de hedendaagse cultuur en de kerk zijn uit elkaar gegroeid, zegt hij. „Je kunt niet meer van nieuwkomers vragen om naar de kerk te komen. Ze gaan die grens niet meer over. Het is allemaal zó anders: de muziek, de preken, de bijbelse verhalen, samen zingen, het hele idee dat je je lang aan een gemeenschap bindt. Wanneer luister je nu nog drie kwartier naar iemand? Alleen als het een cabaretier is.”

Je moet bereid zijn die christelijke gewoontes te slopen, zegt Horsman. Hij werd geïnspireerd door de Amerikaanse stadsdominee Tim Keller, die zalen vol ongelovige New Yorkers trekt. „Ik ben de brieven van Paulus anders gaan lezen. Ik zag hem toch vooral als een vrouwenhatende, sikkeneurige pessimist. Maar eigenlijk had hij een heel radicaal standpunt. Als het levensreddend is om iemand in contact te brengen met Jezus, dan mag niets tussen die twee in staan.”

Dus zoekt Horsman de spanning op tussen de sloophamer en de Bijbel. Mensen uitnodigen om mee te doen in het Koninkrijk Gods, zonder hen weg te jagen met onbegrijpelijke leefregels. Neem ongehuwd samenwonen, zegt Horsman. „De normen van de kerk staan daar ver vanaf. Dan moet je mensen niet aanspreken op die norm, maar opnieuw beginnen met het verhaal van het christelijk geloof over liefde en trouw.”

Die spanning zit ook in hoe Stroom de Bijbel leest. Horsman: „Je kunt tegen mensen zeggen: dit deel van de Bijbel kun je afdoen als ouderwetse, immorele troep. Je kunt hen e ook vragen het nog eens in overweging nemen.”

De nieuwe kerken groeien. Het lukt om nieuwe gelovigen of ‘herintreders’ aan te trekken. Maar dat zal het tij van de ontkerkelijking niet keren, zegt Stefan Paas. Niet in de zin dat het grote, oude instituut ‘kerk’ weer terugkomt. „Het is een druppel op de gloeiende plaat. Maar die druppel is er wel. Hier wordt aan een nieuwe vorm van christendom gebouwd.”